Aantekeningen Recht, Economie en Maatschappij
Filmpjes week 1
Pareto en Kaldor-Hicks
Pareto:
- Pareto-verbetering: verandering waarbij niemand erop achteruitgaat en tenminste 1
persoon erop vooruitgaat
o Voorbeeld: vrijwillige transactie zonder effecten voor derde
- Pareto-optimum: situatie van waaruit geen Pareto-verbeteringen mogelijk zijn
Kaldor-Hicks:
- KH-verbetering: verandering waarbij de winnaars de verliezers kunnen compenseren
- KH-optimum: situatie van waaruit geen KH-verbeteringen mogelijk zijn
- Voorbeeld:
o A: 100, B: 100 A: 200, B: 99
Geen Pareto-verbetering, omdat B er 1 op achteruitgaat
Wel een KH-verbetering, omdat A het verlies van B zou kunnen
compenseren en er zelf nog op vooruit zou gaan
o A: 100, B: 110 A: 110, B: 100
Neutraal, het verlies kan gecompenseerd worden maar dan is er niets
meer over
- Als je wel echt compenseert, wordt het een Pareto-verbetering (dan gaat 1 er op
vooruit en de ander houdt hetzelfde)
Coase-theorema
Kunnen partijen de negatieve externe effecten zelf oplossen?
Belangrijk idee: wederkerigheid van maatschappelijke kosten
- Bijv. een fabriek die voor milieuvervuiling zorgt, omwonenden hebben er last van
o De omwonenden hebben last van de fabriek en de fabriek heeft last van de
omwonenden
o Er moet een goede oplossing komen voor de beide partijen samen
- Niet: A veroorzaakt hinder voor B, maar: A en B hebben last van elkaar
- Als je A als veroorzaker ziet, zoek je daar ook de gedragsverandering
o Maar: misschien is de ander wel de “cheapest cost avoider”
o Dus: partijen hebben last van elkaar zoek de beste oplossing
- Voorbeeld: Arts (A) en Bakker (B)
o Bakker is aan het verbouwen waardoor de arts in de spreekkamer last heeft
van lawaai
o A en B: € 100.000 winst indien geen last van de ander
o A kan spreekkamer isoleren voor € 40.000
o B kan stillere machines kopen voor € 50.000
o Beste oplossing: A isoleert. Gezamenlijke welvaart € 100.000 + (€ 100.000 - €
40.000) = € 160.000
Coase: zonder transactiekosten komt die oplossing tot stand!
o Als B lawaai mag maken:
B mag produceren, dus € 100.000
A kan B niet tegenhouden, dus keuze tussen:
Stoppen: € 0
1
, Spreekkamer isoleren: € 100.000 - € 40.000 = € 60.000
oplossing komt tot stand
o Als A recht heeft op stilte:
A mag produceren, dus € 100.000
B heeft keuze uit:
Stoppen: € 0
Produceren en schade A vergoeden: € 100.000 - € 100.000 = €
0
Stillere machines: € 100.000 - € 50.000 = € 50.000
A’s isolatie betalen, A wil minimaal € 40.000 krijgen en B wil
max. € 50.000 betalen. Stel: € 45.000
Geen transactiekosten, dus gaat lukken!
o Dus bij afwezigheid transactiekosten:
Ongeacht inhoud van rechtsregel, wenselijke oplossing komt tot stand
Welvaart dus steeds € 160.000
Verdeling van welvaart verschilt wel:
A: € 60.000 B: € 100.000
A: € 105.000 B: € 55.000 (als A en B op € 45.000
uitkomen)
Rechten moeten wel duidelijk toebedeeld zijn: wie is de koper en wie
is de verkoper?
o Maar: transactiekosten (TAC) kunnen dit frustreren, stel:
€ 12.000 transactiekosten
Te betalen door degene die de transactie wil:
Als B lawaai mag maken:
Geen transactie nodig, want A is cheapest cost avoider
Dus dezelfde uitkomst als net: A isoleert
Als A recht heeft op stilte:
A mag produceren, dus € 100.000
B heeft keuze uit:
o Stoppen: € 0
o Produceren en schade A vergoeden: € 0
o Stillere machines: € 50.000
o A’s isolatie betalen. B wil door TAC maximaal € 38.000
betalen (anders > € 50.000 bij elkaar), maar A wil
€ 40.000 krijgen
o Transactie lukt niet, dus B koopt stillere machines
o Dus: als TAC groter zijn dan “ruilvoordeel”, lukt de transactie niet
o Dan heeft de rechtsregel dus wel invloed op wel of niet behalen van
wenselijke uitkomst
o Rol van het recht wordt dan groter:
Kies regel met laagste TAC (bijv. 1 vervuiler t.o.v. veel omwonenden)
Probeer TAC te verlagen (voorbeelden uit contractenrecht: algemene
voorwaarden; regelend recht)
Leg de oplossing dwingend op die partijen zouden hebben bereikt als
de TAC laag genoeg waren
Als A cheapest cost avoider is: A moet mate van hinder dulden
2
, Als B CCA is: B veroorzaakt hinder ex art. 5:37 en 6:162 BW
Lage transactiekosten: partijen komen er zelf uit
Hoge transactiekosten: rol van het recht wordt groter
Speltheorie
Speltheorie: beschrijven en voorspellen van gedrag in interactiesituatie
Voorbeelden spelers:
- Koper – verkoper
- Concurrerende bedrijven
- Werkgever – werknemer
Er wordt rekening gehouden met de reactie van de ander, bijvoorbeeld bij het bepalen van
de prijs
Proberen het beste resultaat te behalen
Onderscheid in:
- Simultaan spelmatrix
o Payoffs: getallen in de spelmatrix die de uitkomst omschrijven bij een keuze
- Sequentieel spelboom
Prisoners’ dilemma
- Beide spelers kiezen tegelijk (simultaan spel)
- Beide spelers hebben een dominante strategie
- De uitkomst is suboptimaal
Waarom heet het een prisoner’s dilemma:
- Beide spelers hebben een coöperatieve en een niet-coöperatieve strategie
- Individueel: dominante strategie voor niet-coöperatief gedrag
- Collectief leidt dit tot de slechtste uitkomst
- Coöperatief evenwicht was het beste geweest
- Ontsnappen is moeilijk (want er is onvoldoende vertrouwen, als de ander zich niet
aan de afspraken houdt is die beter af en ben jij slechter af)
Coördinatiespelen
- Regels coördineren bijv. waar mensen rijden op de weg, om het gedrag te sturen, dit
is wanneer er geen dominante strategie is
Spelboom:
- Een speler kiest eerst, andere speler kan keuze aanpassen op basis van de keuze van
de eerste speler
- Spelboom oplossen van achter naar voren (de tweede persoon die een keuze moet
maken, kijken welke keuze voor die persoon het beste is bij elke keuze van de eerste
persoon)
- First mover advantage: door als eerste te kiezen, kan persoon A de omstandigheden
van het spel bepalen
o Niet altijd gunstig om als eerste te kiezen, bijvoorbeeld als je steen-papier-
schaar speelt first mover disadvantage/second mover advantage
- Onzekerheid in de spelboom inbouwen (bijv. als het weer de keuzes beïnvloedt)
o Natuur als quasi speler, die kiest welke situatie zich zal voordoen
(bijvoorbeeld wel of geen file)
3
, Natuur kan met bepaalde kansen voor verschillende opties kiezen, en
die kansen kunnen afhangen van de situatie (kans van situatie 1 *
payoff + kans van situatie 2 * payoff = payoff van keuzemogelijkheid)
De natuur is dan een extra stap tussen de keuzes van A en B
Voor- en nadelen van gemeenschappelijk en privaat eigendom
Waarom eigendomsrechten?
- Zonder: recht van de sterkste afpakken en verdedigen
- Eigendomsrechten verlagen dus samenlevingskosten
- Belangrijk: tragedy of the commons:
o Commons: meent, gemeenschappelijke weidegrond
o Actor krijgt alle voordelen, maar nadelen worden verspreid over allen
o Dit leidt tot overgebruik en mogelijk uitputting van de bron verkeerde
gedragsprikkels
o Zolang er nog geen schaarste is, is er geen probleem
o Voorbeelden:
Koeien op een gemeenschappelijke weidegrond
Overbevissing van de oceanen
Vervuiling van lucht en water
Files op de openbare weg
Gemeenschappelijk eigendom – nadelen:
- Commons: gemeenschappelijk eigendom met vrij gebruik overgebruik
- Alternatief: gemeenschappelijk eigendom met gereguleerd gebruik
o Gemeenschap stelt regels voor gebruik op
o Kan overgebruik oplossen, maar:
Collectieve besluitvorming nodig
Controle nodig
Handhaving nodig
- Wat is beter? Vergelijk totale samenlevingskosten!
Andere problemen bij gemeenschappelijk eigendom met vrij gebruik (naast overgebruik):
- Suboptimale timing: bijv. te vroeg hout kappen of vis vangen uit angst dat ze anders
al omgekapt zijn of weg zijn door iemand anders
- Onderinvestering:
o Investeerder draagt alle kosten, maar moeten baten delen
o Liever free rider zijn
o Geen probleem als:
Het goed door de natuur wordt gemaakt
Baten vrijwel allemaal naar investeerder gaan
Dus:
- Vrij gebruik prikkelproblemen
- Gereguleerd gebruik kosten besluitvorming, handhaving, sanctionering
Private eigendomsrechten
- Creëren exclusiviteit: anderen uitsluiten
o Bijvoorbeeld meent opdelen in 10 private weilanden
o Kosten en baten bij dezelfde persoon betere gedragsprikkels
4
Filmpjes week 1
Pareto en Kaldor-Hicks
Pareto:
- Pareto-verbetering: verandering waarbij niemand erop achteruitgaat en tenminste 1
persoon erop vooruitgaat
o Voorbeeld: vrijwillige transactie zonder effecten voor derde
- Pareto-optimum: situatie van waaruit geen Pareto-verbeteringen mogelijk zijn
Kaldor-Hicks:
- KH-verbetering: verandering waarbij de winnaars de verliezers kunnen compenseren
- KH-optimum: situatie van waaruit geen KH-verbeteringen mogelijk zijn
- Voorbeeld:
o A: 100, B: 100 A: 200, B: 99
Geen Pareto-verbetering, omdat B er 1 op achteruitgaat
Wel een KH-verbetering, omdat A het verlies van B zou kunnen
compenseren en er zelf nog op vooruit zou gaan
o A: 100, B: 110 A: 110, B: 100
Neutraal, het verlies kan gecompenseerd worden maar dan is er niets
meer over
- Als je wel echt compenseert, wordt het een Pareto-verbetering (dan gaat 1 er op
vooruit en de ander houdt hetzelfde)
Coase-theorema
Kunnen partijen de negatieve externe effecten zelf oplossen?
Belangrijk idee: wederkerigheid van maatschappelijke kosten
- Bijv. een fabriek die voor milieuvervuiling zorgt, omwonenden hebben er last van
o De omwonenden hebben last van de fabriek en de fabriek heeft last van de
omwonenden
o Er moet een goede oplossing komen voor de beide partijen samen
- Niet: A veroorzaakt hinder voor B, maar: A en B hebben last van elkaar
- Als je A als veroorzaker ziet, zoek je daar ook de gedragsverandering
o Maar: misschien is de ander wel de “cheapest cost avoider”
o Dus: partijen hebben last van elkaar zoek de beste oplossing
- Voorbeeld: Arts (A) en Bakker (B)
o Bakker is aan het verbouwen waardoor de arts in de spreekkamer last heeft
van lawaai
o A en B: € 100.000 winst indien geen last van de ander
o A kan spreekkamer isoleren voor € 40.000
o B kan stillere machines kopen voor € 50.000
o Beste oplossing: A isoleert. Gezamenlijke welvaart € 100.000 + (€ 100.000 - €
40.000) = € 160.000
Coase: zonder transactiekosten komt die oplossing tot stand!
o Als B lawaai mag maken:
B mag produceren, dus € 100.000
A kan B niet tegenhouden, dus keuze tussen:
Stoppen: € 0
1
, Spreekkamer isoleren: € 100.000 - € 40.000 = € 60.000
oplossing komt tot stand
o Als A recht heeft op stilte:
A mag produceren, dus € 100.000
B heeft keuze uit:
Stoppen: € 0
Produceren en schade A vergoeden: € 100.000 - € 100.000 = €
0
Stillere machines: € 100.000 - € 50.000 = € 50.000
A’s isolatie betalen, A wil minimaal € 40.000 krijgen en B wil
max. € 50.000 betalen. Stel: € 45.000
Geen transactiekosten, dus gaat lukken!
o Dus bij afwezigheid transactiekosten:
Ongeacht inhoud van rechtsregel, wenselijke oplossing komt tot stand
Welvaart dus steeds € 160.000
Verdeling van welvaart verschilt wel:
A: € 60.000 B: € 100.000
A: € 105.000 B: € 55.000 (als A en B op € 45.000
uitkomen)
Rechten moeten wel duidelijk toebedeeld zijn: wie is de koper en wie
is de verkoper?
o Maar: transactiekosten (TAC) kunnen dit frustreren, stel:
€ 12.000 transactiekosten
Te betalen door degene die de transactie wil:
Als B lawaai mag maken:
Geen transactie nodig, want A is cheapest cost avoider
Dus dezelfde uitkomst als net: A isoleert
Als A recht heeft op stilte:
A mag produceren, dus € 100.000
B heeft keuze uit:
o Stoppen: € 0
o Produceren en schade A vergoeden: € 0
o Stillere machines: € 50.000
o A’s isolatie betalen. B wil door TAC maximaal € 38.000
betalen (anders > € 50.000 bij elkaar), maar A wil
€ 40.000 krijgen
o Transactie lukt niet, dus B koopt stillere machines
o Dus: als TAC groter zijn dan “ruilvoordeel”, lukt de transactie niet
o Dan heeft de rechtsregel dus wel invloed op wel of niet behalen van
wenselijke uitkomst
o Rol van het recht wordt dan groter:
Kies regel met laagste TAC (bijv. 1 vervuiler t.o.v. veel omwonenden)
Probeer TAC te verlagen (voorbeelden uit contractenrecht: algemene
voorwaarden; regelend recht)
Leg de oplossing dwingend op die partijen zouden hebben bereikt als
de TAC laag genoeg waren
Als A cheapest cost avoider is: A moet mate van hinder dulden
2
, Als B CCA is: B veroorzaakt hinder ex art. 5:37 en 6:162 BW
Lage transactiekosten: partijen komen er zelf uit
Hoge transactiekosten: rol van het recht wordt groter
Speltheorie
Speltheorie: beschrijven en voorspellen van gedrag in interactiesituatie
Voorbeelden spelers:
- Koper – verkoper
- Concurrerende bedrijven
- Werkgever – werknemer
Er wordt rekening gehouden met de reactie van de ander, bijvoorbeeld bij het bepalen van
de prijs
Proberen het beste resultaat te behalen
Onderscheid in:
- Simultaan spelmatrix
o Payoffs: getallen in de spelmatrix die de uitkomst omschrijven bij een keuze
- Sequentieel spelboom
Prisoners’ dilemma
- Beide spelers kiezen tegelijk (simultaan spel)
- Beide spelers hebben een dominante strategie
- De uitkomst is suboptimaal
Waarom heet het een prisoner’s dilemma:
- Beide spelers hebben een coöperatieve en een niet-coöperatieve strategie
- Individueel: dominante strategie voor niet-coöperatief gedrag
- Collectief leidt dit tot de slechtste uitkomst
- Coöperatief evenwicht was het beste geweest
- Ontsnappen is moeilijk (want er is onvoldoende vertrouwen, als de ander zich niet
aan de afspraken houdt is die beter af en ben jij slechter af)
Coördinatiespelen
- Regels coördineren bijv. waar mensen rijden op de weg, om het gedrag te sturen, dit
is wanneer er geen dominante strategie is
Spelboom:
- Een speler kiest eerst, andere speler kan keuze aanpassen op basis van de keuze van
de eerste speler
- Spelboom oplossen van achter naar voren (de tweede persoon die een keuze moet
maken, kijken welke keuze voor die persoon het beste is bij elke keuze van de eerste
persoon)
- First mover advantage: door als eerste te kiezen, kan persoon A de omstandigheden
van het spel bepalen
o Niet altijd gunstig om als eerste te kiezen, bijvoorbeeld als je steen-papier-
schaar speelt first mover disadvantage/second mover advantage
- Onzekerheid in de spelboom inbouwen (bijv. als het weer de keuzes beïnvloedt)
o Natuur als quasi speler, die kiest welke situatie zich zal voordoen
(bijvoorbeeld wel of geen file)
3
, Natuur kan met bepaalde kansen voor verschillende opties kiezen, en
die kansen kunnen afhangen van de situatie (kans van situatie 1 *
payoff + kans van situatie 2 * payoff = payoff van keuzemogelijkheid)
De natuur is dan een extra stap tussen de keuzes van A en B
Voor- en nadelen van gemeenschappelijk en privaat eigendom
Waarom eigendomsrechten?
- Zonder: recht van de sterkste afpakken en verdedigen
- Eigendomsrechten verlagen dus samenlevingskosten
- Belangrijk: tragedy of the commons:
o Commons: meent, gemeenschappelijke weidegrond
o Actor krijgt alle voordelen, maar nadelen worden verspreid over allen
o Dit leidt tot overgebruik en mogelijk uitputting van de bron verkeerde
gedragsprikkels
o Zolang er nog geen schaarste is, is er geen probleem
o Voorbeelden:
Koeien op een gemeenschappelijke weidegrond
Overbevissing van de oceanen
Vervuiling van lucht en water
Files op de openbare weg
Gemeenschappelijk eigendom – nadelen:
- Commons: gemeenschappelijk eigendom met vrij gebruik overgebruik
- Alternatief: gemeenschappelijk eigendom met gereguleerd gebruik
o Gemeenschap stelt regels voor gebruik op
o Kan overgebruik oplossen, maar:
Collectieve besluitvorming nodig
Controle nodig
Handhaving nodig
- Wat is beter? Vergelijk totale samenlevingskosten!
Andere problemen bij gemeenschappelijk eigendom met vrij gebruik (naast overgebruik):
- Suboptimale timing: bijv. te vroeg hout kappen of vis vangen uit angst dat ze anders
al omgekapt zijn of weg zijn door iemand anders
- Onderinvestering:
o Investeerder draagt alle kosten, maar moeten baten delen
o Liever free rider zijn
o Geen probleem als:
Het goed door de natuur wordt gemaakt
Baten vrijwel allemaal naar investeerder gaan
Dus:
- Vrij gebruik prikkelproblemen
- Gereguleerd gebruik kosten besluitvorming, handhaving, sanctionering
Private eigendomsrechten
- Creëren exclusiviteit: anderen uitsluiten
o Bijvoorbeeld meent opdelen in 10 private weilanden
o Kosten en baten bij dezelfde persoon betere gedragsprikkels
4