L.G.M. Stevens & R.C. de Smit, Elementair belastingrecht voor economen en bedrijfsjuristen, laatste druk
2020/2021
,Week 5
Literatuur
- Hoofdstuk 18
Samenvatting boek
Internationale aspecten van belastingheffing
Elk land formuleert zijn eigen rechtsgronden om belasting te heffen. Zie hierbij het
woonlandbeginsel . Hier gaat het om het inkomen (vermogen of winst) van de binnenlands
belastingplichtige, ongeacht de vraag waar ter wereld dit is gevormd. Bij toepassing van het
woonplaatsbeginsel kan aansluiting worden gezocht bij de woonplaats of nationaliteit. Dit
beginsel wordt ook toegepast bij lichamen (rechtspersonen). Dit is terug te zien in de
Nederlandse vennootschapsbelasting. Aan deze belasting zijn niet alleen feitelijk in
Nederland gevestigde lichamen onderworpen. Ook naar Nederlands recht opgerichte
lichamen zijn belastingplichtig o.b.v. het nationaliteitsbeginsel. De belasting wordt in het
vestigingsland geheven op basis van de ‘wereldwinst’ .
Naast het woonlandbeginsel passen alle staten het bronlandbeginsel toe met betrekking tot
bepaalde inkomsten die in dat land hun oorsprong vinden. Krachtens dit beginsel zijn in
Nederland de niet-binnenlandse natuurlijke personen aan de inkomstenbelasting
onderworpen voor wat betreft hun inkomen uit binnenlandse bronnen, hun zogenoemd
‘Nederlands inkomen’. Dit zijn de natuurlijke personen die niet in Nederland wonen.
Buitenlandse lichamen zijn op overeenkomstige wijze onderworpen aan de
vennootschapsbelasting. Het naast elkaar hanteren van het woonlandbeginsel en het
bronbeginsel zal uiteraard tot internationale dubbele belasting leiden. Daardoor zijn nadere
regels nodig die deze gevolgen moeten voorkomen.
Waar een natuurlijk person woont of waar een lichaam is gevestigd wordt steeds naar de
feitelijke omstandigheden beoordeeld (art. 4 AWR). Bij natuurlijke personen kan bijv.
doorslaggevend zijn welk land de persoonlijke en financiële betrekkingen het sterkst zijn
(bankrelaties, verzekeringen). Bij lichamen kijkt de belastingrechter naar de plaats waar de
feitelijke leiding van het bestuur wordt gevoerd. In de regel betekent dit dat de plaats waar
het bestuur overlegt en beslissingen neemt, bepalend is. Soms moeten de feiten echter
wijken voor een wettelijke bepaling betreffen de woon- of vestigingsplaats
(woonplaatsficties ). Zo wordt in de vennootschapsbelasting bijvoorbeeld een lichaam dat
naar Nederlands recht is opgericht, in beginsel geacht binnen Nederland te zijn gevestigd
(art. 2 lid 4 VPB).
Internationale juridische dubbele heffing wil zeggen dat bij dezelfde (rechts)persoon over
hetzelfde inkomen of dezelfde winst door verschillende staten belasting wordt geheven.
Voorkomen door bijv. een deelnemingsvrijstelling. Internationale economische dubbele
heffing is over hetzelfde inkomen/winst bij verschillende personen belasting wordt geheven
door verschillende staten.
Vele staten hebben met een aantal andere staten bilaterale belastingverdragen gesloten met
het doel in bepaalde gevallen dubbele belasting te voorkomen. Bij zulke verdragen wordt de
werking van het bronlandbeginsel en/of die van het woonlandbeginsel beperkt. Nederland
heeft met circa 100 landen een belastingverdrag gesloten (OESO-modelverdrag).
Belastingplichtige moet inwoner zijn van een van beide staten om gebruik ervan te maken.
, In de fiscale praktijk kan men diverse methoden aantreffen ter voorkoming van dubbele
belasting door het woonland. Deze zijn:
- De vrijstellingsmethode , het buitenlandse inkomstenbestanddeel wordt niet begrepen
in het belastbare inkomen.
- De verrekeningsmethode , de buitenlandse belasting mag geheel of gedeeltelijk
worden verrekend met de verschuldigde belasting over het totale wereldinkomen.
- De aftrekmethode , de buitenlandse belastingen worden voor de berekening van het
belastbare inkomen als kostenpost opgenomen.
Let op! Stappenplan die je dient te volgen is opgenomen in het college en werkgroep.
Inkomsten uit vermogen
Inkomsten uit onroerende zaken worden standaard toegewezen aan het land waar de
onroerende zaak is gelegen (art. 6 OESO-modelverdrag). Exclusief voor het bronland dus.
Het woonland van de dividendontvanger is volledig heffingsbevoegd over de
dividendinkomsten (art. 10 OESO). Nederland kent geen bronbelasting op
(grensoverschrijdende) rente- en royaltybelastingen door in Nederland gevestigde lichamen.
Buitenlandse bronbelasting kan wel worden verlaagd of naar nihil gebracht (art. 11 en 12
OESO). Vervreemdingswinsten op vermogensbestanddelen worden in de regel toegekend
aan het woon- of vestigingsland en niet aan het eventuele bronland (art. 13 OESO).
Winst uit onderneming
Een in Nederland gevestigde onderneming kan buitenlandse activiteiten ook ondernemen
zonder tussenkomst van een buitenlandse dochtervennootschap door middel van een vaste
inrichting of vaste vertegenwoordiger. Het land waarin de vaste inrichting is gelegen, krijgt
het heffingsrecht over de winst uit onderneming (art. 7 OESO). Objectvrijstelling (art. 15e
VPB) houdt in dat de winst van de buitenlandse vaste inrichting geen onderdeel meer is van
de winst van het Nederlandse hoofdhuis (vrijgesteld). Buitenlandse verliezen komen dan
ook niet ten last van Nederlandse winst (soort deelnemingsvrijstelling).
Werken in het buitenland
Indien een werknemer in Nederland woont en in het buitenland werkzaamheden in
dienstbetrekking verricht, is de hoofdregel dat de belastingheffing primair plaatsvindt in het
land waar de werkzaamheden plaatvinden . Ook hier geldt dat het woonland deze
looninkomsten eveneens in de heffing mag begrijpen als onderdeel van het wereldinkomen .
Daar staat de verplichting tegenover dat het woonland hierover voorkoming van dubbele
belasting moet verlenen. Nederland past voor deze inkomsten de vrijstellingsmethode toe.
In het algemeen geldt dat iemand die vanwege zijn beroep met een tijdelijke opdracht naar
het buitenland gaat, in Nederland zijn fiscale woonplaats houdt. In dit geval wordt de tussen
hem en Nederland bestaande duurzame band immers niet verbroken. Hij blijft dus
binnenlands belastingplichtig over zijn wereldinkomen met aftrek ter voorkoming van
dubbele belasting. Alleen indien het verblijf in het buitenland van lange duur is en de
banden met Nederland zijn verbroken, is niet langer sprake van een woonplaats in
Nederland.