Management Accounting P3
Basisboek Bedrijfseconomie
Hoofdstuk 11.1 Vaste en variabele kosten
Variabele kosten veranderen als de productie varieert.
Proportioneel variabele kosten als de kosten evenredig variëren met de omvang van
de productie.
Degressief variabele kosten de kosten nemen minder sterk toe dan de productie
(bij laag niveau wordt productie opgevoerd).
Progressief variabele kosten de kosten nemen sterker toe dan de productie (bij
zeer hoge productieomvang).
Vaste of constante kosten veranderen niet als de productie varieert.
Een stijging of daling van het niveau van de vaste kosten is ook afhankelijk van de voor
de onderneming relevante productie-interval naarmate productiemiddelen minder
deelbaar zijn, blijven de hieraan verbonden kosten over een groter deel van de productie
op hetzelfde niveau, waardoor er minder kostenniveaus zullen voorkomen.
Trapsgewijs variabele kosten kosten die in een beperkt productie interval constant
zijn en stijgen boven dat interval naar een nieuw niveau. Bijvoorbeeld: bij 0 tot 4000
producten moet 1 container geplaatst worden, bij 4000 – 8000 producten moeten 2
containers geplaatst worden.
Totale kosten variabele + constante kosten
Gemengde kosten kosten die gedeeltelijk vast en gedeeltelijk variabel zijn.
Variabele kosten per product uitrekenen:
Kosten bij hoogste productie – kosten bij laagste productie
= hoogste productie V – laagste productie V
(200.000 – 95.000) = (5000v – 1500v)
150.000 = 3500v
V = 150..500 = €30 variabele kosten per product.
Hoofdstuk 11.2 Break-evenanalyse
Break-evenafzet constante kosten / contributiemarge of dekkingsbijdrage
Contributiemarge of deekingsbijdrage verkoopprijs – variabele kosten per stuk
Break-evenomzet BEA x verkoopprijs
, Met behulp van een break-evenanalyse kan veelal een antwoord worden gegeven op:
Welke gevolgen heeft een wijziging van de verkoopprijs?
Wat is de invloed van een toename van de vaste kosten?
Welke consequenties heeft een andere productiemethode?
Hoe groot moet de afzet zijn om een bepaalde winst te realiseren?
De berekening bij de vraag hoeveel stuks er verkocht moeten worden bij een bepaald
bedrag aan winst. De gewenste winst wordt dan bij de constante kosten opgeteld:
Constante kosten + gewenste winst / dekkingsbijdrage
Bij ondernemingen met een uitgebreid assortiment artikelen is het niet mogelijk om een
break-evenafzet te bepalen. Alleen de break-evenomzet is van belang. Om deze te
kunnen berekenen is het noodzakelijk om de gemiddelde (bruto)marge in procenten van
de omzet te kennen, in plaats van een dekkingsbijdrage in euro’s per productsoort:
Brutomarge =
percentage waarmee de inkoopprijs wordt verhoogd tot verkoopprijs / dat + 100
Veiligheidsmarge geeft het percentage aan waarmee de omzet of afzet maximaal mag
afnemen om niet onder het break-evenniveau te komen:
(Begrote omzet – break-evenomzet) / begrote omzet x 100%
= het percentage wat de omzet mag dalen tot het bij het break-evenpunt is.
Hoofdstuk 11.3 De hefboomwerking van de kostenstructuur
Hefboomwerking van de kostenstructuur wanneer er een verandering optreedt in
bijvoorbeeld de productiemethode waardoor de kostenstructuur een verandering
ondergaat.
Indifferentiepunt het productievolume, waarbij het uit kostenoverwegingen niet
uitmaakt of de bestaande dan wel nieuwe machine of methode wordt gebruikt.
Basisboek Bedrijfseconomie
Hoofdstuk 11.1 Vaste en variabele kosten
Variabele kosten veranderen als de productie varieert.
Proportioneel variabele kosten als de kosten evenredig variëren met de omvang van
de productie.
Degressief variabele kosten de kosten nemen minder sterk toe dan de productie
(bij laag niveau wordt productie opgevoerd).
Progressief variabele kosten de kosten nemen sterker toe dan de productie (bij
zeer hoge productieomvang).
Vaste of constante kosten veranderen niet als de productie varieert.
Een stijging of daling van het niveau van de vaste kosten is ook afhankelijk van de voor
de onderneming relevante productie-interval naarmate productiemiddelen minder
deelbaar zijn, blijven de hieraan verbonden kosten over een groter deel van de productie
op hetzelfde niveau, waardoor er minder kostenniveaus zullen voorkomen.
Trapsgewijs variabele kosten kosten die in een beperkt productie interval constant
zijn en stijgen boven dat interval naar een nieuw niveau. Bijvoorbeeld: bij 0 tot 4000
producten moet 1 container geplaatst worden, bij 4000 – 8000 producten moeten 2
containers geplaatst worden.
Totale kosten variabele + constante kosten
Gemengde kosten kosten die gedeeltelijk vast en gedeeltelijk variabel zijn.
Variabele kosten per product uitrekenen:
Kosten bij hoogste productie – kosten bij laagste productie
= hoogste productie V – laagste productie V
(200.000 – 95.000) = (5000v – 1500v)
150.000 = 3500v
V = 150..500 = €30 variabele kosten per product.
Hoofdstuk 11.2 Break-evenanalyse
Break-evenafzet constante kosten / contributiemarge of dekkingsbijdrage
Contributiemarge of deekingsbijdrage verkoopprijs – variabele kosten per stuk
Break-evenomzet BEA x verkoopprijs
, Met behulp van een break-evenanalyse kan veelal een antwoord worden gegeven op:
Welke gevolgen heeft een wijziging van de verkoopprijs?
Wat is de invloed van een toename van de vaste kosten?
Welke consequenties heeft een andere productiemethode?
Hoe groot moet de afzet zijn om een bepaalde winst te realiseren?
De berekening bij de vraag hoeveel stuks er verkocht moeten worden bij een bepaald
bedrag aan winst. De gewenste winst wordt dan bij de constante kosten opgeteld:
Constante kosten + gewenste winst / dekkingsbijdrage
Bij ondernemingen met een uitgebreid assortiment artikelen is het niet mogelijk om een
break-evenafzet te bepalen. Alleen de break-evenomzet is van belang. Om deze te
kunnen berekenen is het noodzakelijk om de gemiddelde (bruto)marge in procenten van
de omzet te kennen, in plaats van een dekkingsbijdrage in euro’s per productsoort:
Brutomarge =
percentage waarmee de inkoopprijs wordt verhoogd tot verkoopprijs / dat + 100
Veiligheidsmarge geeft het percentage aan waarmee de omzet of afzet maximaal mag
afnemen om niet onder het break-evenniveau te komen:
(Begrote omzet – break-evenomzet) / begrote omzet x 100%
= het percentage wat de omzet mag dalen tot het bij het break-evenpunt is.
Hoofdstuk 11.3 De hefboomwerking van de kostenstructuur
Hefboomwerking van de kostenstructuur wanneer er een verandering optreedt in
bijvoorbeeld de productiemethode waardoor de kostenstructuur een verandering
ondergaat.
Indifferentiepunt het productievolume, waarbij het uit kostenoverwegingen niet
uitmaakt of de bestaande dan wel nieuwe machine of methode wordt gebruikt.