Hoorcollege week 1 – 14 november..................................................................................................2
Hoorcollege 2 – maandag 21 november week 2................................................................................8
Hoorcollege 28 november week 3...................................................................................................14
Hoorcollege 4 – week 4....................................................................................................................20
Hoorcollege week 5 – Intergroep vriendschappen...........................................................................25
Hoorcollege week 6 – 9 januari........................................................................................................31
Hoorcollege week 7.........................................................................................................................35
Hoorcollege 8 – Docentcompetenties in cultureel diverse klassen..................................................39
Responsiecollege 30 januari.............................................................................................................43
,Hoorcollege week 1 – 14 november
Hoe kijken we? En wat zien we dan?
- ‘De-familiarisering’ van Baumann: bevragen van de dingen zoals ze zijn en ze niet
beschouwen als normaal. “De-familiarize the familiar and familiarize the unfamiliar”.
Er is niemand die objectief kan kijken naar diversiteit. In dit vak 1) bewustzijn krijgen 2) het
ontdekken van intersubjectieve mechanismen.
Loskomen van de familiar ways of thinking.
Prescriptief voorschrijvend, beschrijft hoe het moet.
Descriptief Beschrijft hoe het eraan toe gaat.
- Stads- en onderwijssociologisch en sociaal-pedagogisch; opgroeien en opvoeden in een
grootstedelijke, superdiverse samenleving (zoals de Rotterdamse).
- Dus een focus op socialisatiemechanismen binnen de leefwerelden/domeinen van het gezin,
de peer group en het onderwijs.
Superdiversiteit en de grote stad
- Geen ideologisch of normatief concept, maar een beschrijving van een sociologisch-
demografische transitie.
- Amsterdam en Rotterdam als ‘Majority-minority cities’ (Crul, 2013: 12)
- Groeiende ´diversiteit binnen de diversiteit’ en wisselwerking tussen verschillende
identiteitsdimensies (Vertovec, 2007).
- En de verhouding met macht, kapitaal en ongelijkheid?
Majority Minority Cities (Crul & Lelie, fc.)
Majority-minority steden iedereen is een minderheidsgroep.
,Demografische kantelement een stad heeft geen culturele meerderheidsgroep. Zolang
demografische kantelement is niet bereikt door een stad dan is het geen superdiverse stad maar een
culturele diverse stad.
Groeiende culturele diversiteit # ‘superdiversiteit’
Nieuwe verscheidenheid (Engbersen et al. 2019)
- Veranderingen in migratiepatronen: meer (hoogopgeleide) arbeidsmigratie
- Toenemende vlottendheid dit betekent mensen blijven korter. ze gaan een jaar werken en
gaan dan terug naar andere land
Nieuwe verscheidenheid (Engbersen et al. 2019)
, Kenmerken superdiversiteit:
1. Demografische kantelpunt de stad heeft geen culturele meerderheidsgroep.
2. Enorme intensivering van de culturele diversiteit. Enorme groei van de diversiteit van
verschillende groepen.
3. Groeiende diversiteit binnen de diversiteit en wisselwerking tussen verschillende
identiteitsdimensies. De groeiende sociaaleconomisch diversiteit en electorale diversiteit
(stemgedrag), leefstijl diversiteit.
Groeiende diversiteit is niet gelijk aan superdiversiteit.
Kenmerken van superdiversiteit:
1e kenmerk: demografische kantelmoment
2e kenmerk: enorme intensivering van culturele groep (culturele groep stijgt, meerdere verschillende
groepen ontstaan)
3e kenmerk: groeiende diversiteit binnen de culturele diversiteit (economische, electorale en leefstijl
diversiteit. Deze verschillende groepen verschillen onderling ook met elkaar).
- Betekenis demografische kantelmoment: de grote groep daalt en wordt ingenomen door dat
er een andere groep bijkomt.
- De superdiverse samenleving neemt toe en altijd te vinden in grote steden. zolang een
omgeving stad of dorp GEEN demografische kantelmoment heeft ervaren dan is er geen
sprake van superdiversiteit.
Nieuwe verscheidenheid