HC 1 Macronutriënten: energie uit voeding en koolhydraten
Alle energie op aarde komt uit de zon.
Planten zetten zonlicht energie en CO2 om in zuurstof en glucose weer omgezet in
zetmeel als efficiënte opslagvorm, of met behulp van andere mineralen in eiwitten en
vetten.
Wij eten planten op chemische energie gebruiken voor lichaamsfuncties.
Metabolisme: omzetting stoffen
Anabolisme: opbouw van organische stoffen, energie wordt gebruikt
Katabolisme: afbraak van organische stoffen, afbraak van zetmeel tot glucose. Hierbij komt
energie vrij. Die wordt vervolgens opgeslagen in de vorm van ATP, wat gebruikt wordt voor
spieropbouw, dat is weer een anabool proces en dan is de cirkel weer rond.
Voeding is een belangrijke bouwstof/reguleringsstof.
Macronutriënten leveren energie, micronutriënten niet.
Koolhydraten: belangrijke energiebron
Eiwitten: leveren energie, belangrijk voor spieropbouw, belangrijk voor enzymen en
hormonen.
Vetten: belangrijke bouwstof (lichaamsvet), regulerende rol, sommige vitamines hebben vet
nodig voor opname. Dat zijn vitamine oplosbare vetten.
Vitamines: belangrijke regulerende functies
Mineralen: belangrijke bouwstof
Alcohol ontbreekt, is een toxische stof met duidelijk negatieve effecten.
Energie-inname in NL
Voedselconsumptiepeiling 2012-2016, 1-79 jaar:
Inname in NL is gemiddeld: 2192 kcal per dag
Mannen eten meer dan vrouwen, bewegen soms wat meer, hebben meer spiermassa.
35% uit vet, 45% koolhydraten, 15% eiwit, overig: 5,1%
Slide 8: Q1: chocola, Q2: banaan
Welke voedingsmiddelen dragen het meeste bij aan de energieconsumptie in NL? Brood,
granen, rijst & pasta
VCP:
Brood, granen, rijst & pasta: 23%
Zuivel: 15%
(Vleesproducten): 11%
Niet alcoholische dranken: 6%
Kilocalorie (kcal): energie (warmte) nodig om de temperatuur van een 1 kg water 1 graden
Celsius te doen stijgen. 1 kcal = 4,18 kJ