Om de mate van ontwikkeling van een land te bepalen, worden internationaal een paar indicatoren
gehanteerd:
Indicatoren:
1. BRP / BNP / BBP totale inkomen : aantal inwoners
Nadelen:
- Het meet geen koopkracht
o Voor €1 koop je meer in een ander land
- De informele sector telt niet mee
o Niet bekend bij overheid
- Het is een gemiddelde
o Voorbeeld: olielanden
2. Beroepsbevolking
- Primaire sector
o Arm land: grondstoffen / landbouw periferie
o BRICS: industriële sector semi-periferie
o Rijk land: diensten / commersie centrum
3. VN-index
- Welzijn:
o Analfabetisme educatie
o Levensverwachting gezondheid
Vroeger leverde de armen landen de grondstoffen van mijn en landbouw, dit maakte de landen
kwetsbaar, omdat:
- De oogst kan mislukken
- De prijzen op de wereldmarkt sterk kunnen variëren
Internationale arbeidsverdeling: de verdeling van de beroepsbevolking in de verschillende delen van
de wereld
Wereldsysteem: de indeling van de wereld in centrum, semiperiferie en periferie
Na 1980 maakte een groep van arme landen (o.a brics landen) snelle economische ontwikkeling
door, de semiperiferie, de rolverdeling van het wereldsysteem ziet er nu als volgt uit:
Noorden - centrum landen – producent van hoogwaardige industrie goederen, maar vooral zakelijke
en financiële diensten.
Zuiden opgesplitst:
1. Opkomende landen: (China , ZK Brazilië, Turkije Mexico, ZA) Deze rijkere landen werden
tussen 2000/14 de motor van de wereldeconomie.
2. Middengroep: armere landen uit de semiperiferie (India Vietnam Indonesië Nigeria) Zij zien
hun bbp na 2010 snel stijgen.
3. Achterblijvers: allerarmste landen, je vind ze vooral ten zuiden van de Sahara, export die veel
uit grondstoffen bestaat. ^ sub Sahara