Bedrijfseconomie samenvatting examen
Domein B – van persoon naar rechtspersoon.
2 vormen van lenen: comsumptief krediet en hypothecair krediet.
Consumptief kredit: vormen van krediet voor leningen die worden
gebruikt om goederen te verkopen die geen vaste waarden hebben (bijv
machine, auto). Er zijn verschillende vormen:
Persoonlijke lening
Een lening die je aan een consument voor de aanschaf van duurzame
consumptie goederen. Het maximale bedrag wordt in 1 keer opgenomen
en afgeloste bedragen mogen niet opnieuw worden opgenomen.
Doorlopend krediet
Een lening voor consumenten waarbij met de bank een bepaald bedrag
wordt afgesproken. Meer geld opnemen dan het limiet is niet mogelijk,
minder wel. Je betaalt alleen rente over de opgenomen bedragen in
tegenstelling tot de persoonlijke lening waarbij je elke maand rente betaalt
over het volledige bedrag minus de al gedane aflossingen. Geen vaste
einddatum en afgesloten bedragen mogen in tegenstelling tot persoonlijke
lening opnieuw worden opgenomen.
Koop op afbetaling
Er wordt een goed gekocht en geleverd nadat er een aanbetaling is
gedaan. De rest wordt naderhand betaald in termijnen. De koper is meteen
eigenaar.
Huurkoop
De koper van het goed is pas eigenaar van het goed nadat de laatste
termijn betaald is.
Hypothecair krediet: een lening die je krijgt op een onderpand van een
onroerend goed. De eigenaar van het onroerend goed geeft bij het sluiten
van een hypotheek het onroerend goed in onderpand. Verschillende
vormen:
Annuïteitenhypotheek
Hypotheekvorm waarbij de maandelijkse som van rente plus aflossingen
gelijk blijft. Vaste einddatum, je lost periodiek af, je maandlasten zijn elke
maand hetzelfde, in het begin is het aandeel rente groot en het aandeel
aflossing laag.
Lineaire hypotheek
, Hypotheekvorm waarbij je elke maand hetzelfde bedrag aflost (rente niet
hetzelfde) Vaste einddatum, aflossing en rente zijn in het begin hoog en op
het eind laag.
2 soorten rente:
Enkelvoudige intrest: de intrerest wordt berekend over het
oorspronkelijke bedrag.
Ten aanzien van aflossingen zijn er 2 mogelijkheden: 1) aflossingen aan
het eind van de looptijd. Je betaald alleen interest en lost alles aan het
eind af. 2) lineaire aflossing. Er wordt per periode een deel van de schuld
afgelost. De interest neemt dan ook af.
Samengestelde interest: er wordt niet alleen rente berekend over het
beginkapitaal maar ook over de al eerder bijgeschreven rente. Rente op
rente.
De contante waarde van 1 bedrag is de waarde van een bedrag op een
bepaald tijdstip in het verleden op basis van samengestelde interest.
Er zijn 2 categorieën ondernemingsvormen: rechtsvormen zonder
rechtspersoonlijkheid (natuurlijke personen) en rechtsvormen met
rechtspersoonlijkheid (rechtspersonen). Een natuurlijk persoon is een
individu en een rechtspersoon is een organisatie.
Rechtsvormen zonder rechtspersoonlijkheid
Domein B – van persoon naar rechtspersoon.
2 vormen van lenen: comsumptief krediet en hypothecair krediet.
Consumptief kredit: vormen van krediet voor leningen die worden
gebruikt om goederen te verkopen die geen vaste waarden hebben (bijv
machine, auto). Er zijn verschillende vormen:
Persoonlijke lening
Een lening die je aan een consument voor de aanschaf van duurzame
consumptie goederen. Het maximale bedrag wordt in 1 keer opgenomen
en afgeloste bedragen mogen niet opnieuw worden opgenomen.
Doorlopend krediet
Een lening voor consumenten waarbij met de bank een bepaald bedrag
wordt afgesproken. Meer geld opnemen dan het limiet is niet mogelijk,
minder wel. Je betaalt alleen rente over de opgenomen bedragen in
tegenstelling tot de persoonlijke lening waarbij je elke maand rente betaalt
over het volledige bedrag minus de al gedane aflossingen. Geen vaste
einddatum en afgesloten bedragen mogen in tegenstelling tot persoonlijke
lening opnieuw worden opgenomen.
Koop op afbetaling
Er wordt een goed gekocht en geleverd nadat er een aanbetaling is
gedaan. De rest wordt naderhand betaald in termijnen. De koper is meteen
eigenaar.
Huurkoop
De koper van het goed is pas eigenaar van het goed nadat de laatste
termijn betaald is.
Hypothecair krediet: een lening die je krijgt op een onderpand van een
onroerend goed. De eigenaar van het onroerend goed geeft bij het sluiten
van een hypotheek het onroerend goed in onderpand. Verschillende
vormen:
Annuïteitenhypotheek
Hypotheekvorm waarbij de maandelijkse som van rente plus aflossingen
gelijk blijft. Vaste einddatum, je lost periodiek af, je maandlasten zijn elke
maand hetzelfde, in het begin is het aandeel rente groot en het aandeel
aflossing laag.
Lineaire hypotheek
, Hypotheekvorm waarbij je elke maand hetzelfde bedrag aflost (rente niet
hetzelfde) Vaste einddatum, aflossing en rente zijn in het begin hoog en op
het eind laag.
2 soorten rente:
Enkelvoudige intrest: de intrerest wordt berekend over het
oorspronkelijke bedrag.
Ten aanzien van aflossingen zijn er 2 mogelijkheden: 1) aflossingen aan
het eind van de looptijd. Je betaald alleen interest en lost alles aan het
eind af. 2) lineaire aflossing. Er wordt per periode een deel van de schuld
afgelost. De interest neemt dan ook af.
Samengestelde interest: er wordt niet alleen rente berekend over het
beginkapitaal maar ook over de al eerder bijgeschreven rente. Rente op
rente.
De contante waarde van 1 bedrag is de waarde van een bedrag op een
bepaald tijdstip in het verleden op basis van samengestelde interest.
Er zijn 2 categorieën ondernemingsvormen: rechtsvormen zonder
rechtspersoonlijkheid (natuurlijke personen) en rechtsvormen met
rechtspersoonlijkheid (rechtspersonen). Een natuurlijk persoon is een
individu en een rechtspersoon is een organisatie.
Rechtsvormen zonder rechtspersoonlijkheid