Week 6
6. Week 6 – Gevolgen van niet-nakoming van overeenkomsten (II)
Belangrijke data
2 oktober 2020 – 09.00 uur Hoorcollege Week 6
(zie Canvas onder Aankondigingen voor actuele informatie over de online sessie)
5 t/m 8 oktober 2020 Werkgroepen
(zie Canvas onder Aankondigingen voor actuele informatie over de online sessie)
Korte omschrijving van de inhoud
Vorige week zagen we dat het contractenrecht de schuldeiser diverse mogelijkheden biedt tot het instellen
van rechtsvorderingen wanneer diens schuldenaar zijn verbintenissen niet tijdig, niet deugdelijk of zelfs in
het geheel niet nakomt. Tevens zagen we dat de schuldenaar in die gevallen soms de mogelijkheid heeft zich
op een verweermiddel te beroepen. Deze week zullen we ons verder in die mogelijkheden van de schuldeiser
en de schuldenaar gaan verdiepen.
In de eerste plaats gaan we in op de mogelijkheid tot ontbinding van de overeenkomst. Behalve de vraag
aan welke voorwaarden moet zijn voldaan om het recht tot ontbinding te kunnen uitoefenen, besteden we
daarbij ook aandacht aan de vraag wat de rechtsgevolgen van die ontbinding zijn. Naast het instellen van
rechtsvorderingen tot nakoming, schadevergoeding en ontbinding kan de schuldeiser onder omstandigheden
ook de nakoming van zijn eigen verbintenissen opschorten. Deze week zullen we zien aan welke
voorwaarden in dat geval voldaan zal moeten zijn.
Tot slot gaan we in op het leerstuk crediteursverzuim. De schuldenaar kan zich onder omstandigheden op
dit verweermiddel beroepen wanneer nakoming van zijn verbintenis wordt verhinderd door de schuldeiser.
De te beantwoorden vraag is dan onder welke omstandigheden de schuldenaar dat kan en wat de
rechtsgevolgen van een geslaagd beroep op crediteursverzuim zijn.
Voorbereiding op het hoorcollege en de werkgroep: algemene instructie
Lees eerst par. 3 (‘Opzet, planning en organisatie van het onderwijsleerproces’) van de
Cursushandleiding Contractenrecht 2020-2021 (zie Canvas onder map Algemene Informatie). Lees
vooral par. 3.2 (‘Zelfstudie en opdrachten’).
Bestudeer vervolgens de literatuur en jurisprudentie die staat opgesomd in par. 6.4 en 6.5 hieronder. De
in par. 6.6 opgesomde zelfstudiehulpvragen kunnen hierbij behulpzaam zijn.
Voorbereiding op het hoorcollege en de werkgroep: te bestuderen literatuur
Rechtsgevolgen bij niet-nakoming
- Verbintenissenrecht Algemeen: nrs. 221-222 (verplicht);
- Annotatie Jac. Hijma bij HR 11 januari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD4925, NJ 2003/255 (Schwarz/
Gnjatovic) (alleen aanbevolen).
1
, Ontbinding
- Verbintenissenrecht Algemeen: nrs. 224, 227, 229-233, 238-240, 242-243, 246, 250-255
(verplicht);
- Annotatie H.N. Schelhaas bij HR 28 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1810 (Eigen
Haard/huurder), Ars Aequi april 2019, p. 293 e.v., par. 1, 3-4 en 6 (verplicht);
- Koop en consumentenkoop: par. 6.5 (alleen aanbevolen).
Opschorting
- Verbintenissenrecht Algemeen: nrs. 137-138, 140-141, 144-148, 150-156 (verplicht);
- Annotatie T.F.E. Tjong Tjin Tai bij HR 17 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:95, NJ
2014/236 (Kenter/Slierings) (alleen aanbevolen).
Crediteursverzuim
Verbintenissenrecht Algemeen, nrs. 157, 161-163, 170 (verplicht).
Door middel van een hyperlink zijn de annotaties verkrijgbaar via de elektronische
universiteitsbibliotheek (www.ub.vu.nl). Wie de voorkeur heeft voor een papieren uitgave daarvan,
vindt de annotatie van Hijma tevens in: Arresten burgerlijk recht met annotaties, verzameld door
A.V.T. de Bie en J. de Jong van Lier, Deventer: Kluwer 2018.
Voorbereiding op het hoorcollege en de werkgroep: te bestuderen jurisprudentie
HR 11 januari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD4925, NJ 2003/255 (Schwarz/Gnjatovic)
HR 22 oktober 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO9494, NJ 2006/597
(Endlich/Bouwmachines) HR 17 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:95, NJ
2014/236 (Kenter/Slierings) proportionaliteitstoets
HR 28 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1810, NJ 2019/446 (Eigen Haard) (een mooie
opsomming gezichtspunten zie je op p. 300 van de annotatie om te bepalen of de ontbinding
gerechtvaardigd is https://portal.rechtsorde.nl/pages/streamdocument.ashx?remoteurl=https%3a
%2f%2fdocs.rechtsorde.nl%2fpdf%2fts%2f03%2f02%2f30%2fArsAequi
%2f2019%2f04%2fAA20190293.pdf)
Door middel van een hyperlink zijn al deze arresten verkrijgbaar via de elektronische
universiteitsbibliotheek (www.ub.vu.nl). Wie de voorkeur heeft voor een papieren uitgave van deze
arresten, vindt de arresten Schwarz/Gnjatovic en Endlich/Bouwmachines in: Arresten burgerlijk
recht met annotaties, verzameld door
A.V.T. de Bie en J. de Jong van Lier, Deventer: Kluwer 2018.
Voorbereiding op het hoorcollege en de werkgroep: zelfstudiehulpvragen
Ga nogmaals na hoe u in week 5 de zelfstudiehulpvragen 1 t/m 8 en 17 t/m 19 van die week heeft
beantwoord. Beantwoording van die vragen helpt u namelijk ook bij het verkrijgen van een beter
begrip van de stof van week 6. De onderstaande vragen hebben vervolgens specifiek betrekking op
de stof van week 6.
1. Wat is de ratio van het leerstuk van opschorting?
2. Het leerstuk van opschorting kent een algemene en een bijzondere regeling in de wet. Waar in
de wet vindt u die regelingen terug en in welke gevallen past u de algemene dan wel de
bijzondere regeling toe?
3. Aan de hand van welke vereisten wordt een beroep op opschorting beoordeeld? Beantwoord
, deze vraag zowel voor de algemene als voor de bijzondere regeling van de opschorting.
4. Wat zijn de rechtsgevolgen van een succesvol beroep op opschorting? Beantwoord deze vraag
zowel voor de algemene als voor de bijzondere regeling van de opschorting.
5. Wat zijn de belangrijkste overeenkomsten en verschillen tussen de algemene en de bijzondere
regeling van de opschorting?
6. Wat is de ratio van het leerstuk van de ontbinding?
7. Aan de hand van welke vereisten wordt beoordeeld op een overeenkomst kan worden
ontbonden wegens niet-nakoming? Waar in de wet is dat geregeld?
8. In hoeverre verschilt de (eventuele) toepassing van het verzuimvereiste in het kader van het
leerstuk van ontbinding van de toepassing van dat vereiste in het kader van het leerstuk van
schadevergoeding?
9. In hoeverre wijkt de mogelijkheid tot ontbinding van een consumentenkoopovereenkomst af van
de algemene mogelijkheid tot ontbinding, gegeven de wettelijke regeling van beide
mogelijkheden?
10. Wat zijn de rechtsgevolgen van de ontbinding van een overeenkomst en waar in de wet is dat
geregeld? Beantwoord deze vraag zowel voor het geval dat partijen de verbintenissen die zij
met de overeenkomst zijn aangegaan op het moment van de ontbinding nog niet zijn
nagekomen, als voor het geval dat zij dat wel hebben gedaan.
11. Wat zijn de overeenkomsten en verschillen tussen ontbinding en vernietiging van
overeenkomsten?
12. Wat wordt verstaan onder ontbindingsschadevergoeding en hoe moet die worden berekend?
13. Wat is de ratio van het leerstuk van crediteursverzuim?
14. Aan de hand van welke vereisten wordt een beroep op crediteursverzuim beoordeeld? Waar in
de wet is dat geregeld?
15. Wat zijn de rechtsgevolgen van een succesvol beroep op crediteursverzuim?
Aandachtspunten voor de beantwoording van casus over belangrijke leerstukken
N.b.: Algemene aanwijzingen voor de beantwoording van een casus leest u in par. 1.7 uit Werkboek
week 1, op Canvas onder Algemene informatie en in par. 1.3 van Koop en Consumentenkoop.
Ga bij de beantwoording van de casus ontbinding van overeenkomsten (alleen) in op
verweermiddelen die de schuldenaar zou gezien de omstandigheden van het geval kunnen ontlenen
aan leerstukken zoals klachtplicht (week 4), crediteursverzuim en opschortingsrecht (week 6),
wanneer de feiten en omstandigheden van de casus daar voldoende aanleiding toe geven.
Verplichte opdrachten voor de werkgroep
A. Opdracht ‘The History of Europe’
Lees de opdracht ‘Casus The History of Europe’ van week 5 opnieuw. Stel nu dat uitgeverij
Maximus besluit de overeenkomst met Omniprint geheel te ontbinden. Omniprint stapt echter naar
de rechter. De rechtbank verklaart de ontbindingsverklaring door Maximus nietig, omdat de
tekortkoming van Omniprint deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Uitgeverij
Maximus gaat in hoger beroep, maar vangt mis:
“Het hof is van oordeel dat – in het midden gelaten of de tekortkoming van Omniprint deze
ontbinding met haar gevolgen rechtvaardigt – het Maximus niet vrijstond te kiezen voor ontbinding
nu haar een voor Omniprint minder bezwaarlijke mogelijkheid, een redelijk alternatief ter
, beschikking stond: Omniprint heeft aangeboden om het trefwoordenregister te drukken in de vorm
van een klein boekje, dat achterin het grote boek kan worden gevoegd of met het grote boek kan
worden meegeleverd. Bovendien heeft Omniprint zich bereid verklaard de schade te vergoeden die
de uitgeverij vervolgens lijdt doordat het trefwoordenregister los wordt meegeleverd. Nu Maximus
dit redelijke aanbod links liet liggen, kon zij de overeenkomst niet ontbinden. De slotsom luidt dat
het vonnis van de rechtbank zal worden bekrachtigd.”
Teleurgesteld wendt Maximus zich tot een cassatieadvocaat voor een advies over haar kansen in
cassatie. De cassatieadvocaat meent dat de Hoge Raad het arrest zeker zal vernietigen, maar twijfelt
over het nut van een cassatieberoep. Hij verwacht dat het hof, na vernietiging van het arrest door de
Hoge Raad en verwijzing, op basis van een andere motivering tot hetzelfde oordeel zal komen.
Vraag A.1
Leg uit waarom de cassatieadvocaat meent dat de Hoge Raad het arrest zeker zal vernietigen.
Het oordeel van het Hof in hoger beroep is dat het Maximus niet vrijstond te kiezen voor een
ontbinding, aangezien Omniprint een minder bezwaarlijke mogelijkheid, een redelijk alternatief, heeft
aangebonden.
Uit het arrest Mol/ Meijer blijkt echter dat je in beginsel altijd mag ontbinden, zelfs als er een redelijk
alternatief is. De leer van het redelijk alternatief is dus niet doorslaggevend.
Conclusie: Het oordeel van het Hof is dus onjuist. De Hoge Raad zal het arrest daarom zeker
vernietigen.
Vraag A.2
Leg uit waarom de cassatieadvocaat verwacht dat het hof, na vernietiging van het arrest door de
Hoge Raad en verwijzing, op basis van een andere motivering tot hetzelfde oordeel zal komen?
Het oordeel van het Hof is dat Maximus de overeenkomst niet kan ontbinden.
Leerstuk: ontbinding
Rechtsvraag: Kan Maximus de overeenkomst ontbinden?
Juridisch kader: art. 6:261, 265 BW, Eigen Haard arrest
Toepassing:
In casu is er ogv art 6:261 BW sprake van een wederkerige overeenkomst tussen Omniprint en
Maximus. Maximus moet namelijk Omniprint betalen en Omniprint moet de boeken aan Maximus
leveren. Er is voldoende samenhang hiertussen, want als Maximus niet betaalt, dan zal Omniprint de
boeken ook niet leveren.
Omniprint heeft bij het printen van de boeken een fout gemaakt door de trefwoordenregister niet in
de boeken op te nemen. Maximus wil de overeenkomst daarom ontbinden. De vraag is dus of dit wel
kan.
Op grond van art. 6:265 BW kan de overeenkomst ontbonden worden, indien er sprake is van een
tekortkoming. Hierbij moet er sprake zijn van een niet-nakoming, welke opeisbaar is, en verzuim
vereist is, tenzij nakoming blijvend onmogelijk is. Dit, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere
, aard of geringe betekenis, de ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt.
In casu is er wel sprake van een niet- nakoming, aangezien Omniprint het trefwoordenregister ogv de
overeenkomst wel in de boeken had moeten drukken, maar dit echter niet heeft gedaan.
Uit de casus blijkt niet wanneer de overeenkomst opeisbaar zou zijn. Er is geen specifieke datum
afgesproken. Ik ga er daarom van uit dat de overeenkomst wel al opeisbaar is.
De overeenkomst kan nog worden nagekomen. Het is namelijk nog mogelijk om de boeken met een
trefwoordenregister te leveren. Nakoming is niet blijvend onmogelijk. Doordat de fatale termijn
overschreden is, treedt verzuim ogv art 6:83 sub a van rechtswege in (verzuim zonder
ingebrekestelling).
Aan de hand van bovenstaande kan er gesteld worden dat er wel sprake is van een tekortkoming in de
nakoming van de verbintenis, waardoor Maximus de overeenkomst in beginsel wel ontbonden kan
ontbinden. Er moet echter ook naar de “tenzij- regel” worden gekeken. Er moet dus een
belangenafweging worden gemaakt.
De gevolgen van de ontbinding zijn voor Omniprint veel ernstiger dan voor Maximus. Indien er
ontbonden wordt, heeft Omniprint de 5.000 boeken “zomaar” geprint zonder daarvoor enig
vergoeding te ontvangen.
Daarnaast heeft Omniprint Maximus een redelijk alternatief geboden (het trefwoordenregister in een
apart boekje aan het boek toevoegen), aangezien alles opnieuw uitprinten tot grote schade voor
Ominiprint zou leiden (25.000 euro van de winstmarge). Uit het Eigen Haard en het Mol/ Meijer
arrest blijkt dat de leer van een redelijk alternatief niet als zelfstandig argument gebruikt mag
worden, maar wel als gezichtspunt.
De bijzondere aard van de tekortkoming is dat Omniprint het trefwoordenregister niet in de boeken
heeft geprint, hoewel hij dat ogv de overeenkomst wel had moeten doen. Uit de casus blijkt dat een
trefwoordenregister in een wetenschappelijk werk niet mag ontbreken en zeker niet in een bekend
werk als ‘The history of Europe’. De tekortkoming is dus van grote betekenis.
Aan de hand van deze gezichtspunten kan er dus gesteld worden dat zij meer aan de kant van
Omniprint zijn. de tenzij regel gaat dus wel op.
Hierdoor is de ontbinding niet gerechtvaardigd.
Conclusie: Maximus kan de overeenkomst niet ontbinden. De tekortkoming is niet van voldoende
gewicht om ontbinding te rechtvaardigen.
Extra:
De tenzij regel is een uitwerking van de redelijkheid en billijkheid.
Eigen haard ro 3.8.3 de leer van een redelijk alternatief wordt niet aanvaard. Maar bij de
vraag of
Alinea 4.4 annotatie…
B. Opdracht ‘Bullseye’
Bullseye B.V. is een vermaard bedrijf dat zich heeft toegelegd op de bouw van prachtige grote