2020 - 2021
WEEK 1 Wat is het recht?
LEERDOEL 1 > Kennis van en inzicht in de complexiteit van de vraag ‘Wat is recht?’
Wat is recht? Drie aanvliegroutes:
1. Positieve recht. Intern perspectief.
Een eerste manier om de vraag te beantwoorden wat recht is, is te zeggen dat recht het geheel
van gestelde en afdwingbare regels is wat binnen een staat geldt. Het recht zoals het is
neergelegd door de wetgever en met der daad gehandhaafd wordt. Kernbegrippen van het
Nederlands Positieve Recht.
2. Casuïstiek (en rechtsvinding). Intern perspectief.
Het antwoord op de vraag wat recht is vinden we dan in de rechtspraak. De rechter heeft de taak
om de betekenis van het recht vast te stellen in het licht van het geval waarover zij moet
oordelen. Dit noemen we rechtsvinding. Soms hebben ze een betekenis die boven het concrete
geschil uitstijgt. Ze hebben dan dus rechtsvormende waarde. Wetgeving en rechtspraak zijn
“partners in the business of law” en dienen dat ook te zijn. Uitkomsten voor individuele gevallen
en gevallen op macroniveau verschillen meestal en zijn niet goed op elkaar afgestemd.
Men kan constateren dat op terreinen waar actief geprocedeerd wordt, het recht zich sneller
ontwikkelt dan elders (toevallige factoren).
Overdracht van feitenkennis staat voorop. Beschouwingen over achtergrond en tendensen, over
de samenhang met maatschappelijke ontwikkelingen, over morele waarden en keuzes, over
ideeën-en theorievorming of over inter- en multidisciplinaire benaderingen in het burgerlijk recht
treft men er niet in aan. Casuïstieke inzet is een vergelijking maken met imaginaire buurtgevallen
om op die manier de kern van het geschil scherper in beeld te krijgen.
3. Theorie & reflectie. Extern perspectief.
We vinden het antwoord op de vraag wat recht is ook in verschillende normatieve theorieën over
het recht, zoals het rechtspositivisme, het natuurrecht, rechtsrealisme. De vraag ‘wat is recht?’ is
namelijk altijd ook een principiële vraag omdat het recht gevormd en toegepast wordt in een
bepaalde politieke, maatschappelijke en morele context. Wanneer we de vraag stellen wat recht
is, zijn we daarom ook altijd al bezig om de grenzen aan te geven tussen recht en politiek, recht
en samenleving en recht en moraal.
Vranken - Springen met Lemen Voeten 2003 (Visie).
In dit preadvies tast ik wegen af om tot het denkraam van de jurist in het burgerlijk recht door te
dringen en iets van zijn verborgenheid te ontsluieren.
Sommigen zijn van mening dat de rechter, de Hoge Raad, er in de eerste plaats is voor partijen
en hùn individuele rechten en plichten. Ik beschouw dit als een van de voorbeelden van de
remmende werking van het denkraam van juristen: ingesleten patronen, die niet zijn getoetst aan
de veranderde situatie, maar die wel de discussie daarover sturen en in feite beperken.
LEERDOEL 2 > Kennis van het onderscheid publiekrecht (staats-en bestuursrecht, strafrecht) en
privaatrecht, en van formeel recht en materieel recht.
Privaatrecht (civiel recht/burgerlijk recht/handelsrecht):
Het privaatrecht maakt mogelijk dat burgers zelfstandig zaken onderling regelen binnen de
grenzen van het recht. Het privaatrecht regelt de verhouding tussen burgers onderling. Het
privaatrecht dient het eigen belang van de burger; vrijheid van het individu. Er is sprake van
1