Opgave 1a
Juist
Het wetsvoorstel ziet op excessief lenen. Hiervan is pas sprake als er meer dan € 500.000 wordt geleend.
Het meerdere wordt vervolgens aangemerkt als een positief fictief regulier voordeel. Een AB-houder die
onder het maximumbedrag blijft, kan inderdaad lenen zonder tegen een dividenduitkering aan te lopen.
Opgave 1b
Onjuist
De wet excessief lenen ziet ook op schulden die zijn ontstaan vóór 2023. Dit leidt niet direct tot een
positief fictief regulier voordeel op 1 januari, want de peildatum is op de laatste dag van het jaar.
Opgave 1c
Juist
De Staatssecretaris van Financiën heeft het begrip ‘schulden’ heel ruim omschreven. Zowel zakelijke, als
onzakelijke schulden vallen hieronder.
Opgave 1d
Onjuist
Er wordt niet gekeken naar de gemiddelde schuld over een jaar, maar er geldt één peildatum: 31
december. Op die dag wordt de schuldensom vastgesteld.
Opgave 1e
Onjuist
Het fictieve dividend is alleen van belang voor de bepaling van het AB-resultaat. Verder wordt er niets
mee gedaan. De schuld blijft dus bestaan voor box 1 en 3, de vennootschapsbelasting en de
dividendbelasting. Een fictieve reguliere dividenduitkering vermindert dus niet de grondslag voor de
dividendbelasting.
Opgave 2
Opgave 2a
Het is een box 3-schuld dus voor deze schuld geldt het maximumbedrag van € 500.000. Hier gaat Gerard
€ 1.500.000 overheen. Dit bedrag wordt op de peildatum, 31 december, aangemerkt als een positief
fictief regulier voordeel. Het maximumbedrag wordt voor het jaar daarna verhoogd naar € 2.000.000. Zo
wordt voorkomen dat Gerard het jaar daarna voor hetzelfde bedrag in de heffing wordt betrokken.
Opgave 2b
Door de aflossing in jaar 4 neemt de schud van Gerard met € 600.000 af. Voor dit bedrag ontstaat er een
negatief fictief regulier voordeel. De € 600.000 kan niet worden verrekend met het positieve fictieve
reguliere voordeel van jaar 1, want carry back is slechts één jaar terug mogelijk.
Opgave 2c
Het wetsvoorstel sluit aan bij de nominale waarde van de vordering verminderd met aflossingen
€ 2.000.000 – € 600.000 = € 1.400.000.
, Opgave 2d
Uit opgave 2b volgt dat Gerard zijn negatieve voordeel niet kon verrekenen met het positieve voordeel
uit jaar in verband met de carry back-termijn. Vooruitwenteling is echter ook niet mogelijk naar jaar 12.
Carry forward is slechts mogelijk over de zes volgende jaren.
Opgave 3
Opgave 3a
De Staatssecretaris van Financiën heeft bepaald dat in geval van partnerrelaties het maximum van
€ 500.000 in stand blijft. Dit bedrag wordt dus niet verdubbeld. Dit betekent dat zij gezamenlijk €
400.000 boven het maximumbedrag uitkomen. Dit is een positief fictief regulier voordeel.
Opgave 3b
De Staatssecretaris van Financiën heeft bepaald dat in geval van partnerrelaties het maximum van
€ 500.000 in stand blijft. Dit bedrag wordt dus niet verdubbeld. Dit betekent dat zij ook in dit geval
gezamenlijk € 400.000 boven het maximumbedrag uitkomen. Dit is een positief fictief regulier voordeel.
De uitkomst is dus hetzelfde als die van opgave 3a.
Opgave 3c
Als het huwelijk wordt ontbonden, hebben Fons en Julia afzonderlijk te maken met het maximumbedrag
van € 500.000. In het geval dat Julia van haar eigen vennootschap leent, blijft zij hier met haar € 300.000
onder, dus zij heeft niet te maken met een fictief dividend. Fons daarentegen wel, maar dan nu voor
‘slechts’ € 100.000.
In het geval van opgave 3a heeft Julia geleend van de vennootschap van Fons. Zij is door de ontbinding
van het huwelijk geen verbonden persoon meer, maar een derde. Hier ziet het wetsvoorstel niet op.
Opgave 4
Opgave 4a
De schuld van Diana aan de vennootschap valt keurig binnen het maximum van € 500.000. De lening van
haar dochter gooit echter roet in het eten. Het is geen eigenwoningschuld, dus is de lening
onderworpen aan de regeling uit het wetsvoorstel. De dochter is geen AB-houder, maar wel een
verbonden persoon. Zij heeft dus haar eigen drempel van € 500.000. Hier gaat zij € 1.000.000 overheen.
Dit meerdere wordt, omdat de dochter geen AB-houder is, toegerekend aan Diana. Diana had zelf al €
100.000. Voor Diana wordt er dus per saldo € 600.000 positief fictief regulier voordeel in aanmerking
genomen.