Beginselen Staatsrecht 2022-2023
Week 1
Leerdoelen
Wat is staatsrecht?
- Regels die ons beschermen tegen de overheid
- Bedrijven die rechten afnemen van burgers
- Legaliteitsbeginsel: alles wat de overheid doet moet zijn gebaseerd op een wet en er mag
niet worden veroordeeld voor een handeling die nog niet verboden was op het moment van
handelen.
Staatsrecht moet antwoord geven op 3 vragen?
1. Wie bepaalt in ons land wat wel of niet mag?
2. Op welke wijze kan d.m.v dwang de naleving van regels worden afgedwongen
3. Hoe zit het met de mogelijkheid van rechtsbescherming tegen de overheid
Wat is een staat?
Een organisatie die met voorrang boven andere organisaties effectief gezag uitoefent over een
gemeenschap van mensen op een bepaald grondgebied. Volk rechtelijke erkenning is niet
noodzakelijk, beschikt wel over soevereiniteit.
Inzicht in de verschillende kenmerken van een staat
- Eigen grondgebied (territorium)
- Gemeenschap van mensen (bevolking)
- Effectief gezag oefent met voorrang boven andere organisaties. (gezag)
(geweldsmonopolie)
- Erkent door andere landen (niet noodzakelijk)
Weten wat de verschillende bronnen van staatsrecht zijn in Nederland
- Grondwet
- Het Statuut
- Gewoonterecht
- Internationaal recht
- Geschreven regelingen in de vorm van wetten zoals: WOM, AMvB’s, organieke wetten:
nadere uitwerking van een bepaling uit de Grondwet zoals kieswet etc.
- Reglement van Orde
Verschillen ‘rigid constitution’ en ‘flexibele constitution’
Bij een rigid constitution is de grondwet moeilijk te wijzigen. Dus bij rigid constitution is er
een verzwaarde procedure voor wijziging van de Grondwet. Bij een flexibele constitution is
het relatief makkelijk om de GW te wijzigen, meestal werkt dat dan niet anders dan andere
wetswijzigingen.
Structuur van de Grondwet
Eerste deel bevat de grondrechten, het tweede deel bevat hoofdstukken over de
staatsinstelling en hun functioneren.
Kennis over het ontstaan, de evolutie en de structuur van het Koninkrijk der Nederlanden
, In 1954: is er tussen Nederland, Suriname en de Nederlandse Antillen een eigensoortig
federaal verband opgezet, geregeld in het Statuut.
In 1975: heeft Suriname, met volle instemming van Nederland en de Nederlandse
Antillen, zich losgemaakt uit het Koninkrijk. Is onafhankelijk geworden.
Op 1 januari 1986: Is het land ‘De Nederlandse Antillen gesplitst in twee gelijkwaardige
landen: de Nederlandse Antillen en Aruba. Aruba kreeg de status aparte: een land binnen
het Koninkrijk.
Op 10 oktober 2010: werd het land Nederlandse Antillen ontmanteld. Sindsdien maken
Curaçao en Sint-Maarten net als Aruba als zelfstandig land deel uit van het Koninkrijk.
Bonaire, Sint-Eustatius en Saba kregen de status van bijzondere Nederlandse gemeenten
en maken deel uit van Nederland.
Koninkrijk bestaat uit:
Nederland (+BES-eilanden art. 134 GW) dit zijn openbare lichamen en rechtspersonen,
kan dus zelf overeenkomsten sluiten en taken uitoefenen. Aruba, Curaçao en Sint-
Maarten.
De verhouding tussen het Statuut van het Koninkrijk der Nederlanden en de Nederlandse
Grondwet.
De Grondwet dient het Statuut in acht te nemen. In de Grondwet is ook vastgelegd dat
bepalingen van verdragen en besluiten van volkenrechtelijke organisaties voorrang hebben
op nationale wetgeving. Hierdoor is de Grondwet weliswaar de hoogste nationale wet, maar
hoeft het niet de hoogst geldende wet te zijn. Het statuut geldt voor het hele Koninkrijk der
Nederlanden. De Grondwet geldt alleen voor het Nederlandse rijkdeel.
Reflecteren over de staatsvorm van Nederland en het Koninkrijk.
Republiek of Monarchie
Centraal gezag of decentraal gezag
Nederland is constitutionele monarchie met een parlementair stelsel. Politiekstaatsrecht met
een parlement en regering. Gedecentraliseerde eenheidsstaat.
Wat is de trias politica en in hoeverre voldoet Nederland daaraan.
Trias politica betekent dat de wetgevende, de uitvoerende en de rechtsprekende macht in
een land bij verschillende instellingen moeten liggen. De scheiding der machten is doorgaans
niet volledig strikt geregeld, ook in Nederland niet. Elk orgaan heeft een zekere macht en
verantwoordelijkheidsplicht gekregen.
De uitvoerende macht de regering- het uitvoeren van wetten, wordt gecontroleerd door
het parlement
De wetgevende macht de regering en het parlement, stellen wetten vast
De rechterlijke macht onafhankelijke rechter
Inzichten in de kenmerken van een democratische rechtsstaat.
In een rechtsstaat gelden rechten voor bevoegdheid voor burgers.
Legaliteitsbeginsel
Scheiding/spreiding van de machten
Onafhankelijke rechterlijke macht
Grondrechten
Democratiebeginsel (Democratische rechtsstaat) kenmerken democratie is kiesrecht
, De betekenis van het Nederlanderschap in het staatsrecht (in het bijzonder in het licht van het
kiesrecht)
Alleen Nederlanders hebben het recht leden van de Tweede Kamer en van Provinciale
staten te kiezen (actief) en alleen Nederlanders mogen verkozen worden (passief).
Vreemdelingen mogen indien zij voltooien aan een aantal eisen stemmen op de
gemeenteraden. Alle Nederlanders zijn op gelijke voet in openbare dienst benoembaar.
Dit gelijkheidsrecht geldt dus niet voor vreemdelingen.
Week 2
Waaruit bestaat de regering, hoe worden ze benoemd en ontslagen en wat zijn de onderlinge
verhoudingen tussen de regeringsorgaan.
- De regering bestaat uit de ministers en koning volgens Art. 42 GW. J.o Art. 24 GW.
- De Koning: staatshoofd van het Koninkrijk en de afzonderlijke landen. (BES-landen)
Taken:
- Ontslaan en benoemen van ministers. Art. 43 GW.
- Formele betrokkenheid bij beslissingen regering zoals wetsvoorstellen en benoeming
staatsrechtelijke verantwoordelijk. (burgemeesters, rechters)
Minister-president: is verantwoordelijk voor de eigen benoeming en de benoeming van de
overige ministers.
De ministers: zijn verantwoordelijk tegenover de kamer van volksvertegenwoordigers en
dragen zorg voor de uitvoering van de GW.
Staatssecretarissen zijn onder ministers, maar bijna geen verschil. Als staatssecretaris moet
opstappen blijft de minister wel aan, maar als de minister opstapt gaat de staatssecretaris
mee.
Minister VAN … is een minister met portefeuille, heeft zijn eigen ministerie
Minister VOOR… is een minister zonder portefeuille, heeft geen eigen ministerie, staat niet
aan hoofd van een departement, maar verder geen verschillen, wel deel ministerraad.
Hoe de Staten-Generaal worden samengesteld, wat de onderlinge verhouding is tussen de TK en
de EK
De Staten-Generaal bestaat uit de eerste en tweede kamer. (Parlement 225 leden)
Art. 50 GW.
EK:
- Leden (75) worden gekozen door leden van provinciale staten en de leden van een
kiescolleges van de openbare lichamen. Art. 55 GW
- Taken: Medewetgever. Hebben budgetrecht, novelle en vetorecht. Geen
amendementrecht. Controleur van de regering. Vragenrecht, recht van interpellatie en
recht van enquête.
TK:
- Leden (250) worden rechtstreeks gekozen door Nederlanders (art. 54 GW)
- Zittingsduur van 4 jaar ( art. 52 lid 1 GW)
- Taken: medewetgever (art. 81 GW) Kunnen wetsvoorstellen indienen,
wijzigingsvoorstellen en rijksbegroting vaststellen of afkeuren. En controleur van de
regering. Vragenrecht, recht van interpellatie en recht van enquête.
- Quorumvereiste (art. 67 en H8 RvO TK)
Weet hoe de verhouding is tussen de politieke partijen en Kamerleden
Week 1
Leerdoelen
Wat is staatsrecht?
- Regels die ons beschermen tegen de overheid
- Bedrijven die rechten afnemen van burgers
- Legaliteitsbeginsel: alles wat de overheid doet moet zijn gebaseerd op een wet en er mag
niet worden veroordeeld voor een handeling die nog niet verboden was op het moment van
handelen.
Staatsrecht moet antwoord geven op 3 vragen?
1. Wie bepaalt in ons land wat wel of niet mag?
2. Op welke wijze kan d.m.v dwang de naleving van regels worden afgedwongen
3. Hoe zit het met de mogelijkheid van rechtsbescherming tegen de overheid
Wat is een staat?
Een organisatie die met voorrang boven andere organisaties effectief gezag uitoefent over een
gemeenschap van mensen op een bepaald grondgebied. Volk rechtelijke erkenning is niet
noodzakelijk, beschikt wel over soevereiniteit.
Inzicht in de verschillende kenmerken van een staat
- Eigen grondgebied (territorium)
- Gemeenschap van mensen (bevolking)
- Effectief gezag oefent met voorrang boven andere organisaties. (gezag)
(geweldsmonopolie)
- Erkent door andere landen (niet noodzakelijk)
Weten wat de verschillende bronnen van staatsrecht zijn in Nederland
- Grondwet
- Het Statuut
- Gewoonterecht
- Internationaal recht
- Geschreven regelingen in de vorm van wetten zoals: WOM, AMvB’s, organieke wetten:
nadere uitwerking van een bepaling uit de Grondwet zoals kieswet etc.
- Reglement van Orde
Verschillen ‘rigid constitution’ en ‘flexibele constitution’
Bij een rigid constitution is de grondwet moeilijk te wijzigen. Dus bij rigid constitution is er
een verzwaarde procedure voor wijziging van de Grondwet. Bij een flexibele constitution is
het relatief makkelijk om de GW te wijzigen, meestal werkt dat dan niet anders dan andere
wetswijzigingen.
Structuur van de Grondwet
Eerste deel bevat de grondrechten, het tweede deel bevat hoofdstukken over de
staatsinstelling en hun functioneren.
Kennis over het ontstaan, de evolutie en de structuur van het Koninkrijk der Nederlanden
, In 1954: is er tussen Nederland, Suriname en de Nederlandse Antillen een eigensoortig
federaal verband opgezet, geregeld in het Statuut.
In 1975: heeft Suriname, met volle instemming van Nederland en de Nederlandse
Antillen, zich losgemaakt uit het Koninkrijk. Is onafhankelijk geworden.
Op 1 januari 1986: Is het land ‘De Nederlandse Antillen gesplitst in twee gelijkwaardige
landen: de Nederlandse Antillen en Aruba. Aruba kreeg de status aparte: een land binnen
het Koninkrijk.
Op 10 oktober 2010: werd het land Nederlandse Antillen ontmanteld. Sindsdien maken
Curaçao en Sint-Maarten net als Aruba als zelfstandig land deel uit van het Koninkrijk.
Bonaire, Sint-Eustatius en Saba kregen de status van bijzondere Nederlandse gemeenten
en maken deel uit van Nederland.
Koninkrijk bestaat uit:
Nederland (+BES-eilanden art. 134 GW) dit zijn openbare lichamen en rechtspersonen,
kan dus zelf overeenkomsten sluiten en taken uitoefenen. Aruba, Curaçao en Sint-
Maarten.
De verhouding tussen het Statuut van het Koninkrijk der Nederlanden en de Nederlandse
Grondwet.
De Grondwet dient het Statuut in acht te nemen. In de Grondwet is ook vastgelegd dat
bepalingen van verdragen en besluiten van volkenrechtelijke organisaties voorrang hebben
op nationale wetgeving. Hierdoor is de Grondwet weliswaar de hoogste nationale wet, maar
hoeft het niet de hoogst geldende wet te zijn. Het statuut geldt voor het hele Koninkrijk der
Nederlanden. De Grondwet geldt alleen voor het Nederlandse rijkdeel.
Reflecteren over de staatsvorm van Nederland en het Koninkrijk.
Republiek of Monarchie
Centraal gezag of decentraal gezag
Nederland is constitutionele monarchie met een parlementair stelsel. Politiekstaatsrecht met
een parlement en regering. Gedecentraliseerde eenheidsstaat.
Wat is de trias politica en in hoeverre voldoet Nederland daaraan.
Trias politica betekent dat de wetgevende, de uitvoerende en de rechtsprekende macht in
een land bij verschillende instellingen moeten liggen. De scheiding der machten is doorgaans
niet volledig strikt geregeld, ook in Nederland niet. Elk orgaan heeft een zekere macht en
verantwoordelijkheidsplicht gekregen.
De uitvoerende macht de regering- het uitvoeren van wetten, wordt gecontroleerd door
het parlement
De wetgevende macht de regering en het parlement, stellen wetten vast
De rechterlijke macht onafhankelijke rechter
Inzichten in de kenmerken van een democratische rechtsstaat.
In een rechtsstaat gelden rechten voor bevoegdheid voor burgers.
Legaliteitsbeginsel
Scheiding/spreiding van de machten
Onafhankelijke rechterlijke macht
Grondrechten
Democratiebeginsel (Democratische rechtsstaat) kenmerken democratie is kiesrecht
, De betekenis van het Nederlanderschap in het staatsrecht (in het bijzonder in het licht van het
kiesrecht)
Alleen Nederlanders hebben het recht leden van de Tweede Kamer en van Provinciale
staten te kiezen (actief) en alleen Nederlanders mogen verkozen worden (passief).
Vreemdelingen mogen indien zij voltooien aan een aantal eisen stemmen op de
gemeenteraden. Alle Nederlanders zijn op gelijke voet in openbare dienst benoembaar.
Dit gelijkheidsrecht geldt dus niet voor vreemdelingen.
Week 2
Waaruit bestaat de regering, hoe worden ze benoemd en ontslagen en wat zijn de onderlinge
verhoudingen tussen de regeringsorgaan.
- De regering bestaat uit de ministers en koning volgens Art. 42 GW. J.o Art. 24 GW.
- De Koning: staatshoofd van het Koninkrijk en de afzonderlijke landen. (BES-landen)
Taken:
- Ontslaan en benoemen van ministers. Art. 43 GW.
- Formele betrokkenheid bij beslissingen regering zoals wetsvoorstellen en benoeming
staatsrechtelijke verantwoordelijk. (burgemeesters, rechters)
Minister-president: is verantwoordelijk voor de eigen benoeming en de benoeming van de
overige ministers.
De ministers: zijn verantwoordelijk tegenover de kamer van volksvertegenwoordigers en
dragen zorg voor de uitvoering van de GW.
Staatssecretarissen zijn onder ministers, maar bijna geen verschil. Als staatssecretaris moet
opstappen blijft de minister wel aan, maar als de minister opstapt gaat de staatssecretaris
mee.
Minister VAN … is een minister met portefeuille, heeft zijn eigen ministerie
Minister VOOR… is een minister zonder portefeuille, heeft geen eigen ministerie, staat niet
aan hoofd van een departement, maar verder geen verschillen, wel deel ministerraad.
Hoe de Staten-Generaal worden samengesteld, wat de onderlinge verhouding is tussen de TK en
de EK
De Staten-Generaal bestaat uit de eerste en tweede kamer. (Parlement 225 leden)
Art. 50 GW.
EK:
- Leden (75) worden gekozen door leden van provinciale staten en de leden van een
kiescolleges van de openbare lichamen. Art. 55 GW
- Taken: Medewetgever. Hebben budgetrecht, novelle en vetorecht. Geen
amendementrecht. Controleur van de regering. Vragenrecht, recht van interpellatie en
recht van enquête.
TK:
- Leden (250) worden rechtstreeks gekozen door Nederlanders (art. 54 GW)
- Zittingsduur van 4 jaar ( art. 52 lid 1 GW)
- Taken: medewetgever (art. 81 GW) Kunnen wetsvoorstellen indienen,
wijzigingsvoorstellen en rijksbegroting vaststellen of afkeuren. En controleur van de
regering. Vragenrecht, recht van interpellatie en recht van enquête.
- Quorumvereiste (art. 67 en H8 RvO TK)
Weet hoe de verhouding is tussen de politieke partijen en Kamerleden