Vanaf de jaren zeventig kwam de politieke situatie in het Midden-Oosten steeds
meer in het middelpunt te staan van de wereldpolitiek. in 1978 sloten Israël en
Egypte vrede in Camp David. In 1980 viel Irak van Saddam Hoessein Iran binnen.
De val van de Berlijnse Muur in 1989 maakte een eind aan de Koude Oorlog.
Duitsland werd herenigd, de Sovjet-Unie viel in 1991 uiteen.
In Nederland bleef de economie groeien in de jaren zeventig. Het milieu werd een
grondgedachte toen in 1973/1974 olielanden hun olieproductie terugdraaiden → de
oliecrisis.
1975 → de eerste computer. De kleuren-tv werd betaalbaar. Vanaf de jaren tachtig
waren de tv en computer niet meer weg te denken uit onze maatschappij.
De in de jaren zestig ontstane tweede feministische golf zette door. Mensen
hechtten waarde aan individualisme en innerlijke reflectie vanaf de jaren zeventig.
Het ik-tijdperk was begonnen. Mensen gingen op zoek naar zichzelf.
De wetenschapsfilosofie kreeg steeds meer belang. Karl R. Popper verdedigde het
falsificatiebeginsel → van een wetenschappelijke theorie moest worden bewezen
dat ze onwaar is. Wetenschappelijke kennis is altijd tijdelijk.
Vanaf de jaren tachtig kwam het postmodernisme op → de opvatting is voorbij als
het streven naar een allesomvattende theorie van de werkelijkheid. Het
communicatieve handelen van Jürgen Habermas benadrukt het belang van
communicatief, argumenterend en machtsvrij handelen dat gericht is op het bereiken
van een overeenstemming.
Bij de kunst in de jaren zeventig en tachtig was geen dominante stijl, stroming of
beweging. De kunst was anders dan de technisch geproduceerde massacultuur van
popart en de onpersoonlijke abstracte kunst uit de jaren zestig. De individuele
persoonlijkheid van de kunstenaar werd nu belangrijk. Ook herleefde de traditionele
en ambachtelijke kunst.
Performance bestaat sinds de jaren zeventig. Het is een actiekunst en een soort
voorstelling gemaakt vanuit een vast, vooropgezet plan.
Landart kwam op vanaf de jaren zeventig. Het is een ontwikkeling in de kunst
waarbij men zich nadrukkelijk van het stadsleven afwendde.
De popmuziek maakte na de jaren zestig grote ontwikkelingen door. De videoclip
werd erg belangrijk. Er waren grote stijlen naast en na elkaar:
Glitterrock → de kleding van de muzikanten en de lichtshows hadden een
grote rol.
Hardrock → lange nummers waardoor alle bandleden hun meesterschap van
het instrument konden laten zien.
Discomuziek → dansgericht, werd gedraaid in discotheken.
Punk → een tegencultuur. Ze wilde terug naar de eenvoud van de
oorspronkelijke popmuziek, maatschappelijk anarchisme.