IBM SPSS Statistics
Inleiding in de Methoden & Technieken
Universiteit Leiden
,Inhoudsopgave stappenplan:
1. Begin en eind van SPSS Statistics:
a. IBM SPSS Statistics opstarten
b. Databestand opslaan
c. Uitvoerbestand opslaan
2. Variabelen:
2.1 Definiëren:
a. ‘Naam’ en ‘typen’ van variabelen definiëren
b. ‘Label’, ‘values’ en ‘missing values’ van variabelen definiëren
2.2 Nieuwe variabele(n):
a. Scores bij elkaar optellen en een nieuwe variabele maken
b. Een overzicht van cases maken voor een nieuwe variabele
c. Variabele(n) hercoderen
2.3 Verkeerd/corrigeren
a. Wat als je de ‘missing values’ verkeerd definieert?
b. Ingevoerde waarden corrigeren
3. Data:
3.1 Invoeren
a. Data invoeren
3.2 Sorteren
a. Data sorteren op één variabele
b. Data sorteren op twee of meer variabelen
3.3 Selectie (ongedaan) maken
a. Selectie van variabelen maken
b. Selectie ongedaan maken
4. Diagrammen, tabellen, boxplots, grafieken, histogrammen, scatterplots
4.1 Staafdiagrammen
a. Staafdiagram maken
b. Staafdiagram maken van twee of meer variabelen
4.2 Frequentietabellen
a. Frequentietabel maken
b. Gemiddelde en standaarddeviatie in een frequentietabel
4.3 Tabellen met beschrijvende statistieken
a. Tabel maken met beschrijvende statistieken (gemiddelde,
standaarddeviatie, minimum, maximum)
4.4 Boxplots
a. Side-by-side boxplot maken (via Legacy Dialogs)
b. Side-by-side boxplot maken (via Chart Builder)
c. Boxplot maken voor één groep/variabele (via Legacy Dialogs)
d. Boxplot maken voor één groep/variabele (via Chart Builder)
4.5 Grafieken
a. Een grafiek in de output bewerken (kleur veranderen)
b. Uitbijters in een grafiek bekijken
, 4.6 Histogram
a. Een histogram maken (met een normaalcurve) (via Legacy Dialogs)
b. Een histogram maken (met een normaalcurve) (via Chart Builder)
c. Intervallen in een histogram aanpassen
4.7 Scatterplots
a. Een scatterplot maken (via Legacy Dialogs)
b. Een scatterplot maken (via Chart Builder)
c. Een scatterplot maken met een derde variabele (via Legacy Dialogs)
d. Een scatterplot maken met een derde variabele (via Chart Builder)
5. Scores berekenen
a. Z-scores/standaardscores berekenen
b. Pearson r berekenen
, 1. Begin en eind van SPSS Statistics
a. IBM SPSS Statistics opstarten
1. Zoek in het menu van je computer naar ‘IBM SPSS Statistics’.
2. Open het. Je ziet nu het scherm ‘Welcome to IBM SPSS Statistics’.
3. Je opent aan de linkerkant een nieuwe DataSet.
b. Databestand opslaan
1. Je klikt links bovenin op ‘File’.
2. Dan klik je op ‘Save as’.
3. Je kiest een map waarin je het bestand wil opslaan.
4. Geef het bestand een naam (.sav).
5. Druk tenslotte op ‘Save’.
c. Uitvoerbestand opslaan
1. Je klikt links bovenin op ‘File’.
2. Dan klik je op ‘Save as’.
3. Je kiest een map waarin je het bestand wil opslaan.
4. Geef het bestand een naam (.spv).
5. Druk tenslotte op ‘Save’.
2. Variabelen
2.1 Definiëren
a. ‘Naam’ en ‘typen’ van variabelen definiëren
1. Je ziet het lege scherm ‘DataSet’.
2. Links zie je de ‘casenummers’ die door SPSS zijn toegevoegd, deze staan voor de
participanten. 1 regel = 1 participant.
3. Bovenaan zie je ‘var’, deze staan voor de variabelen.
4. Om gegevens van participanten in te kunnen vullen, heb je een codeboek nodig.
Deze krijg je meestal te zien via het werkboek in de Appendix. Een codeboek bestaat
uit:
a. Name
b. Type
c. Label
d. Values/Missing
5. Je klikt in het scherm ‘DataSet’ onderin op het scherm ‘Variable view’. Nu opent er
een tweede tabje.
6. De getallen links staan nu voor de variabelen.
7. De omschrijvingen op de bovenste regel is de informatie om de variabelen te
definiëren.
8. Je neemt de gegevens van ‘Name’ en ‘Type’ uit het codeboek letterlijk over in het
scherm ‘Variable view’.
b. ’ Label’,’ values’ en ‘missing values’ van variabelen definiëren
1. Je gaat in het scherm ‘DataSet’ naar het scherm ‘Variable view’.