Pathologie: practica
PR 1: celpathologie
- Histologie van de darmwand
o Muscularis externa: spierlaag in lengte- en dwarsrichting
o Submucosa: bevat bloedvaten
o Muscularis mucosae
o Mucosa met vili
o Lamina propria: gebied in de villus
o In de crypte liggen stamcellen, deze differentiëren en migreren vervolgens naar de
villus.
o Follikels in de darmwand: lokale immuunrespons: GALT
- Worm infectie (parasiet):
o Worm haakt in op de villi. De darm gaat reageren: enterocyten gaan cytokinen
uitscheiden (IL-25 en IL-33) → T-cel activatie → slijmbekercel hyperplasie IL-13):
toename aantal slijmbekercellen en dus slijm + meer B cellen en eosinofielen (IL-5)
▪ Eosinofielen gaan onder invloed van IL-5 proteases uitscheiden → worm
wordt verteerd.
~1~
,Microscopisch beeld van worminfectie:
- Controle:
o PAS-kleuring: kernen, cytoplasma en suikers worden aangekleurd.
▪ Goblet cellen/slijmbekercellen zijn paarse stipjes
• Paarse slijmlaag om de villi
o Mitosen zichtbaar in de crypte
▪ Stamcellen differentiëren tot Goblet cel of enterocyt
o De lengte van de villus is ongeveer 2x zo groot als de crypte (de ratio is 2)
o De lamina propria is niet cel-rijk
o Er zijn velden met lymfoid weefsel aanwezig: GALT
- 6 dagen na infectie:
o Aantal slijmbekercellen is toegenomen (slijmbekercelhyperplasie). Deze beginnen in
de crypte al te legen.
▪ Er bevindt zich slijm in het darmlumen
o De lengte van de villi wordt kleiner. De ratio is nu meer 1,5:1.
o In de crypte is er meer delingsactiviteit: meer mitose figuren
o Het aantal gevulde slijmbekercellen in de crypte is sterk afgenomen. Het slijm van
deze cellen bevindt zich in het lumen de crypte en tussen de villi.
- 10 dagen na infectie:
o Het aantal slijmbekercellen is enorm toegenomen.
o De villus:crypte ratio is 1:1 geworden.
o Worm is nog steeds zichtbaar. Soms kan je aan de enterocyten zien als ze schade
hebben: dan zitten er vacuolen in het cytoplasma
o Het aantal delingsfiguren is ook hoger dan normaal
- 15 dagen na infectie:
o Richting herstel
o Geen wormen meer
o Lengte villi begint toe te nemen
o Aantal slijmbekercellen is nog steeds hoog (ook in de crypte)
~2~
, - 20 dagen na infectie:
o HE-kleuring:
▪ Goblet cellen kleuren niet aan dus zijn wit (het zijn geen vacuolen)
o Aantal Goblet cellen is weer zo goed als genormaliseerd.
o Bloedvaatjes in de lamina propria met deze kleuring beter zichtbaar
Kopervergiftiging lever
- Opbouw lever:
o Lever is opgebouwd uit acini
o Vena hepatica: centraalvene: perivenulair
o Op de 6 hoekpunten liggen structuren die uit drie delen bestaan: portale trio:
periportaal:
▪ Arteria hepatica: aanvoer zuurstofrijk bloed
▪ Poortader: komt vanuit de darm
• Zuurstofarm, vol met voedingsstoffen en schadelijke stoffen
• Fuseert met zuurstofrijke bloed uit arterie en stroomt naar de
centraalvene
▪ Galgang (verzamelbuis)
• Gal wordt in de lever aangemaakt en stroomt dan anti-parallel aan
het bloed van binnen naar buiten
• Gal helpt in het metaboliseren van vetten (vettransport)
o Hepatocyten: zorgen voor de zuivering van het bloed
o Kupffercellen: macrofagen in de lever
o De leverlobjes zijn opgebouwd uit zones:
▪ Zone I: portale trio’s
▪ Zone II: hepatocyten, Kupffer cellen
▪ Zone III: draineren in vena hepatica (=perivenulair)
• In zone III zitten enzymen die in staat zijn om toxische stoffen af te
breken: Drug Enzyme System (DES)
~3~
PR 1: celpathologie
- Histologie van de darmwand
o Muscularis externa: spierlaag in lengte- en dwarsrichting
o Submucosa: bevat bloedvaten
o Muscularis mucosae
o Mucosa met vili
o Lamina propria: gebied in de villus
o In de crypte liggen stamcellen, deze differentiëren en migreren vervolgens naar de
villus.
o Follikels in de darmwand: lokale immuunrespons: GALT
- Worm infectie (parasiet):
o Worm haakt in op de villi. De darm gaat reageren: enterocyten gaan cytokinen
uitscheiden (IL-25 en IL-33) → T-cel activatie → slijmbekercel hyperplasie IL-13):
toename aantal slijmbekercellen en dus slijm + meer B cellen en eosinofielen (IL-5)
▪ Eosinofielen gaan onder invloed van IL-5 proteases uitscheiden → worm
wordt verteerd.
~1~
,Microscopisch beeld van worminfectie:
- Controle:
o PAS-kleuring: kernen, cytoplasma en suikers worden aangekleurd.
▪ Goblet cellen/slijmbekercellen zijn paarse stipjes
• Paarse slijmlaag om de villi
o Mitosen zichtbaar in de crypte
▪ Stamcellen differentiëren tot Goblet cel of enterocyt
o De lengte van de villus is ongeveer 2x zo groot als de crypte (de ratio is 2)
o De lamina propria is niet cel-rijk
o Er zijn velden met lymfoid weefsel aanwezig: GALT
- 6 dagen na infectie:
o Aantal slijmbekercellen is toegenomen (slijmbekercelhyperplasie). Deze beginnen in
de crypte al te legen.
▪ Er bevindt zich slijm in het darmlumen
o De lengte van de villi wordt kleiner. De ratio is nu meer 1,5:1.
o In de crypte is er meer delingsactiviteit: meer mitose figuren
o Het aantal gevulde slijmbekercellen in de crypte is sterk afgenomen. Het slijm van
deze cellen bevindt zich in het lumen de crypte en tussen de villi.
- 10 dagen na infectie:
o Het aantal slijmbekercellen is enorm toegenomen.
o De villus:crypte ratio is 1:1 geworden.
o Worm is nog steeds zichtbaar. Soms kan je aan de enterocyten zien als ze schade
hebben: dan zitten er vacuolen in het cytoplasma
o Het aantal delingsfiguren is ook hoger dan normaal
- 15 dagen na infectie:
o Richting herstel
o Geen wormen meer
o Lengte villi begint toe te nemen
o Aantal slijmbekercellen is nog steeds hoog (ook in de crypte)
~2~
, - 20 dagen na infectie:
o HE-kleuring:
▪ Goblet cellen kleuren niet aan dus zijn wit (het zijn geen vacuolen)
o Aantal Goblet cellen is weer zo goed als genormaliseerd.
o Bloedvaatjes in de lamina propria met deze kleuring beter zichtbaar
Kopervergiftiging lever
- Opbouw lever:
o Lever is opgebouwd uit acini
o Vena hepatica: centraalvene: perivenulair
o Op de 6 hoekpunten liggen structuren die uit drie delen bestaan: portale trio:
periportaal:
▪ Arteria hepatica: aanvoer zuurstofrijk bloed
▪ Poortader: komt vanuit de darm
• Zuurstofarm, vol met voedingsstoffen en schadelijke stoffen
• Fuseert met zuurstofrijke bloed uit arterie en stroomt naar de
centraalvene
▪ Galgang (verzamelbuis)
• Gal wordt in de lever aangemaakt en stroomt dan anti-parallel aan
het bloed van binnen naar buiten
• Gal helpt in het metaboliseren van vetten (vettransport)
o Hepatocyten: zorgen voor de zuivering van het bloed
o Kupffercellen: macrofagen in de lever
o De leverlobjes zijn opgebouwd uit zones:
▪ Zone I: portale trio’s
▪ Zone II: hepatocyten, Kupffer cellen
▪ Zone III: draineren in vena hepatica (=perivenulair)
• In zone III zitten enzymen die in staat zijn om toxische stoffen af te
breken: Drug Enzyme System (DES)
~3~