Werkcolleges Fiscaal Recht
Week 1
Formeel belastingrecht:
- Een belastingschuld is een publiekrechtelijke verbintenis uit de wet
- Belastingschulden ontstaan voortdurend doordat zich bij belastingplichtigen op enig
moment dan wel door tijdsverloop belastbare feiten voordoen
o Men spreekt in dit verband van het ontstaan van materiële belastingschuld
- De verplichting belasting te betalen ontstaat echter pas na formalisering van de
schuld
o Materiële belastingschulden moeten dus worden geformaliseerd om tot
belastingheffing te kunnen komen
- Belastingheffing heeft zich in hoge mate te houden aan wetten in formele zin, zoals
bijvoorbeeld de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen (AWR), de Invorderingswet en
de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
o Belastingrecht is immers onderdeel van het bestuursrecht
o T.a.v. de Awb geldt echter dat niet alle artikelen van toepassing zijn verklaard
op het belastingrecht
o De AWR wordt in het belastingrecht gezien als de lex specialis van de Awb (en
gaat dus voor)
Ofwel: als er in een wet een specifieke regeling is opgenomen (AWR)
over een onderwerp dat een algemene wet (Awb) ook regelt, gaat de
bijzondere wet voor op de algemene wet
De AWR bevat veel algemene bepalingen die voor elke materiële heffingswet van belang
zijn
- De verschillende heffingstechnieken (hIII en IV)
- De regels omtrent beboeting en fiscaal strafrecht (hVIIIA)
- Regels over rechtsbescherming van de belastingplichtige en het fiscale procesrecht
(hV)
Daarom m.b.t. de fiscale bezwaar- en beroepsprocedure altijd zowel de Awb als de AWR
bestuderen!
Vraag 1
Stelling I: De WOZ-waarde is niet alleen van belang voor de heffing van
onroerendezaakbelastingen, maar ook voor andere belastingen.
Stelling II: Bezwaar tegen de WOZ-waarde dient binnen 8 weken na dagtekening van de
WOZ-beschikking ingesteld te worden bij de gemeente.
Welk onderstaand antwoord is juist?
a. Stelling I is juist, stelling II is juist
b. Stelling I is juist, stelling II is onjuist
c. Stelling I is onjuist, stelling II is juist
d. Stelling I is onjuist, stelling II is onjuist
Stelling I juist, ook voor watersysteemheffing, inkomstenbelasting en erfbelasting
,Stelling II onjuist, volgens de Awb is dit 6 weken en de AWR wijkt hier niet van af, wel een
verschil tussen bekendmaking en dagtekening (art. 6:8 Awb, jo. Art. 22j AWR)
Vraag 2
Sjors en Layla (beiden 30 jaar) verhuizen op 1 januari 2025 naar hun nieuwe koopwoning in
Rotterdam. Op die datum schrijven ze zich ook in de gemeentelijke basisadministratie van
Rotterdam in. In 2024 zag hun leven er heel anders uit. Toen woonden zij in een huurhuis in
Den Haag. Zij stonden toen beiden ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie in
Den Haag. Zij zijn ongehuwd, hebben geen samenlevingscontract, hebben geen kinderen en
nemen niet deel aan een pensioenregeling.
Welk antwoord is voor de inkomstenbelasting correct ten aanzien van de bovenstaande
feiten?
a. Sjors en Layla zijn noch in 2024 noch in 2025 fiscale partners.
b. Sjors en Layla zijn fiscale partners in 2024, maar niet in 2025.
c. Sjors en Layla zijn fiscale partners in 2025, maar niet in 2024.
d. Sjors en Layla zijn zowel in 2024 als in 2025 fiscale partners.
Artikel 5a AWR partnerschap (echtgenoten, samenlevingscontract en hetzelfde
woonadres) geen partners in dit geval
Artikel 1.2 IB uitbreiding partnerschap
- Ingeschreven op hetzelfde adres
- Subjes met andere voorwaarden
o In dit geval sub d ze hebben samen een koopwoning gekocht
Vraag 3
- Mevrouw Dita heeft een jaar geleden een pensioenadviesbureau opgericht, waarvoor
ze 70 uur per week werkt (ze kan geen personeel vinden). Ze hoefde hiervoor
nauwelijks investeringen te doen: een computer en een internetaansluiting was
voldoende, het gaat de klanten om haar uitmuntende kennis en grote sociale
vaardigheden. De zaken gaan uitstekend.
- Marcus de Boer is gemeenteambtenaar. Hij ergert zich aan de hondenpoep die overal
op straat ligt. Al vier jaar werkt hij in zijn avonduren aan de ultieme oplossing voor dit
probleem. Deze oplossing heeft hij nog niet gevonden, maar hij is ervan overtuigd dat
dit op een goede dag zal lukken. Tot nu toe heeft dit hem ongeveer 4.000 Euro gekost.
- Verstraeten BV houdt zich al 40 jaar bezig met inzameling van bedrijfsafval. Het
bedrijf bezit 50 vuilnisauto’s en heeft 100 mensen in dienst. De winsten zijn jaarlijks
zeer hoog, in 2025 bedraagt de winst 400.000 Euro.
Welk van onderstaande stellingen is juist?
a. Mevrouw Dita, Marcus de Boer en Verstraeten BV zijn allemaal ondernemer in de zin van
de inkomstenbelasting
b. Mevrouw Dita en Verstraeten BV zijn ondernemer in de zin van de inkomstenbelasting
c. Mevrouw Dita is ondernemer in de zin van de inkomstenbelasting
d. Mevrouw Dita, Marcus de Boer en Verstraeten BV zijn allemaal geen ondernemer in de
zin van de inkomstenbelasting
, Alleen natuurlijke personen zijn belastingplichtig voor de inkomstenbelasting (art. 1.1 Wet
IB)
- Rechtspersonen betalen vennootschapsbelasting
Winst uit onderneming wordt genoten door ondernemers (art. 3.2 Wet IB) en
medegerechtigden (art. 3.3 Wet IB)
Art. 3.4 Wet IB betekenis ondernemer: de belastingplichtige voor rekening van wie een
onderneming wordt gedreven en die rechtstreeks wordt verbonden voor verbintenissen
betreffende die onderneming
- Natuurlijk persoon
- Onderneming
- Rechtstreeks wordt verbonden:
o Slechts de ondernemer is de persoon die tegenover zakelijke crediteuren
aansprakelijk is voor de ondernemingsschulden
o Een medegerechtigde is iemand die wel winst uit onderneming kan genieten,
maar geen ondernemer is (kan niet aansprakelijk zijn voor
ondernemingsschulden)
Jurisprudentie bepaalt wat een onderneming is:
- Duurzaam
- Kapitaal en arbeid
- Deelname aan het economisch verkeer
- Winstoogmerk (moet redelijkerwijs te verwachten zijn)
Mevrouw Dita: duurzame organisatie (ze wil het nog lang gaan doen), kapitaal en arbeid (ze
werkt zelf en ze heeft een computer en internet), deelname aan het economisch verkeer (ze
heeft klanten buiten haar eigen kring), winstoogmerk is redelijkerwijs te verwachten
Marcus de Boer: winst is nog niet te verwachten en hij is nog niet echt naar buiten getreden,
hij neemt nog niet deel aan het economisch verkeer
Verstraeten BV is geen ondernemer, het is een BV vennootschapsbelasting
Vraag 4
Pia Kruimel is werkzaam in de modebranche. In juli 2025 heeft zij het voornemen om een
eigen modewinkel te openen. Pia heeft hier echter te weinig geld voor. Zij besluit daarom
samen met Menno Kruimel (vader) een commanditaire vennootschap aan te gaan. Menno
brengt € 300.000 in en wordt commanditaire vennoot. Pia zal optreden als beherend
vennoot.
Hoe wordt Menno belast onder de Wet IB 2001?
a. Menno heeft recht op de zelfstandigenaftrek en de bosbouwvrijstelling.
b. Menno heeft recht op de zelfstandigenaftrek.
c. Menno heeft recht op de bosbouwvrijstelling.
d. Menno heeft geen recht op de zelfstandigenaftrek en de bosbouwvrijstelling.
Art. 3.76 Wet IB zelfstandigenaftrek
- “Ondernemer” + urencriterium Menno is medegerechtigde en dus geen
ondernemer, hij heeft geen recht op zelfstandigenaftrek
Art. 3.11 Wet IB bosbouwvrijstelling
Week 1
Formeel belastingrecht:
- Een belastingschuld is een publiekrechtelijke verbintenis uit de wet
- Belastingschulden ontstaan voortdurend doordat zich bij belastingplichtigen op enig
moment dan wel door tijdsverloop belastbare feiten voordoen
o Men spreekt in dit verband van het ontstaan van materiële belastingschuld
- De verplichting belasting te betalen ontstaat echter pas na formalisering van de
schuld
o Materiële belastingschulden moeten dus worden geformaliseerd om tot
belastingheffing te kunnen komen
- Belastingheffing heeft zich in hoge mate te houden aan wetten in formele zin, zoals
bijvoorbeeld de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen (AWR), de Invorderingswet en
de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
o Belastingrecht is immers onderdeel van het bestuursrecht
o T.a.v. de Awb geldt echter dat niet alle artikelen van toepassing zijn verklaard
op het belastingrecht
o De AWR wordt in het belastingrecht gezien als de lex specialis van de Awb (en
gaat dus voor)
Ofwel: als er in een wet een specifieke regeling is opgenomen (AWR)
over een onderwerp dat een algemene wet (Awb) ook regelt, gaat de
bijzondere wet voor op de algemene wet
De AWR bevat veel algemene bepalingen die voor elke materiële heffingswet van belang
zijn
- De verschillende heffingstechnieken (hIII en IV)
- De regels omtrent beboeting en fiscaal strafrecht (hVIIIA)
- Regels over rechtsbescherming van de belastingplichtige en het fiscale procesrecht
(hV)
Daarom m.b.t. de fiscale bezwaar- en beroepsprocedure altijd zowel de Awb als de AWR
bestuderen!
Vraag 1
Stelling I: De WOZ-waarde is niet alleen van belang voor de heffing van
onroerendezaakbelastingen, maar ook voor andere belastingen.
Stelling II: Bezwaar tegen de WOZ-waarde dient binnen 8 weken na dagtekening van de
WOZ-beschikking ingesteld te worden bij de gemeente.
Welk onderstaand antwoord is juist?
a. Stelling I is juist, stelling II is juist
b. Stelling I is juist, stelling II is onjuist
c. Stelling I is onjuist, stelling II is juist
d. Stelling I is onjuist, stelling II is onjuist
Stelling I juist, ook voor watersysteemheffing, inkomstenbelasting en erfbelasting
,Stelling II onjuist, volgens de Awb is dit 6 weken en de AWR wijkt hier niet van af, wel een
verschil tussen bekendmaking en dagtekening (art. 6:8 Awb, jo. Art. 22j AWR)
Vraag 2
Sjors en Layla (beiden 30 jaar) verhuizen op 1 januari 2025 naar hun nieuwe koopwoning in
Rotterdam. Op die datum schrijven ze zich ook in de gemeentelijke basisadministratie van
Rotterdam in. In 2024 zag hun leven er heel anders uit. Toen woonden zij in een huurhuis in
Den Haag. Zij stonden toen beiden ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie in
Den Haag. Zij zijn ongehuwd, hebben geen samenlevingscontract, hebben geen kinderen en
nemen niet deel aan een pensioenregeling.
Welk antwoord is voor de inkomstenbelasting correct ten aanzien van de bovenstaande
feiten?
a. Sjors en Layla zijn noch in 2024 noch in 2025 fiscale partners.
b. Sjors en Layla zijn fiscale partners in 2024, maar niet in 2025.
c. Sjors en Layla zijn fiscale partners in 2025, maar niet in 2024.
d. Sjors en Layla zijn zowel in 2024 als in 2025 fiscale partners.
Artikel 5a AWR partnerschap (echtgenoten, samenlevingscontract en hetzelfde
woonadres) geen partners in dit geval
Artikel 1.2 IB uitbreiding partnerschap
- Ingeschreven op hetzelfde adres
- Subjes met andere voorwaarden
o In dit geval sub d ze hebben samen een koopwoning gekocht
Vraag 3
- Mevrouw Dita heeft een jaar geleden een pensioenadviesbureau opgericht, waarvoor
ze 70 uur per week werkt (ze kan geen personeel vinden). Ze hoefde hiervoor
nauwelijks investeringen te doen: een computer en een internetaansluiting was
voldoende, het gaat de klanten om haar uitmuntende kennis en grote sociale
vaardigheden. De zaken gaan uitstekend.
- Marcus de Boer is gemeenteambtenaar. Hij ergert zich aan de hondenpoep die overal
op straat ligt. Al vier jaar werkt hij in zijn avonduren aan de ultieme oplossing voor dit
probleem. Deze oplossing heeft hij nog niet gevonden, maar hij is ervan overtuigd dat
dit op een goede dag zal lukken. Tot nu toe heeft dit hem ongeveer 4.000 Euro gekost.
- Verstraeten BV houdt zich al 40 jaar bezig met inzameling van bedrijfsafval. Het
bedrijf bezit 50 vuilnisauto’s en heeft 100 mensen in dienst. De winsten zijn jaarlijks
zeer hoog, in 2025 bedraagt de winst 400.000 Euro.
Welk van onderstaande stellingen is juist?
a. Mevrouw Dita, Marcus de Boer en Verstraeten BV zijn allemaal ondernemer in de zin van
de inkomstenbelasting
b. Mevrouw Dita en Verstraeten BV zijn ondernemer in de zin van de inkomstenbelasting
c. Mevrouw Dita is ondernemer in de zin van de inkomstenbelasting
d. Mevrouw Dita, Marcus de Boer en Verstraeten BV zijn allemaal geen ondernemer in de
zin van de inkomstenbelasting
, Alleen natuurlijke personen zijn belastingplichtig voor de inkomstenbelasting (art. 1.1 Wet
IB)
- Rechtspersonen betalen vennootschapsbelasting
Winst uit onderneming wordt genoten door ondernemers (art. 3.2 Wet IB) en
medegerechtigden (art. 3.3 Wet IB)
Art. 3.4 Wet IB betekenis ondernemer: de belastingplichtige voor rekening van wie een
onderneming wordt gedreven en die rechtstreeks wordt verbonden voor verbintenissen
betreffende die onderneming
- Natuurlijk persoon
- Onderneming
- Rechtstreeks wordt verbonden:
o Slechts de ondernemer is de persoon die tegenover zakelijke crediteuren
aansprakelijk is voor de ondernemingsschulden
o Een medegerechtigde is iemand die wel winst uit onderneming kan genieten,
maar geen ondernemer is (kan niet aansprakelijk zijn voor
ondernemingsschulden)
Jurisprudentie bepaalt wat een onderneming is:
- Duurzaam
- Kapitaal en arbeid
- Deelname aan het economisch verkeer
- Winstoogmerk (moet redelijkerwijs te verwachten zijn)
Mevrouw Dita: duurzame organisatie (ze wil het nog lang gaan doen), kapitaal en arbeid (ze
werkt zelf en ze heeft een computer en internet), deelname aan het economisch verkeer (ze
heeft klanten buiten haar eigen kring), winstoogmerk is redelijkerwijs te verwachten
Marcus de Boer: winst is nog niet te verwachten en hij is nog niet echt naar buiten getreden,
hij neemt nog niet deel aan het economisch verkeer
Verstraeten BV is geen ondernemer, het is een BV vennootschapsbelasting
Vraag 4
Pia Kruimel is werkzaam in de modebranche. In juli 2025 heeft zij het voornemen om een
eigen modewinkel te openen. Pia heeft hier echter te weinig geld voor. Zij besluit daarom
samen met Menno Kruimel (vader) een commanditaire vennootschap aan te gaan. Menno
brengt € 300.000 in en wordt commanditaire vennoot. Pia zal optreden als beherend
vennoot.
Hoe wordt Menno belast onder de Wet IB 2001?
a. Menno heeft recht op de zelfstandigenaftrek en de bosbouwvrijstelling.
b. Menno heeft recht op de zelfstandigenaftrek.
c. Menno heeft recht op de bosbouwvrijstelling.
d. Menno heeft geen recht op de zelfstandigenaftrek en de bosbouwvrijstelling.
Art. 3.76 Wet IB zelfstandigenaftrek
- “Ondernemer” + urencriterium Menno is medegerechtigde en dus geen
ondernemer, hij heeft geen recht op zelfstandigenaftrek
Art. 3.11 Wet IB bosbouwvrijstelling