OHBOV18
Signaleren en handelen bij
alcoholontwenning: wat hebben
verpleegkundigen nodig?
Dorrith van Boheemen
E-mail:
Studentnummer:
Groep
Saxion Parttime School | Deventer
Docent:
E-mail:
Werkbegeleider 1:
E-mail:
Werkbegeleider 2:
E-mail:
Aantal woorden (exclusief
voorblad, samenvatting,
inhoudsopgave, literatuurlijst en
bijlagen): 5882
Inleverdatum: 08-06-2025
, Samenvatting
Alcoholafhankelijkheid is een veelvoorkomend probleem binnen de Geestelijke
Gezondheidszorg (GGZ). Naar schatting heeft 4% van de Nederlandse bevolking
een alcoholverslaving en is er bij 20 tot 50% van de patiënten binnen de GGZ
sprake van een dubbel diagnose, waarbij verslavingsproblematiek samengaat
met psychiatrische stoornissen (Leids Congres Bureau, 2024). Wanneer patiënten
abrupt stoppen met alcoholgebruik, kunnen ontwenningsverschijnselen optreden.
Deze klachten kunnen variëren van milde klachten zoals tremoren en angst, tot
ernstige complicaties zoals insulten, delirium tremens en het refeedingsyndroom
(Bolster, 2009; Van den Brink et al., 2022). Tegelijkertijd blijft de somatische zorg
binnen de GGZ onderbelicht. Lichamelijke klachten worden vaak pas laat
gesignaleerd, mede doordat de nadrukt ligt op psychiatrische klachten
(Middeldorp et al., 2015; Van der Voort, 2022).
Op de Spoed Medium Care (SMC) van Dimence worden regelmatig patiënten
opgenomen bij wie alcoholgebruik wordt gestaakt. Verpleegkundigen van deze
afdeling signaleren knelpunten in het herkennen en hanteren van
ontwenningsverschijnselen. Er ontbreekt een uniforme werkwijze, observatie-
instrumenten worden niet consequent toegepast en taakverdeling tussen
verpleegkundigen en behandelaren is onvoldoende duidelijk. Volgens Van Meijel
et al. (2020) voelen psychiatrisch verpleegkundigen zich vaak onzeker over hun
rol in de somatische zorg.
Het doel van dit onderzoek is om te achterhalen wat verpleegkundigen nodig
hebben om de lichamelijke gezondheid van patiënten met alcoholafhankelijkheid
beter te kunnen bewaken, ontwenningsklachten tijdig te signaleren en hierop
professioneel te handelen. Er is gekozen voor een kwalitatieve onderzoeksopzet,
bestaande uit literatuuronderzoek en semigestructureerde interviews met vijf
verpleegkundigen, een behandelaar en een verpleegkundige uit de
verslavingszorg. De literatuurstudie is systematisch opgezet op basis van de
PICO-methode en heeft geleid tot een overzicht van relevante richtlijnen en
interventies. De interviews zijn thematisch gecodeerd en geanalyseerd.
Uit de literatuur blijkt dat tijdige signalering en symptoomgestuurde toediening
van medicatie leidt tot minder medicatiegebruik, kortere opnameduur en minder
complicaties (Makdissi & Stewart, 203); Federatie Medisch Specialisten, 2012).
De Clinical Institute Withdrawal Assessment for Alcohol, Revised (CIWA-Ar) wordt
gezien als effectief observatie-instrument bij ontwenningsverschijnselen, mits
correct toegepast. Daarnaast wordt het gebruik van screeningsinstrumenten
zoals de Malnutrition Universal Screening Tool (MUST) en Delirium Observatie
Screening (DOS) aanbevolen voor het signaleren van ondervoeding en delier
(Bolster, 2009; Stichting Resultaten Scoren, 2017).
De interviews bevestigen dat deze kennis in de praktijk beperkt wordt toegepast.
Er is behoefte aan scholing, afspraken en vooral aan een praktisch hulpmiddel
dat overzicht en houvast biedt. De bestaande richtlijnen, zoals de Richtlijn
Detoxificatie psychoactieve middelen (Stichting Resultaten Scoren, 2017),
worden als ontoegankelijk en te theoretisch ervaren.
Op basis van de bevindingen is een stroomschema ontwikkeld dat
verpleegkundigen ondersteunt bij signalering, observatie en besluitvorming. Het
1