STOORNISSEN – KLINISCHE LESSEN
STOORNIS SYMPTOMEN DIAGNOSTIEK-DSM5 OORZAKEN BEHANDELING
Diagnostiek: DSM in de praktijk Veranderingen DSM V: van 5 naar 3 assen.
> Doel = clinici helpen bij classificeren van psychische 1. Aanvraag; vraagstelling 1. Klinische syndromen, persoonlijkheidsproblematiek en medische
stoornissen. 2. Intake aandoeningen
> Beschrijvend! Samenvatting van de symptomen – 3. Psychodiagnostisch onderzoek 2. Psychosociale stressoren
zegt niets over de oorzaak of theorie. 4. Classificatie DSM en beschrijvende diagnostiek 3. Niveau van functioneren
5. Indicatiestelling > Hergroepering van stoornissen
Statistical manual: - Dwang: was onderdeel van angststoornis, in DSM-5 is het nu een
> Gebaseerd op empirische gegevens inhibitiestoornis.
Symptoomclusters - Ontwikkelingsperspectief: bijv. ADHD was kinderstoornis, maar nu
> Gedeelde dimensies wordt het gezien als een stoornis die zich met je mee ontwikkelt.
> Expertwerkgroepen > Meer dimensies minder subtypes
> Dynamisch - Autisme spectrum stoornissen
> Toevoeging specificaties: verfijning op ernst, aard en beloop.
Stoornis: Classificatie omvat persoon én Differentiaaldiagnose Assessment
> Syndroom van klinisch significante symptomen op context → DSM-criteria sturing voor → anamnese, psychiatrisch onderzoek,
gebied van cognitie, emotieregulatie of het gedrag. - Bewustzijn differentiaaldiagnose gestructureerd interview, testmateriaal en
> Uiting van een dysfunctie in een psychologisch, - Cognitie; aandacht, > Hiërarchische indeling; eerst kijken naar het observatie. Instrumenten:
biologisch of ontwikkelingsproces. oriëntatie, denken, geheugen overkoepelende syndroom. - MINI
> Significante lijdensdruk. - Waarneming > Specifieke vermelding – voorwaarde - SCID
> Beperkingen in het sociaal of beroepsmatig - Gevoel en verlangen - NPO / IQ test
functioneren. - Expressie en motoriek Comorbiditeit - Symptoomlijsten (BDI)
- Zelfbeleving → samen voorkomen van (onafhankelijke) - Persoonlijkheidsvragenlijsten
Geen stoornis: - Omgevingsfactoren en fysiek stoornissen - (neuro)imaging
> Een (geaccepteerde) reactie op een welbevinden > Meer regel dan uitzondering
veelvoorkomende stressor of verlies. (bijv. bij rouw). > Toename van comorbiditeit met uitbreiding In gesprek
> Sociaal afwijkende gedrag (politiek, religieus of van de DSM, daarnaast wordt er ook beter - Huidige klachten, reden voor aanmelding
seksueel), mits oorsprong niet in disfunctie ligt. gescreend. - Huidige situatie, leefomgeving, sociale
> Goed kijken of het onafhankelijke stoornissen context
zijn of dat ze heel erg op elkaar lijken. - Recente gebeurtenissen
> Grenzen symptoomclusters - Fysieke klachten of problemen
> Zoveel mogelijk stellen - Familiegeschiedenis, levensloop
- Geschiedenis van psychische problemen
- Sociaal culturele achtergrond
- Drugs en alcohol gebruik
- Hulpvraag (!): wat wil patiënt van jou.
OBSESSIEVE-COMPULSIEVE STOORNIS (OCD)
A. Aanwezigheid van obsessies (dwanggedachten), compulsies (dwanghandelingen) of beide:
Obsessies worden gedefinieerd door (1) en (2):
STOORNIS SYMPTOMEN DIAGNOSTIEK-DSM5 OORZAKEN BEHANDELING
Diagnostiek: DSM in de praktijk Veranderingen DSM V: van 5 naar 3 assen.
> Doel = clinici helpen bij classificeren van psychische 1. Aanvraag; vraagstelling 1. Klinische syndromen, persoonlijkheidsproblematiek en medische
stoornissen. 2. Intake aandoeningen
> Beschrijvend! Samenvatting van de symptomen – 3. Psychodiagnostisch onderzoek 2. Psychosociale stressoren
zegt niets over de oorzaak of theorie. 4. Classificatie DSM en beschrijvende diagnostiek 3. Niveau van functioneren
5. Indicatiestelling > Hergroepering van stoornissen
Statistical manual: - Dwang: was onderdeel van angststoornis, in DSM-5 is het nu een
> Gebaseerd op empirische gegevens inhibitiestoornis.
Symptoomclusters - Ontwikkelingsperspectief: bijv. ADHD was kinderstoornis, maar nu
> Gedeelde dimensies wordt het gezien als een stoornis die zich met je mee ontwikkelt.
> Expertwerkgroepen > Meer dimensies minder subtypes
> Dynamisch - Autisme spectrum stoornissen
> Toevoeging specificaties: verfijning op ernst, aard en beloop.
Stoornis: Classificatie omvat persoon én Differentiaaldiagnose Assessment
> Syndroom van klinisch significante symptomen op context → DSM-criteria sturing voor → anamnese, psychiatrisch onderzoek,
gebied van cognitie, emotieregulatie of het gedrag. - Bewustzijn differentiaaldiagnose gestructureerd interview, testmateriaal en
> Uiting van een dysfunctie in een psychologisch, - Cognitie; aandacht, > Hiërarchische indeling; eerst kijken naar het observatie. Instrumenten:
biologisch of ontwikkelingsproces. oriëntatie, denken, geheugen overkoepelende syndroom. - MINI
> Significante lijdensdruk. - Waarneming > Specifieke vermelding – voorwaarde - SCID
> Beperkingen in het sociaal of beroepsmatig - Gevoel en verlangen - NPO / IQ test
functioneren. - Expressie en motoriek Comorbiditeit - Symptoomlijsten (BDI)
- Zelfbeleving → samen voorkomen van (onafhankelijke) - Persoonlijkheidsvragenlijsten
Geen stoornis: - Omgevingsfactoren en fysiek stoornissen - (neuro)imaging
> Een (geaccepteerde) reactie op een welbevinden > Meer regel dan uitzondering
veelvoorkomende stressor of verlies. (bijv. bij rouw). > Toename van comorbiditeit met uitbreiding In gesprek
> Sociaal afwijkende gedrag (politiek, religieus of van de DSM, daarnaast wordt er ook beter - Huidige klachten, reden voor aanmelding
seksueel), mits oorsprong niet in disfunctie ligt. gescreend. - Huidige situatie, leefomgeving, sociale
> Goed kijken of het onafhankelijke stoornissen context
zijn of dat ze heel erg op elkaar lijken. - Recente gebeurtenissen
> Grenzen symptoomclusters - Fysieke klachten of problemen
> Zoveel mogelijk stellen - Familiegeschiedenis, levensloop
- Geschiedenis van psychische problemen
- Sociaal culturele achtergrond
- Drugs en alcohol gebruik
- Hulpvraag (!): wat wil patiënt van jou.
OBSESSIEVE-COMPULSIEVE STOORNIS (OCD)
A. Aanwezigheid van obsessies (dwanggedachten), compulsies (dwanghandelingen) of beide:
Obsessies worden gedefinieerd door (1) en (2):