Samenvatting bedrijfseconomie
Hoofdstuk 10
Ondernemingen kennen een investeringsprobleem en een financieringsprobleem:
Investeringsprobleem: heeft betrekking op het maken van keuzes uit de verschillende mogelijkheden
dier er zijn om in activa te investeren.
Financieringsprobleem: heeft betrekking op het maken van keuzes uit de verschillende
mogelijkheden die een onderneming heeft om in haar vermogensbehoefte te voorzien.
Vermogen: - eigen vermogen (ondernemend, risicodragend)
- vreemd vermogen (niet-ondernemend, risicomijdend): - lang (> 1 jaar)
- kort (< 1 jaar)
Partiële financiering: als een onderneming het financieringsprobleem voor elk afzonderlijk onderdeel
van de activa probeert op te lossen.
Totale financiering: als de onderneming het financieringsprobleem van de totale activa als geheel
probeert op te lossen.
Vermogensbronnen van een onderneming:
- Vermogensmarkt: - kapitaalmarkt (voor lang vreemd vermogen)
- geldmarkt (voor kort vreemd vermogen)
- Intensieve financiering: de omloopsnelheid van het beschikbare vermogen wordt vergroot.
omzet
Omloopsnel heid
vermogen
Het ideaalcomplex (vorm van intensieve financiering): als een onderneming beschikt over een
verzameling identieke duurzame productiemiddelen, die een volkomen gelijkmatige leeftijdsopbouw
kennen. De bedragen die jaarlijks vrijkomen via de afschrijvingen hierop, zijn steeds even groot als
het bedrag dat nodig is om alle versleten duurzame productiemiddelen te vervangen.
Leasing: het huren van de benodigde activa.
- Operational lease: kortlopende opzegbare huurovereenkomst. Onderhoud, verzekering en
afschrijving komen voor de rekening van de verhuurder. ‘Off balance’.
- Financial lease: langlopende onopzegbare huurovereenkomst. Duur van de overeenkomst is vaak
gelijk aan de economische levensduur en na afloop van het contract kan de huurder het vaak kopen
voor een bepaalde prijs. Het risico van economische veroudering komt voor rekening van de huurder,
net als de kosten voor onderhoud en verzekering. ‘On balance’.
Sale-and-lease-back: ondernemingen verkopen een bepaalde duurzame activa aan een
leasemaatschappij, waarna zij dezelfde activa terughuurt via een leaseovereenkomst.
Factoring: een onderneming draagt haar vorderingen op afnemers over aan een
factoringmaatschappij.
- Old line factoring: de factoringmaatschappij betaalt de goedgekeurde vorderingen grotendeels
onmiddellijk uit aan de onderneming die de vorderingen overdraagt. Dit verkleint de
vermogensbehoefte van de onderneming. De vergoeding ligt hier echter hoger omdat de
,factoringmaatschappij de vorderingen vóór de vervaldatum uitbetaald en er dus rentekosten
bijkomen.
- Maturity factoring: hierbij betaalt de factoringmaatschappij het bedrag van de vorderingen uit op
de dag dat de afnemer had moeten betalen. Dit beïnvloedt de vermogensbehoefte niet, maar geeft
wel zekerheid dat het bedrag op een zekere datum zal worden betaald.
Hoofdstuk 12
Verschillen NV en BV:
- Bij een BV zijn de aandelen op naam en niet vrij overdraagbaar.
- Een BV geeft geen aandelenbewijzen uit.
Soorten aandelen:
- Klassiek (op papier)
- CF (Centrum Fondsenadministratie, digitaal)
Aandelen bij een NV:
- Gewone aandelen: zeggenschap en dividend.
- Prioriteitsaandelen: bijzondere zeggenschap en dividend.
- Preferente aandelen: voorrang bij uitkering dividend, zeggenschap en cumulatierecht: als dividend
een jaar niet kan worden betaald, wordt dit een ander jaar uitbetaald.
Voordat de winst kan worden verdeeld, moet er vennootschapsbelasting over betaald worden.
Vervolgens kan de winst gebruikt worden voor het uitkeren van dividend aan aandeelhouders, het
uitkeren van winst aan het personeel (tantièmes) of het vormen van reserves.
Cashdividend: het uitkeren van dividend in de vorm van geld.
Stockdividend: het uitkeren van dividend in de vorm van aandelen.
Over het uitgekeerde dividend moet 15% dividendbelasting betaald worden en dit bedrag wordt
volledig van het bedrag dat cash zal worden uitgekeerd afgetrokken.
Bij het uitkeren van dividend kunnen twee percentages berekend worden:
Oorzaken voor het ontstaan van reserves:
- het niet uitkeren van een gedeelte van de winst (winstreserve of algemene reserve)
- het plaatsen van aandelen tegen een prijs die boven de nominale waarde ligt (agioreserve)
- het opnemen van activa op de balans tegen de vervangingswaarde (herwaarderingsreserve)
Redenen voor het vormen van reserves:
- het kunnen opvangen van toekomstige tegenvallers (vergroting van het weerstandsvermogen)
- het kunnen financieren van een uitbreiding
- het vervangen van vreemd vermogen door eigen vermogen
, Indeling reserves:
- Open reserves: reserves waarvan de omvang en het bestaan zijn af te lezen uit de balans.
- Stille reserves: het bestaan kan wel op basis van de balans worden vermoed, maar de omvang is
niet te bepalen.
- Geheime reserves: reserves waarvan het bestaan en de waarde niet uit de balans kan worden
afgeleid.
Nominale waarde van een aandeel: waarde die op het aandeel staat aangegeven.
Rentabiliteitswaarde: gebaseerd op de winstgevendheid van de onderneming.
Rentabiliteitswaarde per aandeel: rentabiliteitswaarde van een onderneming gedeeld door het
aantal geplaatste aandelen.
Rendementswaarde van een aandeel: gaat uit van de toekomstige dividenduitkeringen.
Factoren die bepalend zijn voor de koers van een aandeel:
- toekomstverwachtingen van beleggers
- verwachtingen m.b.t. de winstgevendheid van de NV
- de algemene economische situatie
- de politieke situatie
- verwachtingen m.b.t. de algemene economische ontwikkeling
Emissie: uitgifte van aandelen.
Guichet-emissie: banken spelen een passieve rol, ze fungeren als tussenschakel tussen de NV en
beleggers. Het risico is voor de NV.
Overgenomen emissie: banken spelen een actieve rol en nemen de emissie gedeeltelijk of geheel
over. Het risico voor het deel van de emissie dat is overgenomen ligt bij de bank. Voor de bank geldt
een minimale koers van 95% van de nominale waarde.
Vrije emissie: staat voor iedereen open.
Voorkeursemissie/claimemissie: alleen voor bestaande aandeelhouders van de NV. De meeste
Hoofdstuk 10
Ondernemingen kennen een investeringsprobleem en een financieringsprobleem:
Investeringsprobleem: heeft betrekking op het maken van keuzes uit de verschillende mogelijkheden
dier er zijn om in activa te investeren.
Financieringsprobleem: heeft betrekking op het maken van keuzes uit de verschillende
mogelijkheden die een onderneming heeft om in haar vermogensbehoefte te voorzien.
Vermogen: - eigen vermogen (ondernemend, risicodragend)
- vreemd vermogen (niet-ondernemend, risicomijdend): - lang (> 1 jaar)
- kort (< 1 jaar)
Partiële financiering: als een onderneming het financieringsprobleem voor elk afzonderlijk onderdeel
van de activa probeert op te lossen.
Totale financiering: als de onderneming het financieringsprobleem van de totale activa als geheel
probeert op te lossen.
Vermogensbronnen van een onderneming:
- Vermogensmarkt: - kapitaalmarkt (voor lang vreemd vermogen)
- geldmarkt (voor kort vreemd vermogen)
- Intensieve financiering: de omloopsnelheid van het beschikbare vermogen wordt vergroot.
omzet
Omloopsnel heid
vermogen
Het ideaalcomplex (vorm van intensieve financiering): als een onderneming beschikt over een
verzameling identieke duurzame productiemiddelen, die een volkomen gelijkmatige leeftijdsopbouw
kennen. De bedragen die jaarlijks vrijkomen via de afschrijvingen hierop, zijn steeds even groot als
het bedrag dat nodig is om alle versleten duurzame productiemiddelen te vervangen.
Leasing: het huren van de benodigde activa.
- Operational lease: kortlopende opzegbare huurovereenkomst. Onderhoud, verzekering en
afschrijving komen voor de rekening van de verhuurder. ‘Off balance’.
- Financial lease: langlopende onopzegbare huurovereenkomst. Duur van de overeenkomst is vaak
gelijk aan de economische levensduur en na afloop van het contract kan de huurder het vaak kopen
voor een bepaalde prijs. Het risico van economische veroudering komt voor rekening van de huurder,
net als de kosten voor onderhoud en verzekering. ‘On balance’.
Sale-and-lease-back: ondernemingen verkopen een bepaalde duurzame activa aan een
leasemaatschappij, waarna zij dezelfde activa terughuurt via een leaseovereenkomst.
Factoring: een onderneming draagt haar vorderingen op afnemers over aan een
factoringmaatschappij.
- Old line factoring: de factoringmaatschappij betaalt de goedgekeurde vorderingen grotendeels
onmiddellijk uit aan de onderneming die de vorderingen overdraagt. Dit verkleint de
vermogensbehoefte van de onderneming. De vergoeding ligt hier echter hoger omdat de
,factoringmaatschappij de vorderingen vóór de vervaldatum uitbetaald en er dus rentekosten
bijkomen.
- Maturity factoring: hierbij betaalt de factoringmaatschappij het bedrag van de vorderingen uit op
de dag dat de afnemer had moeten betalen. Dit beïnvloedt de vermogensbehoefte niet, maar geeft
wel zekerheid dat het bedrag op een zekere datum zal worden betaald.
Hoofdstuk 12
Verschillen NV en BV:
- Bij een BV zijn de aandelen op naam en niet vrij overdraagbaar.
- Een BV geeft geen aandelenbewijzen uit.
Soorten aandelen:
- Klassiek (op papier)
- CF (Centrum Fondsenadministratie, digitaal)
Aandelen bij een NV:
- Gewone aandelen: zeggenschap en dividend.
- Prioriteitsaandelen: bijzondere zeggenschap en dividend.
- Preferente aandelen: voorrang bij uitkering dividend, zeggenschap en cumulatierecht: als dividend
een jaar niet kan worden betaald, wordt dit een ander jaar uitbetaald.
Voordat de winst kan worden verdeeld, moet er vennootschapsbelasting over betaald worden.
Vervolgens kan de winst gebruikt worden voor het uitkeren van dividend aan aandeelhouders, het
uitkeren van winst aan het personeel (tantièmes) of het vormen van reserves.
Cashdividend: het uitkeren van dividend in de vorm van geld.
Stockdividend: het uitkeren van dividend in de vorm van aandelen.
Over het uitgekeerde dividend moet 15% dividendbelasting betaald worden en dit bedrag wordt
volledig van het bedrag dat cash zal worden uitgekeerd afgetrokken.
Bij het uitkeren van dividend kunnen twee percentages berekend worden:
Oorzaken voor het ontstaan van reserves:
- het niet uitkeren van een gedeelte van de winst (winstreserve of algemene reserve)
- het plaatsen van aandelen tegen een prijs die boven de nominale waarde ligt (agioreserve)
- het opnemen van activa op de balans tegen de vervangingswaarde (herwaarderingsreserve)
Redenen voor het vormen van reserves:
- het kunnen opvangen van toekomstige tegenvallers (vergroting van het weerstandsvermogen)
- het kunnen financieren van een uitbreiding
- het vervangen van vreemd vermogen door eigen vermogen
, Indeling reserves:
- Open reserves: reserves waarvan de omvang en het bestaan zijn af te lezen uit de balans.
- Stille reserves: het bestaan kan wel op basis van de balans worden vermoed, maar de omvang is
niet te bepalen.
- Geheime reserves: reserves waarvan het bestaan en de waarde niet uit de balans kan worden
afgeleid.
Nominale waarde van een aandeel: waarde die op het aandeel staat aangegeven.
Rentabiliteitswaarde: gebaseerd op de winstgevendheid van de onderneming.
Rentabiliteitswaarde per aandeel: rentabiliteitswaarde van een onderneming gedeeld door het
aantal geplaatste aandelen.
Rendementswaarde van een aandeel: gaat uit van de toekomstige dividenduitkeringen.
Factoren die bepalend zijn voor de koers van een aandeel:
- toekomstverwachtingen van beleggers
- verwachtingen m.b.t. de winstgevendheid van de NV
- de algemene economische situatie
- de politieke situatie
- verwachtingen m.b.t. de algemene economische ontwikkeling
Emissie: uitgifte van aandelen.
Guichet-emissie: banken spelen een passieve rol, ze fungeren als tussenschakel tussen de NV en
beleggers. Het risico is voor de NV.
Overgenomen emissie: banken spelen een actieve rol en nemen de emissie gedeeltelijk of geheel
over. Het risico voor het deel van de emissie dat is overgenomen ligt bij de bank. Voor de bank geldt
een minimale koers van 95% van de nominale waarde.
Vrije emissie: staat voor iedereen open.
Voorkeursemissie/claimemissie: alleen voor bestaande aandeelhouders van de NV. De meeste