HOORCOLLEGE KENNISBASIS
Inhoudsopgave
Les 1 – 3 september............................................................................................................................. 2
Tijd van jagers & boeren..................................................................................................................... 2
Les 2 – 4 september............................................................................................................................. 3
Tijd van Grieken en Romeinen........................................................................................................... 3
Grieken............................................................................................................................................ 3
Les 3 – 10 september........................................................................................................................... 4
Tijd van Grieken en Romeinen........................................................................................................... 4
Romeinen........................................................................................................................................ 4
Les 4 – 11 september........................................................................................................................... 5
Tijd van Monniken en Ridders............................................................................................................ 5
Les 5 – 18 september........................................................................................................................... 6
Tijd van Steden en Staten................................................................................................................... 6
Les 6 – 18 september........................................................................................................................... 7
Tijd van de ontdekkers en hervormers................................................................................................ 7
Les 7 – 23 september........................................................................................................................... 9
Tijd van regenten en vorsten.............................................................................................................. 9
Les 8 – 27 september......................................................................................................................... 10
Tijd van pruiken en revoluties........................................................................................................... 10
Les 9 – 1 oktober................................................................................................................................ 12
Les 10 – 2 oktober.............................................................................................................................. 14
Les 11 – 8 oktober.............................................................................................................................. 15
Les 12 – 9 oktober.............................................................................................................................. 17
Les 13 – 15 oktober............................................................................................................................ 19
Les 14 – 16 oktober............................................................................................................................ 21
,LES 1 – 3 SEPTEMBER
TIJD VAN JAGERS & BOEREN
A. Levenswijze van jagers en verzamelaars foeragerende mensen
Het immuunsysteem van nu komt bij de neanderthaler vandaan.
Eerst dacht men dat het van 12 verschillende soorten homo’s afkwam.
De eerste mensen leefden ongeveer in de middel paleolithicum. De steentijd.
Jagen en verzamelen is niet hetzelfde als foerageren.
Nomadisch bestaan, rondtrekkende mensen en heel veel kennis van de natuur.
Rolpatronen niet ‘waar’. Het gaat om effectiviteit en niet op sekse zoals men eerder dacht.
Je hebt van deze tijd heel veel overblijfselen waar informatie vandaan gehaald kan worden.
Er is een vorm van begrafenissen in deze tijd spiritueel
B. Het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen
Landbouw ontstond per toeval.
Mensen trokken rond, komen toevallig op precies dezelfde plek terug en dan komt er
mogelijk het besef dat dit landbouw kan zijn. Op het moment dat je veel van die landbouw
plantten, bleef je op die plek (het is je eigen, dat wil je behouden).
Landbouw kun je onderdelen in akkerbouw & veeteelt.
Landbouw is domesticeren, eigen maken.
Sedentair bestaan, op dezelfde plek blijven wonen.
Mensen bouwen een heel systeem op.
Je hebt aardewerk en keramiek nodig, om dingen in te bewaren. Werktuigen ontstaan ook.
Zout ontstaat nabij Hallstatt.
Goud komt uit Ierland. Dit goud werd ontdekt doordat het grafgiften waren. Mensen werden
ermee begraven hadden ze misschien wel in het naleven nodig. Dit interpreteren wij.
De mens gaat door toevoegingen van materialen de landbouw veranderen naar eigen.
De mens werd niet per se intelligenter, maar de kennis nam toe. Deze kennis nam ook wel
af, omdat ze nu niet meer rondtrekken (de natuur).
Bij de landbouw samenleving kwam 15% voor uit het beschermen van eigendom.
C. Het ontstaan van de eerste stedelijke samenlevingen
Natuurlijke omstandigheden bepalen het ontstaan van de dorpen en steden.
Een van de eerste landbouwsamenleving die uitgroeit tot een stad zijn Catal Hoyuk.
Aanname is dat de boer de leider of het voorbeeld was in een opkomende stad.
De leefruimte werd steeds kleiner.
De woningen worden steeds steviger.
Er ontstaan grote steden mensen trekken daarnaartoe Urbanisatie.
Daardoor komen er hogere landbouw opbrengsten, want meer mensen.
Nieuwe middelen van bestaan komen. Mensen gaan zich specialiseren. Er komen steeds
meer beroepen. Er komt een verschil in macht en status. De een heeft meer te zeggen dan
anderen.
Bestuur haalt al het eten op, gaat dit verdelen.
Al dit werd bijgehouden het schrift ontstaat, spijkerschrift (hebben de Soemeriërs bedacht)
De Egyptenaren bedenken het hiërogliefenschrift.
Om alle regels bij te houden (en de wetten) bedenkt men een Wetboek. De eerste is het
Wetboek van Hammoerabi (ong. 1796-1750v.Chr.)
, LES 2 – 4 SEPTEMBER
TIJD VAN GRIEKEN EN ROMEINEN
GRIEKEN
A. Aegeïsche beschavingen
Godenwereld = mythologie
Begin Griekse geschiedenis 3000 v.Chr.
Minoïsche beschaving 3000 v.Chr. 1200 v.Chr.
Eerste vorm van schrift – hiërogliefen
Veel handel
Myceense beschaving 1400 v.Chr. – 1200 v.Chr. Mycene!
Maakten veel gebruik van brons
Hadden connecties met Kreta
Ongeveer 1200 ineenstorting van de Aegeische beschavingen
Er is een oorzaak maar men weet niet precies wat
Vulkaanuitbarsting
Hongersnood
Invallen
Tussen 1100 v.Chr. tot 800 v.Chr. donkere eeuwen er is niet veel hierover bekend
(opgeschreven)
B. Archaïsche periode
Van 800 v.Chr. tot 500 v.Chr.
Eerste alleenstaande beelden, hebben een eeuwige glimlach
Alle bevolkingen hadden een gemeenschappelijke cultuur, taal en gewoonten
Ontstaan van polis (stad) Sparta, Athene
Allen hadden een eigen politiek, vooral monarchie, oligarchie en aristocratie
Olympische spelen voor de goden
Grieken steken de zee over, stichten ook land in het nu Turkije
Perzische volk tegen de Grieken
Perzische oorlogen 499 v.Chr. tot 449 v.Chr.
Deze oorlogen zijn gewonnen door de Grieken.
Athene en Sparta hebben onderling conflict.
Er ontstaat een Gouden eeuw van Athene.
Wederopbouw van Akropolis dit werd de tijd van de klassieke kunst.
Beeldhouwkunst = realistisch, geïdealiseerd, contrapposte en gemaakt van brons
Bouwkunst = zuilen stijlen Dorisch, Ionisch en Korinthisch
Sparta wint uiteindelijk, dit betekent einde van de democratie
Macedonië is in Pella ontstaan, midden in Griekenland
Filips II van Macedonië is de vader van Alexander de Grote
Hellenistische periode het rijk van Alexander de Grote werd opgesplitst onder 4
generaals.
Hellenisme is het verspreiden van de Griekse culturenkunst en taal.
Inhoudsopgave
Les 1 – 3 september............................................................................................................................. 2
Tijd van jagers & boeren..................................................................................................................... 2
Les 2 – 4 september............................................................................................................................. 3
Tijd van Grieken en Romeinen........................................................................................................... 3
Grieken............................................................................................................................................ 3
Les 3 – 10 september........................................................................................................................... 4
Tijd van Grieken en Romeinen........................................................................................................... 4
Romeinen........................................................................................................................................ 4
Les 4 – 11 september........................................................................................................................... 5
Tijd van Monniken en Ridders............................................................................................................ 5
Les 5 – 18 september........................................................................................................................... 6
Tijd van Steden en Staten................................................................................................................... 6
Les 6 – 18 september........................................................................................................................... 7
Tijd van de ontdekkers en hervormers................................................................................................ 7
Les 7 – 23 september........................................................................................................................... 9
Tijd van regenten en vorsten.............................................................................................................. 9
Les 8 – 27 september......................................................................................................................... 10
Tijd van pruiken en revoluties........................................................................................................... 10
Les 9 – 1 oktober................................................................................................................................ 12
Les 10 – 2 oktober.............................................................................................................................. 14
Les 11 – 8 oktober.............................................................................................................................. 15
Les 12 – 9 oktober.............................................................................................................................. 17
Les 13 – 15 oktober............................................................................................................................ 19
Les 14 – 16 oktober............................................................................................................................ 21
,LES 1 – 3 SEPTEMBER
TIJD VAN JAGERS & BOEREN
A. Levenswijze van jagers en verzamelaars foeragerende mensen
Het immuunsysteem van nu komt bij de neanderthaler vandaan.
Eerst dacht men dat het van 12 verschillende soorten homo’s afkwam.
De eerste mensen leefden ongeveer in de middel paleolithicum. De steentijd.
Jagen en verzamelen is niet hetzelfde als foerageren.
Nomadisch bestaan, rondtrekkende mensen en heel veel kennis van de natuur.
Rolpatronen niet ‘waar’. Het gaat om effectiviteit en niet op sekse zoals men eerder dacht.
Je hebt van deze tijd heel veel overblijfselen waar informatie vandaan gehaald kan worden.
Er is een vorm van begrafenissen in deze tijd spiritueel
B. Het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen
Landbouw ontstond per toeval.
Mensen trokken rond, komen toevallig op precies dezelfde plek terug en dan komt er
mogelijk het besef dat dit landbouw kan zijn. Op het moment dat je veel van die landbouw
plantten, bleef je op die plek (het is je eigen, dat wil je behouden).
Landbouw kun je onderdelen in akkerbouw & veeteelt.
Landbouw is domesticeren, eigen maken.
Sedentair bestaan, op dezelfde plek blijven wonen.
Mensen bouwen een heel systeem op.
Je hebt aardewerk en keramiek nodig, om dingen in te bewaren. Werktuigen ontstaan ook.
Zout ontstaat nabij Hallstatt.
Goud komt uit Ierland. Dit goud werd ontdekt doordat het grafgiften waren. Mensen werden
ermee begraven hadden ze misschien wel in het naleven nodig. Dit interpreteren wij.
De mens gaat door toevoegingen van materialen de landbouw veranderen naar eigen.
De mens werd niet per se intelligenter, maar de kennis nam toe. Deze kennis nam ook wel
af, omdat ze nu niet meer rondtrekken (de natuur).
Bij de landbouw samenleving kwam 15% voor uit het beschermen van eigendom.
C. Het ontstaan van de eerste stedelijke samenlevingen
Natuurlijke omstandigheden bepalen het ontstaan van de dorpen en steden.
Een van de eerste landbouwsamenleving die uitgroeit tot een stad zijn Catal Hoyuk.
Aanname is dat de boer de leider of het voorbeeld was in een opkomende stad.
De leefruimte werd steeds kleiner.
De woningen worden steeds steviger.
Er ontstaan grote steden mensen trekken daarnaartoe Urbanisatie.
Daardoor komen er hogere landbouw opbrengsten, want meer mensen.
Nieuwe middelen van bestaan komen. Mensen gaan zich specialiseren. Er komen steeds
meer beroepen. Er komt een verschil in macht en status. De een heeft meer te zeggen dan
anderen.
Bestuur haalt al het eten op, gaat dit verdelen.
Al dit werd bijgehouden het schrift ontstaat, spijkerschrift (hebben de Soemeriërs bedacht)
De Egyptenaren bedenken het hiërogliefenschrift.
Om alle regels bij te houden (en de wetten) bedenkt men een Wetboek. De eerste is het
Wetboek van Hammoerabi (ong. 1796-1750v.Chr.)
, LES 2 – 4 SEPTEMBER
TIJD VAN GRIEKEN EN ROMEINEN
GRIEKEN
A. Aegeïsche beschavingen
Godenwereld = mythologie
Begin Griekse geschiedenis 3000 v.Chr.
Minoïsche beschaving 3000 v.Chr. 1200 v.Chr.
Eerste vorm van schrift – hiërogliefen
Veel handel
Myceense beschaving 1400 v.Chr. – 1200 v.Chr. Mycene!
Maakten veel gebruik van brons
Hadden connecties met Kreta
Ongeveer 1200 ineenstorting van de Aegeische beschavingen
Er is een oorzaak maar men weet niet precies wat
Vulkaanuitbarsting
Hongersnood
Invallen
Tussen 1100 v.Chr. tot 800 v.Chr. donkere eeuwen er is niet veel hierover bekend
(opgeschreven)
B. Archaïsche periode
Van 800 v.Chr. tot 500 v.Chr.
Eerste alleenstaande beelden, hebben een eeuwige glimlach
Alle bevolkingen hadden een gemeenschappelijke cultuur, taal en gewoonten
Ontstaan van polis (stad) Sparta, Athene
Allen hadden een eigen politiek, vooral monarchie, oligarchie en aristocratie
Olympische spelen voor de goden
Grieken steken de zee over, stichten ook land in het nu Turkije
Perzische volk tegen de Grieken
Perzische oorlogen 499 v.Chr. tot 449 v.Chr.
Deze oorlogen zijn gewonnen door de Grieken.
Athene en Sparta hebben onderling conflict.
Er ontstaat een Gouden eeuw van Athene.
Wederopbouw van Akropolis dit werd de tijd van de klassieke kunst.
Beeldhouwkunst = realistisch, geïdealiseerd, contrapposte en gemaakt van brons
Bouwkunst = zuilen stijlen Dorisch, Ionisch en Korinthisch
Sparta wint uiteindelijk, dit betekent einde van de democratie
Macedonië is in Pella ontstaan, midden in Griekenland
Filips II van Macedonië is de vader van Alexander de Grote
Hellenistische periode het rijk van Alexander de Grote werd opgesplitst onder 4
generaals.
Hellenisme is het verspreiden van de Griekse culturenkunst en taal.