Praktijkopdracht 3 & 4 VH2
,Inhoud
Inleiding...................................................................................................................... 1
Praktijkopdracht 3: Reflecteren op een situatie in de BSO met de ik-boodschap........2
Stap 1: Ik-boodschappen in de praktijk...............................................................3
Stap 2: Zelfevaluatie........................................................................................... 4
Stap 3: Literatuurtoepassing...............................................................................6
Stap 4: Peerfeedback en aanpassing...................................................................6
Praktijkopdracht 4: Het oplossen van conflicten met de geen-verliesmethode............6
Stap 1: De situatie en aanpak.............................................................................7
Stap 2: Zelfobservatie......................................................................................... 9
Stap 3: Zelf-versterken en/of zelf-afzwakken......................................................9
Stap 4: Literatuurtoepassing.............................................................................10
Literatuurlijst............................................................................................................. 11
Bijlagen..................................................................................................................... 12
Praktijkopdracht 1............................................................................................12
Praktijkopdracht 2............................................................................................21
Logboeken......................................................................................................... 31
Inleiding
In dit verslag zullen praktijkopdracht 3 en 4 worden behandeld van het vak
Vaardigheid 2. Zowel bij praktijkopdracht 3 als 4 heb ik geen filmpje gemaakt,
PAGINA 1
,aangezien ik al aardig wat casussen heb meegemaakt passend bij de opdrachten,
heb ik deze gebruikt. In praktijkopdracht 3 ben ik voorzien van feedback door een
medestudent, deze heb ik verwerkt en uitgeschreven binnen de praktijkopdracht. Ik
heb in de trainingen gewerkt met 4 verschillende handreikingen, binnen iedere
opdracht wordt er ingespeeld op deze handreikingen met verschillende situaties die
ik heb meegemaakt op de werkvloer of elders. Praktijkopdrachten 1 en 2 dienen als
bijlage voor deze opdracht.
Praktijkopdracht 3: Reflecteren op een situatie in de BSO met de ik-boodschap
PAGINA 2
, Stap 1: Ik-boodschappen in de praktijk
Situatie 1: Negatief gedrag (ik-boodschap over ongewenst gedrag)
Situatiebeschrijving
Tijdens mijn werk op de buitenschoolse opvang (BSO) zag ik een situatie waarin een
jongen, Daan, vervelende opmerkingen maakte naar een meisje, Sara. Zij zat rustig
te tekenen en toonde trots haar werk aan de andere kinderen. Daan riep hardop dat
haar tekening "lelijk en kinderachtig" was en begon te lachen. Andere kinderen keken
naar Sara, die zich zichtbaar ongemakkelijk voelde. Deze situatie speelde zich af in
de knutselhoek, een ruimte waar kinderen normaal gesproken ontspannen bezig zijn.
Wat wilde ik bereiken?
Mijn belangrijkste doel was om Daan bewust te maken van de impact van zijn
woorden. Ik wilde dat hij inzag dat zijn gedrag Sara kwetste, zonder hem te
veroordelen of de situatie te escaleren. Tegelijkertijd wilde ik Sara laten merken dat
haar gevoelens belangrijk zijn en dat zij respect verdient.
Mijn aanpak
Ik besloot een ik-boodschap te gebruiken om het gesprek met Daan aan te gaan.
Volgens de richtlijnen uit Gordon, T. (2018) is een ik-boodschap effectief omdat het
kinderen helpt verantwoordelijkheid te nemen voor hun gedrag, zonder hen direct
aan te vallen. Ik ben rustig naar Daan toegelopen en ging op ooghoogte bij hem
zitten. In een neutrale en rustige toon zei ik:
"Daan, ik merk dat ik het vervelend vind als je zulke opmerkingen maakt over Sara’s
tekening. Het maakt me bezorgd, omdat Sara hierdoor verdrietig kan worden en
misschien geen zin meer heeft om mee te doen."
Reactie van Daan
Daan werd direct stil en keek naar de grond. Zijn non-verbale houding veranderde;
hij trok zijn schouders omhoog en vouwde zijn armen over elkaar. Na een paar
seconden reageerde hij boos:
"Waarom zeg je dit alleen tegen mij? Andere kinderen plagen ook weleens! Het is
oneerlijk dat ik altijd degene ben die iets verkeerds doet."
Na deze uitbarsting trok hij zich terug, draaide zich om, en bleef stil met zijn rug naar
mij toe.
Mijn gedachten en gevoelens
Ik voelde me even onzeker door de heftigheid van Daans reactie. Tegelijkertijd
begreep ik dat zijn boosheid waarschijnlijk voortkwam uit ongemak en een gevoel
van onrecht. Mijn eerste instinct was om mezelf te verdedigen en zijn opmerkingen te
corrigeren, maar ik herinnerde me de training waarin werd benadrukt hoe belangrijk
het is om kinderen ruimte te geven om hun emoties te uiten. Dit hielp mij om kalm te
blijven en het gesprek op een later moment voort te zetten. Door een vervolggesprek
aan te gaan en actief te luisteren naar zijn gevoelens, zoals in de handreiking
beschreven, kon ik meer inzicht krijgen in zijn perspectief.
Situatie 2: Positief gedrag (ik-boodschap over gewenst gedrag)
Situatiebeschrijving
Later die middag, tijdens het opruimen, zag ik Daan iets opmerkelijks doen. Hij hielp
PAGINA 3
,Inhoud
Inleiding...................................................................................................................... 1
Praktijkopdracht 3: Reflecteren op een situatie in de BSO met de ik-boodschap........2
Stap 1: Ik-boodschappen in de praktijk...............................................................3
Stap 2: Zelfevaluatie........................................................................................... 4
Stap 3: Literatuurtoepassing...............................................................................6
Stap 4: Peerfeedback en aanpassing...................................................................6
Praktijkopdracht 4: Het oplossen van conflicten met de geen-verliesmethode............6
Stap 1: De situatie en aanpak.............................................................................7
Stap 2: Zelfobservatie......................................................................................... 9
Stap 3: Zelf-versterken en/of zelf-afzwakken......................................................9
Stap 4: Literatuurtoepassing.............................................................................10
Literatuurlijst............................................................................................................. 11
Bijlagen..................................................................................................................... 12
Praktijkopdracht 1............................................................................................12
Praktijkopdracht 2............................................................................................21
Logboeken......................................................................................................... 31
Inleiding
In dit verslag zullen praktijkopdracht 3 en 4 worden behandeld van het vak
Vaardigheid 2. Zowel bij praktijkopdracht 3 als 4 heb ik geen filmpje gemaakt,
PAGINA 1
,aangezien ik al aardig wat casussen heb meegemaakt passend bij de opdrachten,
heb ik deze gebruikt. In praktijkopdracht 3 ben ik voorzien van feedback door een
medestudent, deze heb ik verwerkt en uitgeschreven binnen de praktijkopdracht. Ik
heb in de trainingen gewerkt met 4 verschillende handreikingen, binnen iedere
opdracht wordt er ingespeeld op deze handreikingen met verschillende situaties die
ik heb meegemaakt op de werkvloer of elders. Praktijkopdrachten 1 en 2 dienen als
bijlage voor deze opdracht.
Praktijkopdracht 3: Reflecteren op een situatie in de BSO met de ik-boodschap
PAGINA 2
, Stap 1: Ik-boodschappen in de praktijk
Situatie 1: Negatief gedrag (ik-boodschap over ongewenst gedrag)
Situatiebeschrijving
Tijdens mijn werk op de buitenschoolse opvang (BSO) zag ik een situatie waarin een
jongen, Daan, vervelende opmerkingen maakte naar een meisje, Sara. Zij zat rustig
te tekenen en toonde trots haar werk aan de andere kinderen. Daan riep hardop dat
haar tekening "lelijk en kinderachtig" was en begon te lachen. Andere kinderen keken
naar Sara, die zich zichtbaar ongemakkelijk voelde. Deze situatie speelde zich af in
de knutselhoek, een ruimte waar kinderen normaal gesproken ontspannen bezig zijn.
Wat wilde ik bereiken?
Mijn belangrijkste doel was om Daan bewust te maken van de impact van zijn
woorden. Ik wilde dat hij inzag dat zijn gedrag Sara kwetste, zonder hem te
veroordelen of de situatie te escaleren. Tegelijkertijd wilde ik Sara laten merken dat
haar gevoelens belangrijk zijn en dat zij respect verdient.
Mijn aanpak
Ik besloot een ik-boodschap te gebruiken om het gesprek met Daan aan te gaan.
Volgens de richtlijnen uit Gordon, T. (2018) is een ik-boodschap effectief omdat het
kinderen helpt verantwoordelijkheid te nemen voor hun gedrag, zonder hen direct
aan te vallen. Ik ben rustig naar Daan toegelopen en ging op ooghoogte bij hem
zitten. In een neutrale en rustige toon zei ik:
"Daan, ik merk dat ik het vervelend vind als je zulke opmerkingen maakt over Sara’s
tekening. Het maakt me bezorgd, omdat Sara hierdoor verdrietig kan worden en
misschien geen zin meer heeft om mee te doen."
Reactie van Daan
Daan werd direct stil en keek naar de grond. Zijn non-verbale houding veranderde;
hij trok zijn schouders omhoog en vouwde zijn armen over elkaar. Na een paar
seconden reageerde hij boos:
"Waarom zeg je dit alleen tegen mij? Andere kinderen plagen ook weleens! Het is
oneerlijk dat ik altijd degene ben die iets verkeerds doet."
Na deze uitbarsting trok hij zich terug, draaide zich om, en bleef stil met zijn rug naar
mij toe.
Mijn gedachten en gevoelens
Ik voelde me even onzeker door de heftigheid van Daans reactie. Tegelijkertijd
begreep ik dat zijn boosheid waarschijnlijk voortkwam uit ongemak en een gevoel
van onrecht. Mijn eerste instinct was om mezelf te verdedigen en zijn opmerkingen te
corrigeren, maar ik herinnerde me de training waarin werd benadrukt hoe belangrijk
het is om kinderen ruimte te geven om hun emoties te uiten. Dit hielp mij om kalm te
blijven en het gesprek op een later moment voort te zetten. Door een vervolggesprek
aan te gaan en actief te luisteren naar zijn gevoelens, zoals in de handreiking
beschreven, kon ik meer inzicht krijgen in zijn perspectief.
Situatie 2: Positief gedrag (ik-boodschap over gewenst gedrag)
Situatiebeschrijving
Later die middag, tijdens het opruimen, zag ik Daan iets opmerkelijks doen. Hij hielp
PAGINA 3