Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

samenvatting vaktheorie ontwikkelingsaspecten

Beoordeling
-
Verkocht
2
Pagina's
31
Geüpload op
20-10-2020
Geschreven in
2020/2021

Dit is een samenvatting van alles wat je moet weten voor het tentamen deeltoets 1. de ontwikkeling van kinderen. Feldman (deel I) Par. 2.1Wilmore & Costill (3de druk): Hfst. 17 Stegeman & van Rossum Artikel H. (ELO) Feldman (deel I) Par. 15.1 en 15.2 Par. 16.1 en 16.2 (in druk 8: 16.1 en 16.3) Feldman (deel I) Par. 9.1 Hfst. 10 Par. 12.1 Par. 13.1, 13.2.1 en 13.2.2(in druk 8: 13.1 en 13.3.1 en 13.3.2)

Meer zien Lees minder
Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Vaktheorie ontwikkelingsaspecten:
2.1:
Vijf belangrijke theoretische perspectieven op de ontwikkeling van het kind: (plattegrond met wegen
die naar nieuwe inzichten over het gedrag van kinderen en adolescenten, moet worden geüpdatet)
- Psychodynamisch perspectief
- Behavioristisch perspectief
- Cognitief perspectief
- Systemisch perspectief
- Evolutionair perspectief

Psychodynamisch perspectief:
Voorstanders geloven dat gedrag gemotiveerd wordt door innerlijke krachten en herinneringen
waarvan een persoon zich nauwelijks bewust is en waarover hij weinig controle heeft.

De psychoanalytische theorie van Sigmund Freud:
Sigmund Freud was een Weense arts wiens revolutionaire ideeën uiteindelijk niet alleen een
vergaande invloed hadden op de psychologie en de psychiatrie, maar ook op het westerse
gedachtegoed in het algemeen. De theorie gaat ervan uit dat onbewuste krachten bepalend zijn voor
iemands persoonlijkheid en gedrag. Freud meende dat het onbewuste verantwoordelijk is voor een
groot deel van ons dagelijkse gedrag.

Persoonlijkheid kent 3 aspecten:
- Id  primitieve, aangeboren deel van de persoonlijkheid. Hebben te maken met honger,
seks, agressie en irrationele impulsen. Opereert vanuit het genotsprincipe, met het doel om
zoveel mogelijk bevrediging en zo weinig mogelijk spanning te ervaren.
- Ego  relationele en redelijke deel van de persoonlijkheid. Opereert vanuit het
realiteitsprincipe, het houdt de instinctieve energie in toom om de veiligheid van de persoon
te bewaren en hem te helpen integreren in de samenleving.
- Superego  vertegenwoordigt iemands geweten. Onderscheid tussen goed en kwaad. Rond
5- of 6-jarige leeftijd ontwikkeld.

Psychoseksuele ontwikkeling: theorie die manier waarop persoonlijkheid wordt ontwikkeld tijdens de
kindertijd. Voltrekt zich doordat kinderen een aantal fasen doorlopen, waarbij genot, of bevrediging,
telkens met een ander deel van het lichaam wordt geassocieerd. Als er iets misgaat in een fase, dan
kan dit leiden tot fixatie (gedrag dat in een eerdere ontwikkelingsfase is blijven steken als gevolg van
een onopgelost conflict). Ontwikkeling is na adolescentie min of meer compleet.

Psychosociale theorie van Erikson:
Nadruk op onze sociale interactie met anderen. Mensen worden zowel gevormd als belemmerd door
hun samenleving en cultuur. Psychosociale ontwikkeling omvat veranderingen in onze interacties
met anderen en in hoe we aankijken tegen het gedrag van anderen en tegen onszelf als leden van de
maatschappij. Erikson zegt mensen ontwikkelen zich in stadia. Die is voor elk mens bijna gelijk. In elk
stadia is sprake van een conflict of crisis dat een individu moet oplossen. Adolescentie is het
startpunt van de ontwikkeling van een eigen identiteit. Kritiek op deze theorie, want er wordt meer
gekeken naar de ontwikkeling van mannen.



Gemiddelde Freuds stadia Belangrijkste Eriksons Belangrijkste kenmerken

, leeftijd psychoseksuel kenmerken stadia
e psychosociale
ontwikkeling ontwikkeling
Geboorte Oraal Interesse in orale Vertrouwen Positief: vertrouwen dankzij
tot 12-18 bevrediging door zuigen, versus steun van anderen.
maanden eten, bewegen van de wantrouwen Negatief: angst voor en over
lippen, bijten. zorgen anderen.
12-18 Anaal Bevrediging door Autonomie Positief: onafhankelijkheid
maanden ontlasting op te houden versus ontstaat wanneer
tot 3 jaar en zich juist te ontlasten; schaamte en experimenteren wordt
wennen aan de twijfel gestimuleerd.
controlemechanismen Negatief: twijfels over
van de maatschappij met zichzelf, gebrek aan
betrekking op onafhankelijkheid ontstaat
zindelijkheidtraining. wanneer er geen ruimte is
voor experimenteren.
3 jaar tot 5- Fallisch Interesse in de Initiatief Positief: ontdekken van
6 jaar genitaliën; weten om te versus schuld manieren om handelingen in
gaan met het gang te zetten.
oedipuscomplex. Het Negatief: schuldgevoel over
oplossen hiervan leidt daden en gedachten.
tot identificatie met de
ouder van dezelfde
sekse.
5-6 jaar tot Latentie Seksualiteit grotendeels IJver versus Positief: groeiend besef van
adolescentie op de achtergrond. minderwaardi competenties.
gheid Negatief: gevoelens van
minderwaardigheid, geen
vertrouwen in eigen kunnen.
Adolescenti Genitaal Opnieuw ontluiken van Identiteit Positief: bewustzijn van de
e tot seksuele interesses en versus eigen uniekheid, weten welke
volwassenh aangaan van volwassen identiteitsver rol te vervullen.
eid (freud) seksuele relaties. warring Negatief: onvermogen om
adolescentie passende rollen in het leven
(erikson) te herkennen.
Eerste Intimitiet Positief: ontwikkeling van
volwassenh versus liefdevolle seksuele relaties
eid (erikson) isolement en hechte vriendschappen.
Negatief: angst voor relaties
met anderen.
Volwassenh Generativiteit Positief: gevoel bij te dragen
eid (erikson) versus aan de continuïteit van het
stagnatie leven.
Negatief: bagatelliseren van
eigen activiteiten.
Rijpheid Ego-integratie Positief: gevoel van eenheid
(erikson) versus in wat men in het leven heeft
wanhoop bereikt.
Negatief: spijt van gemiste
kansen.

Het behavioristisch perspectief:
Focus op waarneembaar gedrag. We kunnen de ontwikkeling van een kind volledig begrijpen door
zorgvuldig te kijken naar de stimuli waaruit zijn omgeving bestaat. Het is mogelijk elk gedrag op te
roepen door de omgeving van het individu in een bepaalde richting te sturen. Bestudeerd de mens
vanuit buitenaf (exogeen). De nadruk ligt op direct waarneembare feiten: de effecten van mensen,

,voorwerpen en gebeurtenissen (stimuli) op gedrag. Als we de stimuli kennen, kunnen we het gedrag
voorspellen. In dit opzicht is binnen de behavioristisch perspectief omgeving (nurture) belangrijker
voor de ontwikkeling dan erfelijkheid (nature). Alle mensen doorlopen een aantal vooraf bepaalde
stadia. Ontwikkelingspatronen zijn persoonlijk en weerspiegelen een bepaalde combinatie van
omgevingsstimuli. Gedragingen (responsen) zijn het resultaat van de voortdurende blootstelling aan
specifieke omgevingsfactoren (stimuli). Behavioristen spreken dan ook over stimulus-respons-leren.
Dit zijn klassieke en operante conditionering.

Klassieke conditionering: een vorm van leren waarbij een organisme op een bepaalde manier leert
reageren op een neutrale stimulus die dat type respons normaal gesproken niet uitlokt. Gedrag
wordt verbonden aan een andere neutrale stimulus. (hond zelfde reactie op voer als bel). Door twee
prikkels altijd tegelijk aan te bieden, gaat het individu de twee met elkaar associëren en er op
dezelfde manier op reageren.

Operante conditionering: een vorm van leren waarbij een vrijwillige respons versterkt of verzwakt
wordt, aanvankelijk aan de associatie met positieve of negatieve consequenties. (Skinner). Positieve
bekrachtiging: het toedienen van een prettige stimulus. Negatieve bekrachtiging: het wegnemen van
een onprettige stimulus. Positieve straf: introductie van een onplezierige of pijnlijke stimulus.
Negatieve straf: verwijdering van een prettige stimulus. Dit zorgt voor gedragsmodificatie: een
techniek om de frequentie van gewenst gedrag te verhogen en de frequentie van ongewenst gedrag
te verlagen. Door het individu te belonen of te straffen, gaat hij het betreffende gedrag associëren
met iets leuks of iets vervelends en het gedrag daardoor herhalen of er juist mee stoppen.

De sociaal-cognitieve leertheorie: nadruk ligt op het leren door het gedrag van een ander te
observeren (model) en te imiteren.
4 stappen:
- Aandacht: je neemt het gedrag van een model waar
- Retentie: je kunt het gedrag op een later tijdstip nog herinneren
- Reproductie: je kunt het gedrag wat je eerder zag reproduceren
- Motivatie: je bent gedreven om het gedrag te leren en uit te voeren, doordat je ziet dat het
iets oplevert en/of doordat je op een bepaalde manier opkijkt tegen het model.
Modeling: De kans is groter dat we iets imiteren als het gedrag wat we zien bij een model beloond
wordt.
Eerste generatie: black boxes: wat daarbinnen gebeurt is niet waarneembaar en daarom ook geen
object van studie.
Tweede generatie: veranderen van inhoud van irrationele of niet-werkzame gedachten (cognities),
onder andere met behulp van sociaal leren.
Derde generatie: anders leren hanteren van ongewenste gedachten en gevoelens, mindfullness.

Het cognitief perspectief:
Benadering binnen de psychologie die zich richt op de processen die mensen in staat stellen de
wereld te leren kennen, begrijpen en overdenken. Piaget meende dat alle mensen in een vaste
volgorde een reeks universele cognitieve ontwikkelingsstadia doorlopen. Het handelen gaat voor het
begrijpen. Het menselijk denken is opgebouwd uit schema’s: georganiseerde mentale patronen die
bepaalde gedragingen of acties vertegenwoordigen.
2 basisprincipes:
- Assimilatie  het proces waarbij mensen een nieuwe ervaring interpreteren aan de hand
van hun huidige cognitieve ontwikkelingsstadium en denkwijze.
- Accommodatie  het proces waarbij bestaande manieren van denken of doen veranderen in
reactie op nieuwe stimuli of gebeurtenissen.

, Cognitieve fase Globale leeftijdsgroep Kenmerken
Sensomotorisch Geboorte – 2 jaar Ontwikkeling van zintuigen. Motoriek,
geheugen en objectpermanentie. Weinig tot
geen vermogen om dingen symbolisch weer te
geven.
Pre operationeel 2-7 jaar Ontwikkeling van taal, fijne motoriek en
symbolisch denken.
Concreet operationeel 7-12 jaar Ontwikkeling van conservatiebegrip,
reversibiliteit en logica.
Formeel operationeel 12 jaar – volwassenheid Ontwikkeling van logisch redeneren en
abstract denken.
Er komen steeds meer aanwijzingen dat bepaalde cognitieve vaardigheden zich in niet-westerse
culturen op andere tijdstippen manifesteren. En ook kunnen sommige culturen het hoogste stadia
niet bereiken.

Informatieverwerkingstheorie: benadering van cognitieve ontwikkeling die probeert te achterhalen
op welke manieren mensen informatie coderen, opslaan en terughalen. Kinderen hebben een
beperkt vermogen voor het opslaan van informatie. Neopiagetiaanse theorieën gaan uit van cognitie
die bestaat uit verschillende typen afzonderlijke vaardigheden. Ook gaan ze meer uit van ervaring. De
theorie besteed weinig aandacht aan de creativiteit, ook hield de theorie zich niet bezig met de
sociale context van de ontwikkeling. De focus op duidelijk gedefinieerde processen, die relatief
nauwkeurig via onderzoek kunnen worden getest, is een van de belangrijkste kenmerken van
informatieverwerkingstheorie. De theorie is gebaseerd op een uitgebreide, logische reeks concepten.
Helaas gaat ten eerste de theorie door haar focus op enkelvoudige, individuele cognitieve processen
voorbij aan een aantal belangrijke factoren die cognitie lijken te beïnvloeden. Ook besteedt deze
theorie relatief weinig aandacht aan sociale en culturele factoren. En ten slotte door het oog op
detail heeft de theorie geen zicht meer op het grote geheel.
- Het begrip van getallen:
Kinderen hebben een goed ontwikkeld getalbegrip. Kinderen volgen bij het tellen een aantal
principes: er moet een nummer aan komen en maar 1 keer geteld worden. Het getalbegrip is
nog niet heel stabiel.
- De ontwikkeling van het geheugen in de peuter- en kleutertijd:
Autobiografisch geheugen: de herinnering aan specifieke gebeurtenissen uit ons eigen leven.
Het ligt aan hoe kinderen de gebeurtenis waarderen of ze de herenneringen lang kunnen
onthouden of maar een week etc. de herenneringen van kinderen aan terugkerende
gebeurtenissen zijn vaak georganiseerd in een script: algemene weergave in het geheugen
van gebeurtenissen en de volgorde waarin zo optreden. Ze kunnen bepaalde dingen maar
moeilijk beschrijven.
Piaget zegt dat de kwalitatieve verbeteringen verantwoordelijk waren, maar het zijn de kwantitatieve
verbeteringen die verantwoordelijk zijn voor de cognitieve ontwikkeling.

Cognitieve neurowetenschappen: benadering van cognitieve ontwikkeling die zich richt op de invloed
van hersenprocessen op cognitieve activiteit. Net als andere cognitieve perspectieven houdt de
neurowetenschap rekening met interne, mentale processen. Het verschil hierin is dat cognitieve
neurowetenschappers zich specifiek concentreren op de neurologische activiteiten die ten grondslag
liggen aan denken, probleemoplossing, plannen en organiseren. Helaas cognitieve
neurowetenschapper soms beter in staat is ontwikkelingsverschijnselen te beschrijven dan te
verklaren.

Het systemisch perspectief:

Gekoppeld boek

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
2.1, 9,1, hs10, 12.1, 13.1, 13.2.1, 13.2.2, 15.1,15.2, 16.1, 16.2, artikel elo, inspanningsfysiologi
Geüpload op
20 oktober 2020
Aantal pagina's
31
Geschreven in
2020/2021
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$5.96
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
3005j Hogeschool Windesheim
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
27
Lid sinds
7 jaar
Aantal volgers
25
Documenten
0
Laatst verkocht
2 jaar geleden

3.0

1 beoordelingen

5
0
4
0
3
1
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen