Beco toetsweek 2.
H6.1
Op de effectenbeurs worden aan en verkopen van aandelen, obligaties en financiële opties verkocht.
Effecten zijn waardepapieren van bijv: aandelen, obligaties.. Provisie is het bedrag voor de
bemiddelingskosten bij het kopen of verkopen van aandelen. De ondernemer neemt contact op met
een vergunninghouder en hij regelt de (ver)koop.
Als belegger effecten wilt kopen kan hij orders geven:
Limietorder is dat er een maximale koopprijs is of een minimale verkoopprijs is. Kans niet uitgevoerd
Market order is er geen limiet. De opdracht wordt zeker uitgevoerd
Bij stop loss order wordt het aandeel verkocht als het onder bepaalde waarde daalt. Belegger
voorkomt groot verlies bij grote daling waarde.
Een index is een gezamenlijke prestatie van een verzameling aandelenfondsen. Bekende indices zijn:
AEX-index, Dow Jones index.
6.2
Een aandeel is het bewijs van deelname in het eigen vermogen van een bv/nv en de nominale
waarde is het bedrag dat op het aandeel staat. De koerswaarde is het bedrag dat je voor het aandeel
moet betalen als je het wilt kopen. De emissiekoers is de door de onderneming een vastgestelde prijs
waartegen beleggers nieuwe aandelen kunnen kopen. Dividend is een uitkering uit de winst voor
aandeelhouders. Het dividendrendement bereken je als dividend/aandelenkoers × 100%.
Waardestijging van de aandelen laat de koerswinst zien. Koerswijzigingen van aandelen treden op
door:
toekomstverwachtingen;
mogelijke fusie/overname;
nationale en internationale (economische) ontwikkelingen; hoge olieprijs lage
koersontwikkeling
verandering van de rentestand.
Verlies leidt/ nieuw product aan zal slaan
Het koersrendement bereken je als (verkoopkoers – aankoopkoers)/aankoopkoers × 100%.
Aandelenrendement is de dividendrendement + koersrendement
6.3
Een obligatielening is een lening die in meerdere delen betaald wordt ipv in 1 keer op lange termijn.
Een obligatie is een bewijs van deelname in een obligatielening. Aflossing van de obligatielening
gebeurt vaak aan het einde van de looptijd maar het kan ook in gedeeltelijke aflossing dmv uitloting
en het inkopen van eigen obligaties. Bij uitloting worden obligaties in jaren afgelost. Obligatie bestaat
uit mantel is het officiële schuldbewijs met belangrijkste gegevens en couponblad bestaat uit
coupons die recht geven op rentevergoeding
De koers van de obligatie geeft aan welke prijs wordt betaald voor de obligatie, deze wordt vaak
vermeld als percentage van de nominale waarde. De koers van staatsobligatie wordt vooral bepaald
door de huidige marktrente: zo kun je de netto contante waarde van alle toekomstige betalingen
(rente en aflossing) berekenen. Het couponrendement geeft de verhouding tussen nominale rente en
de koers van de obligatie aan.
Bij daling rentestand minder aantrekkelijk te beleggen in nieuwe (obligatie) leningen omdat je dan
weinig rente ontvangt. Bij daling rentestand meer in aandelen beleggen waardoor aandelenkoersen
stijgen. Voor belegger is rendement van obligatie betrekkerlijk laag, ook risico laag
, Overeenkomsten aandelen en obligaties voor de belegger:
Zijn vermogenstitels waarin belegd kan worden
Kun je via de effectenbeurs kopen en verkopen
Verschillen aandelen en obligaties voor de belegger:
Een aandeel is bewijs van mede-eigendom in een bv/nv en een obligatie is een schuldbewijs
Obligaties (tijdelijk vermogen) worden afgelost en aandelen zijn onderdeel van eigen
vermogen (permanent vermogen)
Bij faillissement hebben obligatiehouders voorrang op aandeelhouders
Het koersrisico bij aandelen si groter dan bij obligaties. Bij aandelen is koers afhankelijk van
de winstverwachtingen bij obligaties koers vooral afhankelijk van de rente
Dividenduitkering is bij aandelen niet vast. Bij obligaties is vaste rentevergoeding
Kans op hoog rendement is bij aandelen veel groter dan bij obligaties
Een converteerbare obligatie geeft het recht om deze in aandelen om te wisselen (meestal tegen
bijbetaling).
Risicospreiding bereik je door te beleggen in verschillende soorten effecten en/of spaargelden van
verschillende ondernemingen en overheden.
Een beleggingsfonds is een fonds waarin beleggers met vergelijkbare beleggingsdoelen geld inleggen
om vervolgens te beleggen in bepaalde mix van aandelen, obligaties, contanten, vastgoed enzovoort.
Als we sparen in vreemde valuta of aandelen en om obligaties in vreemde valuta kopen, is er naast
de gewone risico's ook een valutarisico.
6.3
Derivaten zijn afgeleide producten, zoals bijvoorbeeld aandelenopties. Met een optie heeft de koper
het recht om ‘iets’ te kopen of te verkopen tegen een vooraf vastgestelde prijs (uitoefenprijs)
gedurende een bepaalde termijn of op een vastgestelde datum. Het verkopen van een optie is een
optie schrijven.
Opties Amerikaanse stijl mogen uitgeoefend worden tot en met de afloopdatum (expiratiedatum).
Ook vindt er fysieke levering plaats, de aandelen worden bij uitoefening geleverd.
Opties Europese stijl mogen alleen worden uitgeoefend op de afloopdatum. Bij uitoefening wordt
niet fysiek geleverd, maar wordt in geld afgerekend.
Er is een hefboomeffect van opties. Bij beleggen in aandelen is de inleg (het geïnvesteerde bedrag in
de belegging) veel groter dan bij beleggen in opties. Daardoor kan het rendement (positief en
negatief) van beleggen in opties veel hoger zijn dan dat van beleggen in aandelen. Rendement =
winst/inleg x 100%.
Bij een calloptie heeft de eigenaar/koper het recht om een onderliggende waarde te kopen tegen
een vooraf vastgestelde prijs gedurende een bepaalde termijn of op een vastgestelde datum. Een
putoptie geeft de eigenaar/koper het recht om een onderliggende waarde te verkopen tegen een
vooraf vastgestelde prijs gedurende een bepaalde termijn of op een vastgestelde datum.
Wanneer de uitoefenprijs van een optie gelijk is aan de huidige beurskoers spreken we van de optie
at-the-money, als bij uitoefening de opbrengst positief is, in-the-money en bij negatief: out-of-the-
money.
De intrinsieke waarde van een optie is de waarde van de optie bij onmiddellijke uitoefening.
De verwachtingswaarde van een optie is het verschil tussen de huidige optieprijs en de intrinsieke
waarde. De verwachtingswaarde is nooit negatief, maar gaat naar € 0 op de afloopdatum.
De belangrijkste prijsbepalende factoren van een optie zijn de beurskoers, uitoefenprijs van het
onderliggende aandeel, de looptijd van de optie (afloopdatum) en de volatiliteit van het
onderliggende aandeel. Volatiliteit is de bewegelijkheid. Als een aandeel niet of nauwelijks volatiel is,
zijn er geen grote schommelingen in de beurskoers.
H6.1
Op de effectenbeurs worden aan en verkopen van aandelen, obligaties en financiële opties verkocht.
Effecten zijn waardepapieren van bijv: aandelen, obligaties.. Provisie is het bedrag voor de
bemiddelingskosten bij het kopen of verkopen van aandelen. De ondernemer neemt contact op met
een vergunninghouder en hij regelt de (ver)koop.
Als belegger effecten wilt kopen kan hij orders geven:
Limietorder is dat er een maximale koopprijs is of een minimale verkoopprijs is. Kans niet uitgevoerd
Market order is er geen limiet. De opdracht wordt zeker uitgevoerd
Bij stop loss order wordt het aandeel verkocht als het onder bepaalde waarde daalt. Belegger
voorkomt groot verlies bij grote daling waarde.
Een index is een gezamenlijke prestatie van een verzameling aandelenfondsen. Bekende indices zijn:
AEX-index, Dow Jones index.
6.2
Een aandeel is het bewijs van deelname in het eigen vermogen van een bv/nv en de nominale
waarde is het bedrag dat op het aandeel staat. De koerswaarde is het bedrag dat je voor het aandeel
moet betalen als je het wilt kopen. De emissiekoers is de door de onderneming een vastgestelde prijs
waartegen beleggers nieuwe aandelen kunnen kopen. Dividend is een uitkering uit de winst voor
aandeelhouders. Het dividendrendement bereken je als dividend/aandelenkoers × 100%.
Waardestijging van de aandelen laat de koerswinst zien. Koerswijzigingen van aandelen treden op
door:
toekomstverwachtingen;
mogelijke fusie/overname;
nationale en internationale (economische) ontwikkelingen; hoge olieprijs lage
koersontwikkeling
verandering van de rentestand.
Verlies leidt/ nieuw product aan zal slaan
Het koersrendement bereken je als (verkoopkoers – aankoopkoers)/aankoopkoers × 100%.
Aandelenrendement is de dividendrendement + koersrendement
6.3
Een obligatielening is een lening die in meerdere delen betaald wordt ipv in 1 keer op lange termijn.
Een obligatie is een bewijs van deelname in een obligatielening. Aflossing van de obligatielening
gebeurt vaak aan het einde van de looptijd maar het kan ook in gedeeltelijke aflossing dmv uitloting
en het inkopen van eigen obligaties. Bij uitloting worden obligaties in jaren afgelost. Obligatie bestaat
uit mantel is het officiële schuldbewijs met belangrijkste gegevens en couponblad bestaat uit
coupons die recht geven op rentevergoeding
De koers van de obligatie geeft aan welke prijs wordt betaald voor de obligatie, deze wordt vaak
vermeld als percentage van de nominale waarde. De koers van staatsobligatie wordt vooral bepaald
door de huidige marktrente: zo kun je de netto contante waarde van alle toekomstige betalingen
(rente en aflossing) berekenen. Het couponrendement geeft de verhouding tussen nominale rente en
de koers van de obligatie aan.
Bij daling rentestand minder aantrekkelijk te beleggen in nieuwe (obligatie) leningen omdat je dan
weinig rente ontvangt. Bij daling rentestand meer in aandelen beleggen waardoor aandelenkoersen
stijgen. Voor belegger is rendement van obligatie betrekkerlijk laag, ook risico laag
, Overeenkomsten aandelen en obligaties voor de belegger:
Zijn vermogenstitels waarin belegd kan worden
Kun je via de effectenbeurs kopen en verkopen
Verschillen aandelen en obligaties voor de belegger:
Een aandeel is bewijs van mede-eigendom in een bv/nv en een obligatie is een schuldbewijs
Obligaties (tijdelijk vermogen) worden afgelost en aandelen zijn onderdeel van eigen
vermogen (permanent vermogen)
Bij faillissement hebben obligatiehouders voorrang op aandeelhouders
Het koersrisico bij aandelen si groter dan bij obligaties. Bij aandelen is koers afhankelijk van
de winstverwachtingen bij obligaties koers vooral afhankelijk van de rente
Dividenduitkering is bij aandelen niet vast. Bij obligaties is vaste rentevergoeding
Kans op hoog rendement is bij aandelen veel groter dan bij obligaties
Een converteerbare obligatie geeft het recht om deze in aandelen om te wisselen (meestal tegen
bijbetaling).
Risicospreiding bereik je door te beleggen in verschillende soorten effecten en/of spaargelden van
verschillende ondernemingen en overheden.
Een beleggingsfonds is een fonds waarin beleggers met vergelijkbare beleggingsdoelen geld inleggen
om vervolgens te beleggen in bepaalde mix van aandelen, obligaties, contanten, vastgoed enzovoort.
Als we sparen in vreemde valuta of aandelen en om obligaties in vreemde valuta kopen, is er naast
de gewone risico's ook een valutarisico.
6.3
Derivaten zijn afgeleide producten, zoals bijvoorbeeld aandelenopties. Met een optie heeft de koper
het recht om ‘iets’ te kopen of te verkopen tegen een vooraf vastgestelde prijs (uitoefenprijs)
gedurende een bepaalde termijn of op een vastgestelde datum. Het verkopen van een optie is een
optie schrijven.
Opties Amerikaanse stijl mogen uitgeoefend worden tot en met de afloopdatum (expiratiedatum).
Ook vindt er fysieke levering plaats, de aandelen worden bij uitoefening geleverd.
Opties Europese stijl mogen alleen worden uitgeoefend op de afloopdatum. Bij uitoefening wordt
niet fysiek geleverd, maar wordt in geld afgerekend.
Er is een hefboomeffect van opties. Bij beleggen in aandelen is de inleg (het geïnvesteerde bedrag in
de belegging) veel groter dan bij beleggen in opties. Daardoor kan het rendement (positief en
negatief) van beleggen in opties veel hoger zijn dan dat van beleggen in aandelen. Rendement =
winst/inleg x 100%.
Bij een calloptie heeft de eigenaar/koper het recht om een onderliggende waarde te kopen tegen
een vooraf vastgestelde prijs gedurende een bepaalde termijn of op een vastgestelde datum. Een
putoptie geeft de eigenaar/koper het recht om een onderliggende waarde te verkopen tegen een
vooraf vastgestelde prijs gedurende een bepaalde termijn of op een vastgestelde datum.
Wanneer de uitoefenprijs van een optie gelijk is aan de huidige beurskoers spreken we van de optie
at-the-money, als bij uitoefening de opbrengst positief is, in-the-money en bij negatief: out-of-the-
money.
De intrinsieke waarde van een optie is de waarde van de optie bij onmiddellijke uitoefening.
De verwachtingswaarde van een optie is het verschil tussen de huidige optieprijs en de intrinsieke
waarde. De verwachtingswaarde is nooit negatief, maar gaat naar € 0 op de afloopdatum.
De belangrijkste prijsbepalende factoren van een optie zijn de beurskoers, uitoefenprijs van het
onderliggende aandeel, de looptijd van de optie (afloopdatum) en de volatiliteit van het
onderliggende aandeel. Volatiliteit is de bewegelijkheid. Als een aandeel niet of nauwelijks volatiel is,
zijn er geen grote schommelingen in de beurskoers.