L.G.M. Stevens & R.C. de Smit, Elementair belastingrecht voor economen en bedrijfsjuristen, laatste druk
2020/2021
,Week 3
Literatuur
- Hfst. 11 m.u.v. 11.9
Samenvatting boek
De aanmerkelijkbelanghouder (in de zin van box 2)
Het aanmerkelijkbelangregime geldt slechts voor personen die de status van
aanmerkelijkbelanghouder bezitten. Globaal gezegd zijn dit de natuurlijke personen die
alleen of samen met hun partner 5% of meer van het geplaatste kapitaal van een
aandelenvennootschap bezitten. Aandeelhouders zijn rechtspersonen die te maken hebben
met de Vpb i.p.v. de IB.
De box ‘winst uit onderneming’ (box 1) gaat vooraf aan de box ‘inkomen uit aanmerkelijk
belang’ (box 2), waardoor aandelen die behoren tot ondernemingsvermogen aandelen die
behoren tot ondernemingsvermogen worden belast volgens de regels voor fiscale
winstbepaling .
De vermogensredementsheffing van box 3 (sparen en beleggen) is op grond van de
boxenvolgorde voor de inkomsten uit aandelen slechts van belang voor de aandelen die niet
tot een aanmerkelijk belang behoren.
Het heffingsobject is hier het belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang (art. 4.1 IB). Dit is
het inkomen uit aanmerkelijk belang verminderd met de te verrekenen verliezen . Dit
inkomen uit aanmerkelijk belang bestaat uit drie compartimenten (art. 4.12 IB):
- De reguliere inkomsten (art. 4.13 en 4.15 IB)
Dit zijn alle opbrengsten van het aandelenbezit, verminderd met de daarop
betrekking hebbende aftrekbare kosten. Als het ware de natuurlijke vruchten van de
aandelen en winstbewijzen. Bijv. dividend, wel de brutodividend dus voor de aftrek
van dividendbelasting.
- De vervreemdingsvoordelen (art. 4.19 IB)
Dit is de winst (of het verlies) die bij vervreemding wordt behaald, elke
rechtshandeling waardoor de eigenaar van aandelen die aandelen uit zijn vermogen
in dat van een ander doet overgaan. De omvang van de vervreemdingsvoordeel
wordt gesteld op het verschil tussen de overdrachtsprijs en de verkrijgingsprijs .
Onder overdrachtsprijs wordt verstaan de tegenprestatie bij de vervreemding
verminderd met de ten laste van de vervreemder komende kosten. Bij overdracht
tegen niet-zakelijke prijs of bij afwezigheid van een prijs (schenking) wordt de
overdrachtsprijs gesteld op de waarde in het economisch verkeer (art. 4:22 IB).
Naast het civielrechtelijke vervreemdingsbegrip wordt in de wet een aantal
rechtshandelingen met een vervreemding gelijkgesteld, vervreemdingsficties (art.
2:16 IB).
- Persoonsgebonden aftrek
Als draagkracht verminderende aftrekpost.
Verlies uit aanmerkelijk belang moet worden verrekend met de inkomens uit aanmerkelijk
belang van het voorafgaande en zes volgende kalenderjaren (art. 4:49 IB). Inkomen uit
, aanmerkelijk belang van het minderjarige kind wordt toegerekend aan de ouder (art. 2.15 lid
2 IB).
Indien de belastingplichtige en zijn partner in het kalenderjaar en het daaraan voorafgaande
kalenderjaar geen aanmerkelijk belang meer hebben, wordt een nog niet verrekend verlies
uit aanmerkelijk belang op verzoek omgezet in een belastingkorting voor verlies uit
aanmerkelijk belang (art. 4.53 lid 1 IB). Bedraagt 25% van het nog niet verrekende verlies.
De aanduiding aanmerkelijkbelanghouder kan betrekking hebben op vier verschillende
hoedanigheden met verschillende rechtsgevolgen. De wet onderscheidt:
- Het gewone aanmerkelijk belang (art. 4.6 IB)
o Al dan niet tezamen met een partner 5% of meer van het geplaatste kapitaal
bezitten. Elke categorie moet zelfstandig tot een
aanmerkelijkbelangkwalificatie leiden:
Aandeelhouders
Koopoptiegerechtigden
Winstbewijshouders
- Het meesleepaanmerkelijk belang (art. 4.9 IB)
o Wanneer een BV verschillende soorten aandelen heeft, moet de
aanmerkelijkbelangkwalificatie per soort worden beoordeeld. Een
aandeelhouder die met betrekking tot een vennootschap één soort van de
uitstaande aandelen een aanmerkelijk belang heft, kwalificeert als zodanig als
aanmerkelijkbelanghouder en moet vervolgens ook de overige aandelen en
winstbewijzen in die vennootschap tot zijn aanmerkelijk belang rekenen.
- Het meetrekaanmerkelijk belang (art. 4.10 IB)
o Het is mogelijk dat een aandeelhouder of winstbewijshouder zelf niet voldoet
aan de aanmerkelijk belangcriterium, omdat zijn bezit kleiner is dan 5%. Dan
is het toch mogelijk dat hij de status van aanmerkelijkbelanghouder krijgt op
grond van de werking van de meetrekregeling. Men kan in de
aanmerkelijkbelangkwalificatie worden meegetrokken door de
aanmerkelijkbelangpositie (houden van 5%) van de partner of van de eigen
bloed- en aanverwanten in de rechte lijn (grootouders, ouders, kinderen en
kleinkinderen en hun partners, niet broers en zussen).
- Het fictief aanmerkelijk belang (art. 4.11 IB)
o Meest voorkomende situatie: status Ab gehad, maar verloren, dus naar box 3,
maar gaat gepaard met fiscale afrekening, kan worden uitgesteld door te
kiezen voor fictief AB.