Inhoud
Week 1....................................................................................................................................................2
Introductie financiële sector...............................................................................................................2
Efficiëntie van de koers...................................................................................................................4
Regulering financiële sector............................................................................................................4
Materiële financiële strafrecht.......................................................................................................5
Sanctierecht....................................................................................................................................5
Week 2....................................................................................................................................................7
Voorwetenschap.................................................................................................................................7
Koersgevoelige informatie..................................................................................................................7
Openbaarmaking KGI? (Art. 7 jo. 17 MAR)......................................................................................8
Mededelingsverbod (art. 14 jo. 10 & 8 lid 2 MAR)........................................................................11
Transactieverbod (art. 8 MAR)......................................................................................................12
Week 3..................................................................................................................................................13
Marktmanipulatie.............................................................................................................................13
Informatiemanipulatie (art. 12 lid 1 sub c MAR)...........................................................................14
Transactiemanipulatie (art. 15 jo. 12 lid 1 sub a MAR).................................................................14
Benchmarkmanipulatie (Art. 12 lid 1 onder d MAR).....................................................................15
Week 4..................................................................................................................................................16
Fraude...............................................................................................................................................16
Valsheid in geschrifte (artt. 225-235 Sr)........................................................................................17
Oplichting (art. 326-339 Sr)..........................................................................................................17
Effectenfraude..............................................................................................................................17
Mondkapjesdeal...........................................................................................................................18
Cryptofraude.................................................................................................................................18
Week 5 en 6..........................................................................................................................................19
Film: Inside Job.................................................................................................................................19
Week 7..................................................................................................................................................20
Sancties.............................................................................................................................................20
EU-sancties...................................................................................................................................21
US-sancties...................................................................................................................................24
Week 8..................................................................................................................................................25
Strafrechtelijke aansprakelijkheid.....................................................................................................25
Rechtspersoon..............................................................................................................................25
Feitelijk leidinggeven....................................................................................................................26
Buitengerechtelijke afdoening......................................................................................................26
Bestuursrechtelijke handhaving........................................................................................................27
1
,Week 9..................................................................................................................................................29
Witwassen........................................................................................................................................29
Hoofdlijnen...................................................................................................................................30
Week 10................................................................................................................................................32
Ontneming........................................................................................................................................32
Afpakinstrumenten.......................................................................................................................32
Week 1
Introductie financiële sector
2
, - Kredietverstrekkers (links): willen investeren/kapitaal beschikbaar stellen
- Borrowers (rechts): leners. Zij hebben kapitaal nodig. Denk bijvoorbeeld aan bedrijven die
een belangrijk nieuw product op de markt willen brengen of overheden die financiering nodig
hebben voor een bepaald beleid.
Twee manieren van financiering:
- Directe financiering: investeerders bieden hun kapitaal aan op de financiële markten zonder
tussenpersoon, en kopen daar financiële middelen, zoals aandelen of obligaties voor die door
leners worden uitgegeven. Kapitaal gaat direct naar leners.
- Indirecte financiering: kapitaal wordt eerst geplaatst bij een tussenpersoon, zoals bank of
vermogensbeheerder, die het vervolgens gebruikt om te beleggen in financiële instrumenten
of om leningen te verstrekken aan de leners. Kapitaal gaat indirect naar leners.
1. Let op: ook tussen tussenpersonen en financiële markten zit een geldstroom doordat
tussenpersonen met het beschikbaar gestelde kapitaal financiële instrumenten kopen
op de markten, waarmee zij dus krediet verstrekken aan leners.
Spelers in de financiële sector:
- Commerciële banken (Geld storten, bankrekening, spaarrekening, hypotheek krijgen).
- Verzekeraars (Overnemen van risico’s tegen premiebetaling. Bij verwezenlijking van risico
volgt uitkering aan verzekeringnemer).
- Vermogensbeheerders (belegt geld voor particulier).
- Investment banks (banken voor beursgenoteerde bedrijven en overheden, die adviseren het
aantrekken van kapitaal (door bijv. aandelen uit te geven) om financieel gezond te blijven).
- Beurzen en handelsplatformen (waar financiële instrumenten verhandeld worden).
- Aanbieders van beleggingen (richten beleggingsfonds op en verzoeken mensen geld in te
storten. Denk aan Palm Invest).
- Investeerders (kopen aandelen en investeren daarmee in bedrijven).
- Tussenpersonen en adviseurs (Juristen, advocaten, fiscalisten, analisten, accountants,
boekhouders, verzekeringsadviseurs, hypotheekadviseur).
Financiële instrumenten:
- Aandeel: beleggingsinstrument. Manier om zeggenschap in het bedrijf te krijgen en bij winst
te profiteren van dividend. Hoge rendementen.
- Obligatie: beleggingsinstrument. Meer het karakter van een lening. Profiteren van een vooraf
vastgesteld rentepercentage en terugbetaling van de inleg. Meer stabiliteit dus minder risico.
Krijgt altijd inleg terug.
- Derivaat
- Opties
- Futures
- Swaps
Financiële markten
- Geldmarkten: kortlopende leningen.
- Kapitaalmarkten: aandelenmarkten en obligatiemarkten (geld lenen).
- Derivatenmarkten (termijn, optie (recht om in de toekomst aandelen te kopen), swap).
- Valutamarkten.
- Spotmarkt: verhandeling financiële activa, zoals valuta, grondstoffen of effecten, direct
worden verhandeld voor onmiddellijke levering.
De werking van de aandelenmarkt
Biedt bedrijven manier om kapitaal aan te trekken via directe financiering.
3
, IPO = Initial Public Offering: eerste keer dat bedrijf (uitgevende instelling) aandelen aanbiedt
op de aandelenbeurs, waarbij investeerders mogelijkheid hebben om te kopen en mede-
eigenaar van het bedrijf te worden.
o Vaak in samenwerking met investment bank om proces te begeleiden.
Secondary offering = extra aandelen uitgeven om meer kapitaal op te halen om bijvoorbeeld
een specifiek project te financieren.
Prijsbepaling: wordt na uitgifte en notering bepaald door feiten en verwachtingen en vraag
en aanbod.
Prijsvorming van een aandeel
- Informatie (feiten en verwachtingen): denk aan financiële prestaties, overnames en
innovaties, maar ook toekomstige ontwikkelingen en verwachte winst.
- Transacties (vraag en aanbod): wanneer veel kopers het aandeel willen hebben, neemt de
vraag toe en stijgt de prijs (vraagoverschot). Omgekeerd zorgt het voor daling van de koers
(aanbodoverschot).
Efficiëntie van de koers
= mate waarin de prijs van een aandeel overeenkomt met de fundamentele waarde ervan.
- Neoklassieke school (theorie van homo economicus): beleggers zijn rationale en verwerken
alle beschikbare informatie, zodat de koers altijd gelijk is aan de fundamentele waarde van
het aandeel.
1. Ondersteuning door efficiënte markt hypothese: marktprijs weerspiegelt altijd alle
beschikbare informatie, waardoor koers efficiënt is en zich snel aanpast aan
veranderingen in de waarde van het aandeel.
- Gedragseconomische school: koers niet altijd perfect efficiënt. Mensen zijn onderhevig aan
cognitieve beperkingen en emoties, zoals overoptimisme of angst wat kan leiden tot
afwijkingen in de koers. Waardoor koers afwijkt van werkelijke waarde.
Regulering financiële sector
Waarom?
Vertrouwen waarborgen: zorgt ervoor dat investeerders en consumenten hebben
vertrouwen hebben in de kwaliteit van financiële instellingen, waardoor ze eerder hun
kapitaal beschikbaar stellen en de economie groeit.
Marktimperfecties corrigeren: markten weerspiegelen niet de juiste informatie, dat leidt tot
verkeerde waarderingen van financiële instrumenten.
o Systeemrisico’s: als financiële instellingen dusdanig verweven zijn, dat de stabiliteit
van de hele economie bedreigd wordt (als er één omvalt).
o Informatieassymetrie: consumenten hebben vaak minder informatie dan financiële
instellingen, wat kan leiden tot oneerlijke praktijken en hogere kosten voor
consumenten.
o Moral hazard: omdat financiële instellingen in tijden van crisis vaak staatssteun
genieten, kan dit leiden tot het nemen van grote risico’s, in de veronderstelling dat de
overheid hen toch wel redt.
Schadelijk en onethisch gedrag bestrijden: beleggingsfraude, voorwetenschap of
koersmanipulatie.
Welke regels zijn er?
- Toetredingsregels: alleen gekwalificeerde en betrouwbare financiële instellingen mogen
producten en diensten aanbieden.
4
Week 1....................................................................................................................................................2
Introductie financiële sector...............................................................................................................2
Efficiëntie van de koers...................................................................................................................4
Regulering financiële sector............................................................................................................4
Materiële financiële strafrecht.......................................................................................................5
Sanctierecht....................................................................................................................................5
Week 2....................................................................................................................................................7
Voorwetenschap.................................................................................................................................7
Koersgevoelige informatie..................................................................................................................7
Openbaarmaking KGI? (Art. 7 jo. 17 MAR)......................................................................................8
Mededelingsverbod (art. 14 jo. 10 & 8 lid 2 MAR)........................................................................11
Transactieverbod (art. 8 MAR)......................................................................................................12
Week 3..................................................................................................................................................13
Marktmanipulatie.............................................................................................................................13
Informatiemanipulatie (art. 12 lid 1 sub c MAR)...........................................................................14
Transactiemanipulatie (art. 15 jo. 12 lid 1 sub a MAR).................................................................14
Benchmarkmanipulatie (Art. 12 lid 1 onder d MAR).....................................................................15
Week 4..................................................................................................................................................16
Fraude...............................................................................................................................................16
Valsheid in geschrifte (artt. 225-235 Sr)........................................................................................17
Oplichting (art. 326-339 Sr)..........................................................................................................17
Effectenfraude..............................................................................................................................17
Mondkapjesdeal...........................................................................................................................18
Cryptofraude.................................................................................................................................18
Week 5 en 6..........................................................................................................................................19
Film: Inside Job.................................................................................................................................19
Week 7..................................................................................................................................................20
Sancties.............................................................................................................................................20
EU-sancties...................................................................................................................................21
US-sancties...................................................................................................................................24
Week 8..................................................................................................................................................25
Strafrechtelijke aansprakelijkheid.....................................................................................................25
Rechtspersoon..............................................................................................................................25
Feitelijk leidinggeven....................................................................................................................26
Buitengerechtelijke afdoening......................................................................................................26
Bestuursrechtelijke handhaving........................................................................................................27
1
,Week 9..................................................................................................................................................29
Witwassen........................................................................................................................................29
Hoofdlijnen...................................................................................................................................30
Week 10................................................................................................................................................32
Ontneming........................................................................................................................................32
Afpakinstrumenten.......................................................................................................................32
Week 1
Introductie financiële sector
2
, - Kredietverstrekkers (links): willen investeren/kapitaal beschikbaar stellen
- Borrowers (rechts): leners. Zij hebben kapitaal nodig. Denk bijvoorbeeld aan bedrijven die
een belangrijk nieuw product op de markt willen brengen of overheden die financiering nodig
hebben voor een bepaald beleid.
Twee manieren van financiering:
- Directe financiering: investeerders bieden hun kapitaal aan op de financiële markten zonder
tussenpersoon, en kopen daar financiële middelen, zoals aandelen of obligaties voor die door
leners worden uitgegeven. Kapitaal gaat direct naar leners.
- Indirecte financiering: kapitaal wordt eerst geplaatst bij een tussenpersoon, zoals bank of
vermogensbeheerder, die het vervolgens gebruikt om te beleggen in financiële instrumenten
of om leningen te verstrekken aan de leners. Kapitaal gaat indirect naar leners.
1. Let op: ook tussen tussenpersonen en financiële markten zit een geldstroom doordat
tussenpersonen met het beschikbaar gestelde kapitaal financiële instrumenten kopen
op de markten, waarmee zij dus krediet verstrekken aan leners.
Spelers in de financiële sector:
- Commerciële banken (Geld storten, bankrekening, spaarrekening, hypotheek krijgen).
- Verzekeraars (Overnemen van risico’s tegen premiebetaling. Bij verwezenlijking van risico
volgt uitkering aan verzekeringnemer).
- Vermogensbeheerders (belegt geld voor particulier).
- Investment banks (banken voor beursgenoteerde bedrijven en overheden, die adviseren het
aantrekken van kapitaal (door bijv. aandelen uit te geven) om financieel gezond te blijven).
- Beurzen en handelsplatformen (waar financiële instrumenten verhandeld worden).
- Aanbieders van beleggingen (richten beleggingsfonds op en verzoeken mensen geld in te
storten. Denk aan Palm Invest).
- Investeerders (kopen aandelen en investeren daarmee in bedrijven).
- Tussenpersonen en adviseurs (Juristen, advocaten, fiscalisten, analisten, accountants,
boekhouders, verzekeringsadviseurs, hypotheekadviseur).
Financiële instrumenten:
- Aandeel: beleggingsinstrument. Manier om zeggenschap in het bedrijf te krijgen en bij winst
te profiteren van dividend. Hoge rendementen.
- Obligatie: beleggingsinstrument. Meer het karakter van een lening. Profiteren van een vooraf
vastgesteld rentepercentage en terugbetaling van de inleg. Meer stabiliteit dus minder risico.
Krijgt altijd inleg terug.
- Derivaat
- Opties
- Futures
- Swaps
Financiële markten
- Geldmarkten: kortlopende leningen.
- Kapitaalmarkten: aandelenmarkten en obligatiemarkten (geld lenen).
- Derivatenmarkten (termijn, optie (recht om in de toekomst aandelen te kopen), swap).
- Valutamarkten.
- Spotmarkt: verhandeling financiële activa, zoals valuta, grondstoffen of effecten, direct
worden verhandeld voor onmiddellijke levering.
De werking van de aandelenmarkt
Biedt bedrijven manier om kapitaal aan te trekken via directe financiering.
3
, IPO = Initial Public Offering: eerste keer dat bedrijf (uitgevende instelling) aandelen aanbiedt
op de aandelenbeurs, waarbij investeerders mogelijkheid hebben om te kopen en mede-
eigenaar van het bedrijf te worden.
o Vaak in samenwerking met investment bank om proces te begeleiden.
Secondary offering = extra aandelen uitgeven om meer kapitaal op te halen om bijvoorbeeld
een specifiek project te financieren.
Prijsbepaling: wordt na uitgifte en notering bepaald door feiten en verwachtingen en vraag
en aanbod.
Prijsvorming van een aandeel
- Informatie (feiten en verwachtingen): denk aan financiële prestaties, overnames en
innovaties, maar ook toekomstige ontwikkelingen en verwachte winst.
- Transacties (vraag en aanbod): wanneer veel kopers het aandeel willen hebben, neemt de
vraag toe en stijgt de prijs (vraagoverschot). Omgekeerd zorgt het voor daling van de koers
(aanbodoverschot).
Efficiëntie van de koers
= mate waarin de prijs van een aandeel overeenkomt met de fundamentele waarde ervan.
- Neoklassieke school (theorie van homo economicus): beleggers zijn rationale en verwerken
alle beschikbare informatie, zodat de koers altijd gelijk is aan de fundamentele waarde van
het aandeel.
1. Ondersteuning door efficiënte markt hypothese: marktprijs weerspiegelt altijd alle
beschikbare informatie, waardoor koers efficiënt is en zich snel aanpast aan
veranderingen in de waarde van het aandeel.
- Gedragseconomische school: koers niet altijd perfect efficiënt. Mensen zijn onderhevig aan
cognitieve beperkingen en emoties, zoals overoptimisme of angst wat kan leiden tot
afwijkingen in de koers. Waardoor koers afwijkt van werkelijke waarde.
Regulering financiële sector
Waarom?
Vertrouwen waarborgen: zorgt ervoor dat investeerders en consumenten hebben
vertrouwen hebben in de kwaliteit van financiële instellingen, waardoor ze eerder hun
kapitaal beschikbaar stellen en de economie groeit.
Marktimperfecties corrigeren: markten weerspiegelen niet de juiste informatie, dat leidt tot
verkeerde waarderingen van financiële instrumenten.
o Systeemrisico’s: als financiële instellingen dusdanig verweven zijn, dat de stabiliteit
van de hele economie bedreigd wordt (als er één omvalt).
o Informatieassymetrie: consumenten hebben vaak minder informatie dan financiële
instellingen, wat kan leiden tot oneerlijke praktijken en hogere kosten voor
consumenten.
o Moral hazard: omdat financiële instellingen in tijden van crisis vaak staatssteun
genieten, kan dit leiden tot het nemen van grote risico’s, in de veronderstelling dat de
overheid hen toch wel redt.
Schadelijk en onethisch gedrag bestrijden: beleggingsfraude, voorwetenschap of
koersmanipulatie.
Welke regels zijn er?
- Toetredingsregels: alleen gekwalificeerde en betrouwbare financiële instellingen mogen
producten en diensten aanbieden.
4