Indeling recht
recht
Overheidsregels
Aanspraak (recht op)
Natuurlijk persoon
Een mens
Rechtspersoon
Een organisatie die handelt als een natuurlijk persoon
Burgerlijk recht wetboek
Boek 1 pers en familie recht
Boek 2 rechtspersonenrecht
Boek 3 vermogensrecht
Boek 4 erfrecht
Hoofdstuk 2
,Indeling vermogensrecht
Vermogensrecht verdeling
Goederenrecht
Verbintenissenrecht (incl. overeenkomsten)
Vermogensrecht betreft eigendom
Regelt alles rondom het vermogen
Jij bent eigenaar van je spullen
Iemand die je spullen leent is houder
Iemand die je spullen steelt is bezitter
Eigendom is het meest volledige recht op een zaak
Absolute rechten
Zijn rechten die iemand heeft over een goed
Rechten die men kan handhaven ten opzichte van iedereen
Voorbeelden absolute recht
Eigendomsrecht
Vruchtgebruik
Erfpacht
hypotheekrecht
Pandrecht
Relatieve rechten
Zijn rechten die de juridische relatie tussen personen beschrijven met betrekking tot
vermogen. (Zijn rechten de ene persoon ten opzichte van de ander heeft)
Rechten die men kan handhaven ten opzichte van een of meer bepaalde personen
Bijv.: Een koper heeft de plicht om de koopsom te betalen en dat betekend dat de
verkoper een relatief recht ten opzichte van de koper
Goederenrecht
Dat deel van het vermogensrecht dat betrekking heeft op de rechtsverhouding van de
burger tot een goed.
Verbintenissenrecht
Gaat over de rechtsverhouding van personen ten opzichte van andere personen met
betrekking tot hun vermogen.
Voorbeeld: verkoper heeft ten opzichte van de koper een plicht om het goed te
leveren
Verbintenis: een rechtshouding waardoor de ene partij een prestatie verschuldigd is
aan de andere partij, die recht heeft op die prestatie
Verbintenis is een recht en plicht 9recht van de ene partij is de plicht van de andere
partij
Bronnen van verbintenissen
, De wet
De overeenkomst (bijv.: koopovereenkomst)
Hoofdstuk 3
, Inleiding goederecht
Vermogen = bezittingen (activa= goederen) + schulden (passiva)
Goederen: zaken (tastbaar + menselijke beheersing vatbaar) en vermogensrechten
(op geld waardeerbaar zijn en die de rechthebbende aan een ander kan overdragen
zoals auteursrecht, merkrecht en vorderingen)
Zaken: roerende zaken (beweegbaar bijv. een tas of tafel) + onroerende zaken (niet
beweegbaar bijv.: gemonteerde keuken)
Hoofdzaken (fiets, kun je gebruiken) en bestanddelen (achter lamp)
Eigenaar bent van de hoofdzaak word je door natrekking van de bestanddeel. (bijv.:
zadel op nieuwe fiets en dan ben je automatisch eigenaar van de zadel)
Goederenrecht is absolute recht
Roerend en register goederen
Registergoederen zijn goederen voor welke overdracht of vestiging inschrijving in
daartoe bestemde openbare registers noodzakelijk is bijv.: onroerend goed+ niet-
register goederen
Eigendom van roerende zaken gaat over door bezitsverschaffing
Eigendom van registergoederen gaat over door levering ( notariële akte ) en
inschrijving in het register.
Notaris zet het in het register
Taak notaris bij verkoop onroerende zaken: verricht werkzaamheden voor verkoper en
koper en maakt eventueel melding van ongebruikelijke transacties ( FIU melding
Voorbeelden: vliegtuig= roerend goed en registergoed
grond= onroerend goed en registergoed
Auto= roerend goed en geen register goed
huis= onroerend en registergoed
trein is roerend goed maar geen registergoed
Hoofdstuk 4