H6 (behalve 6.4)
H6.1
Vanuit de marketing is een product een combinatie van tastbare en niet-tastbare
eigenschappen. Producteigenschappen onderscheiden we in drie soorten
eigenschappen:
- De fysieke eigenschappen
- De toegevoegde eigenschappen (marketingmix)
- En de afgeleide eigenschappen (door consumenten) zoals status.
Dit leidt tot drie omschrijvingen van het product: het fysiek product (objectieve
kernmerken zoals gewicht, smaak, geur), het uitgebreide product (toegevoegde
waarde zoals gratis thuisbezorging, kredietverlening, garantie, installatie, etc.) en het
totale product (hoe de consument het product met de toegevoegde waarde ervaart).
De productattributen zijn de extra’s bij de toegevoegde eigenschappen van een
product.
Een marketingimplicatie is het bedienen van alle afnemersgroepen met behulp van
verschillende combinaties in de marketingmix. Een marketingimplicatie is
bijvoorbeeld dat je in de communicatie met consumenten niet het kale basisproduct
moet benadrukken, maar de redenen waarom zij het kopen. Het doeltreffend
communiceren van dit soort afgeleide eigenschappen verhoogd de afzet omdat
consumenten producten dan kopen.
H6.2
Consumenten- en zakelijke producten. Consumenten producten worden verkocht
aan individuele klanten, of finale afnemers, eindgebruikers van het product, voor
eigen gebruik. Zakelijke of industriële producten worden doorverkocht of gebruikt in
hun eigen productieproces of dienstverlening. Bijvoorbeeld: consumentenproduct
wordt door student gekocht om opdrachten mee te maken. Zakelijk product wordt
gebruikt door een bedrijf om een marketingplan mee te ontwikkelen.
Consumenten producten zijn in te delen in drie hoofdcategorieën: convenience
products (gemaksproducten), shopping products (winkel- of keuzeproducten) en
specialty products (speciale producten). Een vierde categorie is unsought products,
of niet-gewilde producten.
- CP, gemaksproducten: dagelijkse gebruiksartikelen, impulsproducten en
noodproducten.
- SP, winkel/keuzeproducten: homogeen en heterogeen, de klant vergelijkt op
punten van kwaliteit, prijs en stijl.
, - SP, speciale producten: consumenten zijn bereid de nodige moeite te doen
(zoals auto’s of diensten buitenschoolse opvang). Klanten hebben een sterke
merkloyaliteit.
- UP, niet-gewilde producten: producten/diensten die de consument niet kent of
pas koopt als hij ze echt nodig heeft. Je hebt ook new unsought products,
producten die nog maar kort op de markt en daardoor onbekend zijn.
Kenmerkend voor deze producten is dat hun prijzen variëren en de distributie
beperkt is. Koopfrequentie en merkbekendheid zijn laag.
H6.3
Productlevenscyclus (product life cycle), het verloop van de afzet van een product in
de tijd. Meeste producten doorlopen 5 fases:
1. De introductie} Geen directe concurrentie, bedrijf leidt verlies of boekt
weinig winst met hoge productie en marketingkosten. Beperkt aantal
modellen en een beter inzicht in consumentenwensen wat leidt tot
frequente productaanpassingen. Meestal een zeer hoge prijs om R&D
kosten terug te verdienen of lage penetratieprijs die later verhoogd wordt.
Stimuleren van vraag door veel marketing, consumenten bewust maken
van product. Hoge marges voor distribuanten. Nadruk op
marktpenetratie.
2. Snelle groei} consumenten ontdekken product Concurrenten betreden
markt en strijden om distributiekanalen. Maximale winst en hoge prijzen
met dalende kosten. Uitbreiding van aantal modellen gericht op nieuwe
segmenten. Voortdurende productwijzigingen. Hoge prijzen met selectieve
prijsverlagingen om nieuwe klanten aan te trekken en markten te betreden.
Stimuleren van merkenvoorkeur via positionering en themareclame.
Nadruk op merkenvoorkeur.
2 en 3 samen = Groei
3. Afnemende groei} Zware concurrentie, zwakke bedrijven verlaten de markt.
Winst neemt af bij dalende prijzen. Regelmatige introductie van nieuwe
modellen en verbeterde versies van het product. Concurrentie leidt tot
prijskortingen en lagere prijzen. Promoties gericht op tussenhandel omdat
consumentenreclame minder resultaten oplevert. Winstmarges nemen af,
service van het product is belangrijk. Groot marktaandeel,
productverbetering en differentiatie. Nadruk op merktrouw. (Product heeft
maximale penetratiegraad bereikt).
4. Volwassenheid} markt raakt verzadigd en groei stopt. Aantal concurrenten
stabiel en markt is duidelijk gesegmenteerd. Lage winstbijdrage per
eenheid. Groot aantal modellen die vaak alleen qua uiterlijk of vormgeving
verschillen. Prijzen stabiel op relatief laag niveau. Creeeren van merktrouw