HC1:
- Besluit van 23 mei 2017/Reclasseringsregeling 1995.
- Reclassering in een veranderende omgeving, 2017.
HC2:
- Bonta (2002). Offender risk assessment.
- Bosker (2009). Gestructureerd beslissen.
- Fazel & Singh etc. (2012). Use of risk assessment instruments to predict violence and antisocial behavior.
HC3:
- Wermink, Blokland, Nieuwbeerta & Tollenaar (2009). Recidive na werkstraffen en gevangenisstraffen.
HC4:
- Abraham & Dijk en Zwaan (2007). Inzicht in toezicht.
- Plaisier & Pennekamp (2009). Planevaluatie reclasseringstoezicht.
- Instrumenten voor risicotaxatie. Joke Harte (2013).
- Harte & Breukink, 2010. Objectiviteit of schijnzekerheid? Kwaliteit, mogelijkheden en beperkingen van instrumenten voor
risicotaxatie.
HC5:
- Blokland, Wermink, Robert & Maes (2015). Wederopsluiting na elektronische detentie en reguliere detentie in België.
- Van der Laan & Slotboom (2017). Wat werkt? Bijdragen aan terugdringen van recidive.
- Fazel & Wolf (2017). Selecting a risk assessment tool to use in practice: a 10-point guide.
HC6:
- Reclassering in een veranderende omgeving 2017.
- Van detineren naar re-integreren 2017, Den Haag: RSJ.
- Reclasseringsrecht (2013). Den Haag: RSJ.
Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (2017). Reclassering in een
veranderende omgeving.
Inleiding
RSJ-advies Visie op strafrechtelijke sanctietoepassing geeft aanbevelingen op basis van ontwikkelingen
in de samenleving en in sanctietoepassing om deze in een gewenste richting te stimuleren of aan te
passen. Een belangrijke constatering in de Visie op sanctietoepassing is dat toenemende
samenwerking tussen strafrechtstoepassing, bestuur en zorg kansen biedt voor gezamenlijk optrekken
om te komen tot een effectievere aanpak van delinquentie en andere maatschappelijke problematiek.
De reclassering is van oudsher in de samenleving geworteld en de afgelopen decennia in toenemende
mate onderdeel geworden van de strafrechtstoepassing. Ze is daarom in de positie om te helpen deze
samenwerking verder inhoud te geven. Dit komt door haar positionering en door de combinatie van haar
taken - zowel gericht op effectief functioneren van sanctietoepassing als op gedragsverandering bij
delinquenten.
Het belang van de reclassering voor strafrechtstoepassing ligt in het feit dat het reclasseringswerk het
gehele justitiële beloop omvat (met accenten op bepaalde momenten), vanaf aanhouding van verdachte
tot aan het moment waarop de justitiële bemoeienis eindigt. De reclassering kan het gedrag van de
delinquent zien, duiden en beïnvloeden in het grotere verband van zijn levensloop en zijn
maatschappelijke context.
Kernbegrippen rond het reclasseringswerk
De reclassent: Het voornaamste kenmerk is dat deze wordt verdacht van het plegen van 1 of meer
delicten en daarvoor mogelijk wordt, of al is, veroordeeld. Deze mensen vertonen gedrag dat hen in
conflict heeft gebracht met hun sociale omgeving, relaties, de rechtsorde. Ze hebben slachtoffer en
samenleving leed en schade toegebracht, soms nadat ze op hun beurt eerder beschadigd zijn geraakt.
Er spelen persoonlijke en omgevingsfactoren die risico opleveren voor verder of ernstiger schadelijk en
strafbaar gedrag. Persoonlijke factoren zoals een psychische stoornis of andere, structurele of tijdelijke
oorzaak voor onmaatschappelijk of gevaar opleverend gedrag. Omgevingsfactoren zoals het ontbreken
van materiële voorzieningen: onderdak, inkomen en zorg. Niet elke delinquent is een
reclasseringscliënt. In de eerste plaats zijn het justitiële beslissers (OM en rechter) die bepalen of
reclassering moet worden ingeschakeld. Verdachte of veroordeelde zal zich vervolgingen de
bemoeienis door de reclassering moeten laten welgevallen, zoals voorlichtingsrapportage, toezicht of
werkstraf. De houding en wil van de betrokkenen zijn ook belangrijk voor het (kunnen) benutten van de
kansen die de reclasseringsbemoeienis te bieden heeft.
Kern van het reclasseringswerk