het verplichte literatuur want de docenten die de hoorcolleges maakten snapten
er duidelijk geen balhaar van dus ik heb alles versimpeld en aangevuld met het
boek (van der Roest.)
Het lijkt uitdagend maar alles valt op zijn plek zodra je van begin naar einde leest
no worrys!
- Week 1: contractuele vennootschappen en vertegenwoordiging
- Week 2: rechtspersonen en de blokkeringsregeling
- Week 3: fiscaal recht
- Week 4: vertegenwoordiging, aansprakelijkheid en geschillen
- Week 5: goederenrecht
- Week 6: goederenrecht (projectdag, geen colleges)
- Week 7: faillisementkanker
Inhoud
Week 1................................................................................................................... 3
Week 1b Vertegenwoordiging contractuele vennootschappen...............................9
Week 2................................................................................................................. 12
Week 3................................................................................................................. 23
Week 4................................................................................................................. 37
Artikel 2:6 BW in makkelijke taal en relativeren naar wettekst:.....................40
....................................................................................................................... 41
Week 5................................................................................................................. 49
Week 6................................................................................................................. 50
Week 7................................................................................................................. 50
-
,
,Week 1
Het begrip ‘onderneming’
*Het draait bij een groot deel van de colleges om een onderneming, dus het is
handig om te weten wat een onderneming is, in de wet staat meestal het
antwoord op de vraag alleen bij het begrip onderneming is dat niet eenduidig.*
Wat is een onderneming? (zie art. 8 onder b HRW) jo. Art. 2 lid 1 Hrgb)
- Art 8 onder b Hrw:
“Bij algemene maatregel van bestuur: kan nader worden bepaald wanneer er
sprake is van een onderneming”
- Art 2 lid 1 Hrgb (dit is dus de algemene maatregel van bestuur)
“van een onderneming is sprake indien een voldoende zelfstandig optredende
organisatorische eenheid van een of meer personen bestaat waarin door
voldoende inbreng van arbeid of middelen, ten behoeve van derden diensten of
goederen worden geleverd of werken tot stand worden gebracht met het
oogmerk daarmee materieel voordeel te behalen”
o Het is dus de bedoeling dat winst wordt beoogd.
- hoe beoordeel je of aan deze definitie is voldaan? Zie art 2 lid 2 Hrgb.:
“van een onderneming is geen sprake indien er naar het oordeel van de kamer
onvoldoende omvang van activiteiten of omzet is”
De WOR:
De WOR hanteert een ruimer begrip, namelijk
- Art 1 sub c WOR:
“Elk in de maatschappij als zelfstandige eenheid optredend organisatorisch
verband waarin krachtens arbeidsovereenkomst of krachtens publiekrechtelijke
aanstelling arbeid wordt verricht”
- Wat is het verschil met art. 8 onder b + art 2 lid 1 Hrgb en art 1 c WOR:
Dat er volgens de WOR geen winst hoeft worden behaald.
Waarom al deze verschillende kanker definities?:
Omdat de definitie is geschreven vanuit het doel van de wet.
Oftewel; Het heeft geen andere functie dan het inbakenen(begrenzen) van
het toepassingsgebied van de betreffende wet.
*Fiscaal is er nog een andere begrip van onderneming, hierop gaan we verder in
week 3*
Het begrip ‘onderneming’ is niet zo zeer een juridisch begrip maar meer een
bedrijf economisch begrip
Handelsregister
**Van belang is, dat een onderneming altijd moet worden ingeschreven:
Een kanker onderneming moet altijd worden ingeschreven in het register van de
kanker kamer van koophandel.
Eigenlijk;
, Ondernemingen en rechtspersonen (art 2;3 BW) moeten worden ingeschreven,
art 5 jo 6 jo 18 Hrw
Niet iedere rechtspersoon is een onderneming,
Wat een rechtspersoon is, is bepaald in artikel 3 van boek 2 burgerlijk wetboek.
- Art 2: 3 BW:
“Verenigingen, coöperaties, onderlinge waarborgmaatschappijen, naamloze
vennootschappen, besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid en
stichtingen bezitten rechtspersoonlijkheid.”
Doel van het handelsregister:
Het doel van de inschrijving is rechtszekerheid bidden;
Het moet duidelijk zijn met wie iemand te maken heeft.
en;
het bieden van derdenbescherming voor een derde:
Het moet duidelijk zijn waar je verhaal kan halen als de partij met wie je
handelt zich niet houdt aan zijn verplichtingen.
Ondernemingsrecht:
Het ondernemingskanker kent 3 hoofthema`s:
- Interne structuur van onderneming (organisatie / inrichting)
o Bijv. BV; er is een duale structuur; dit betekend er is
aandeelhoudersvergadering en er is een bestuur.
o Bijv. bij Vof; kent dit maar 1 orgaan en dat zijn de vennoten.
- Vertegenwoordiging (wie mogen transacties afsluiten?)
- Verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid
* De hoofdthema`s worden anders ingekleurd naar de soort kleurplaat
(ondernemingsvorm)
Als je een onderneming opstart dan is het belangrijk dat je de vorm van de
onderneming uitkiest die het best past bij het doel dat je beoogd.
De ondernemingsvorm is eigenlijk de jas van de onderneming
Welke maat jas heb je nodig?
Welke onderneming je kiest ben je als ondernemer in principe vrij.
- Denk aan:
o Fiscale overwegingen, minst belasting
o Wie wordt er aansprakelijk
o Of de juridische inrichting; wie mogen besluiten nemen?
Meest voorkomende ondernemingsvorm is de; eenmanszaak (#1)
besloten vennootschap (#2)
Vennootschap onder firma
(#3)
De verklaring dat de eenmanszaak het populairst is omdat je juridisch niet veel
hoeft te doen.