Blok 1
Maatschappelijke Economische Actualiteit
Ondernemerschap & Retail Management Jaar 1
Tentamen Blok 1: ORVP19MAE-2020-P1-TOETS-01-1 Marketingomgeving Extern
Boek: algemene economische basisprincipes
Mijn cijfer voor tentamen met deze samenvatting: 7.0
,Inhoud
Hoofdstuk 1. Plaatsbepaling en basis begrippen....................................................................................3
Hoofdstuk 2. Vraag.................................................................................................................................4
Hoofdstuk 4. Markten............................................................................................................................6
Hoofdstuk 5. Overheidsingrijpen in markten..........................................................................................8
Hoofdstuk 6. Productie en bestedingen.................................................................................................9
Hoofdstuk 7. Inkomensevenwicht........................................................................................................11
Hoofdstuk 8. Groei en conjunctuur......................................................................................................12
Hoofdstuk 9. Arbeidsmarkt en Macro-economisch overheidsbeleid....................................................14
Hoofdstuk 10 Geld, inflatie en financiële markten...............................................................................16
Hoofdstuk 11. Internationale handel en economische integratie........................................................18
Hooffstuk 12.6. EMU en de Euro..........................................................................................................20
,Hoofdstuk 1. Plaatsbepaling en basis begrippen
Externe omgeving = De factoren buiten de onderneming die gedrag en resultaat van de
onderneming beïnvloeden.
2 soorten omgevingsfactoren:
o Macro-omgeving
o Directe omgeving
Schaarste = De spanning als gevolg van de beperkte beschikbaarheid van alternatief
aanwendbare middelen voor het voorzien in een onbeperkt aantal behoeften.
Alternatief aanwendbaar = Geld, tijd en productie -middelen zijn voor verschillende doelen
bruikbaar, maar na gebruik kun je ze niet voor iets anders gebruiken.
o Voorbeeld: Iemand kan zijn budget gebruiken om de Spaanse markt te ontwikkelen,
maar dan moet hij de Spaanse markt laten liggen.
Alternatieve kosten (opportunity costs) = de opbrengsten van het niet gekozen alternatief.
Welvaart = De mate waarin consumenten met schaarste, alternatief aanwendbare middelen in
hun behoefte kunnen voorzien.
Binnenlands product (BBP) = De waarde van goederen en diensten die in een land worden
geproduceerd.
Vrije goederen = Goederen die onbeperkt ter beschikking staan voor iedereen; daardoor is er
geen keuzeprobleem.
Productiefactoren = De voor de productie benodigde middelen:
o Arbeid: De tijd en inspanningen die mensen besteden aan de productie van goederen en
diensten.
o Kapitaal: De geproduceerde goederen en diensten die voor de productie van andere
goederen en diensten worden gebruikt.
o Natuur: Alle natuurlijke hulpbronnen
o Ondernemerschap: De organisatie van het productieproces.
Primair inkomen = Inkomen waar een tegenprestatie tegenover staat.
Economische orde = De manier waarop de onderlinge afstemming van productie en consumptie
is georganiseerd.
o Budgetmechanisme = De overheid bepaalt het aanbod van goederen en diensten door
middel van het toekennen van budgetten.
Planeconomie = Een centraal geleidde economie (voorbeeld Noord-Korea)
o Markt mechanisme = Het aanbod van goederen en diensten komt tot stand door de vrije
werking van vraag en aanbod.
Markteconomie = Marktmechanisme bepaald voor welke goederen de
productiefactoren worden gebruikt. (Geen enkel land is 100% markteconomisch)
Gemengde economie = Mengvorm van plan- en markteconomie. (Dit zijn de
meeste landen ter wereld)
Allocatie van de productie factoren = Mechanisme dat bepaald voor welke goederen de
productiefactoren in welke mate worden ingezet.
, Economische handelen = Aanpak van het keuze probleem bij het omgaan met schaarste en
middelen.
Algemene economie = Aanpak van keuze problemen in de maatschappij
Micro-economie = Economische keuzeproblemen van individuele consumenten en producenten.
Meso-economie = Economische vraagstukken op bedrijfstak niveau.
Macro-economie = Vraag stukken op landelijk en internationaal niveau.
Monetaire economie bestudeert hoe de geldhoeveelheid, rentevoet, wisselkoers, inflatie,
productie en werkgelegenheid beïnvloed en in welke mate het monetaire beleid de
ontwikkelingen van deze variabelen beïnvloed.
Internationale economische betrekkingen = bestudeert de internationale handel in goederen en
diensten en het financiële verkeer tussen die landen.
Ceteris paribus clausule = het overige blijft gelijk
o Dit betekent dat als we ons bijvoorbeeld afvragen wat er met de export gebeurd als de
euro in waarde daalt, dat we alleen maar naar de koers van de euro kijken. Alle overige
factoren blijven gelijk, als aanname.
Exogene grootheid = Grootheid waarvan de waarde bepaald wordt door de factoren buiten het
model.
Endogene grootheid = Grootheid waarvan de waarde met behulp van het model wordt
berekend.
Hoofdstuk 2. Vraag
Individuele vraag = De vraag van een individuele consument naar een product.
Collectieve vraag = De vraag van alle consumenten gezamenlijk naar een product.
Vraag bepalende factoren:
o De behoefte aan een product of dienst
o De prijs van een product
o Prijzen van andere producten of diensten
o Het inkomen
Substitutie-effect = de verandering van de vraag naar andere producten als gevolg van een
prijsverandering van een goed.
Inkomenseffect van een prijs verandering = De verandering van het reële inkomen als gevolg van
de prijs verandering van het goed.
Afgeleide vraag = Het inkopen van grondstoffen, machines en dergelijke door producenten voor
het vervaardigen van goederen.
Vraagfunctie = Functie die het verband tussen de vraag naar een produt en de prijs van een
product weergeeft.
Vraagcurve = Grafische weergave van de relatie tussen de vraag naar een product en de prijs van
dat product.
o Een vraagcurve loopt altijd dalend; bij een daling van de prijs neemt de vraag naar het
goed toe.
, Prijselasticiteit van de vraag = De gevraagde hoeveelheid verandert meer dan evenredig als
gevolg van een prijsverandering.
Prijsinelasticiteit van de vraag = De gevraagde hoeveelheid verandert minder dan evenredig als
gevolg van een prijsverandering.
Formule prijselasticiteit =
∆% Qv : ∆% P
Procentuele verandering afzet: procentuele verandering prijs
<1 = inelastisch
1 = Neutraal
>1 = Elastisch
De waarde van de prijselasticiteit van de vraag is afhankelijk van vier factoren:
o Het deel van het inkomen dat met de aanschaf van het goed gemoeid is.
o De lengte van de beschouwde periode
o De aarde van het goed
o De beschikbaarheid van alternatieven
Prijselasticiteit van de afzet = De verandering van de afgezette hoeveelheid van het product als
gevolg van een verandering van prijs van dat product.
Kruislingse prijselasticiteit van de vraag = De verhouding tussen en door een prijsverandering van
een ander goed veroorzaakte verandering van de gevraagde hoeveelheid van een goed en de
prijsverandering van een ander goed.
Formule kruislingse prijselasticiteit
∆% Qva : ∆% Pb
Procentuele verandering van de vraag goed A: Procentuele verandering van de prijs goed B
Substitutie goederen = Goederen die elkaar in het gebruik kunnen vervangen (Voorbeeld:
telecomaanbieders KPN & Ziggo)
Complementaire goederen = Goederen die elkaar in gebruik aanvullen (Voorbeeld: Auto’s en
benzine)
Noodzakelijk goed = Goed waarnaar de vraag bij een inkomensstijging meer dan evenredig
toeneemt (Als het inkomen stijgt gaat men niet meer brood eten)
Luxe goed = Goed waarnaar de vraag bij een inkomensstijging meer dan evenredig toeneemt (Als
het inkomen stijgt koopt men luxe goederen als een nieuwe TV)
Inkomenselasticiteit van de vraag = Een verhouding tussen en door een inkomensverandering
veroorzaakte verandering van de gevraagde hoeveelheid en die inkomensverandering.
Formule inkomenselasticiteit =
∆% Qv : ∆% i
Procentuele verandering gevraagde hoeveelheid: procentuele verandering inkomen