Jurisprudentielijst
Week 1 - 3
CA Consumer Finance SA v. Bakkaus en Bonato
HvJ EU 18 december 2014, nr. C-449/13, ECLI:EU:C:2014:2464 (CA Consumer Finance SA v. Bakkaus
en Bonato), met annotatie V. Mak in AV&S 2016/13, p. 77-79.
Samenvatting: Wordt aandacht besteed aan uitleg van artt. 5 en 8 van de Richtlijn 2008/48. Art. 5 ziet
op precontractuele info en art. 8 op de verplichting om de kredietwaardigheid van consument te
beoordelen.
Rechtsregel: Hof verklaart voor recht:
- De richtlijn verzet zich tegen een nationale wettelijke regeling op basis waarvan de bewijslast
betreffende niet-nakoming van de artikelen 5 en 8 op de consument rust.
- De richtlijn verzet zich ertegen dat de rechter wegens een standaardbeding ervan moet
uitgaan dat de consument heeft erkend dat de precontractuele plichten volledig en naar
behoren zijn nagekomen waardoor de bewijslast wordt omgekeerd.
- Art. 8 lid 1 Richtlijn 2008/48 -> verzet zich er niet tegen om de kredietwaardigheid van de
consument enkel op basis van door de consument verstrekte informatie te beoordelen indien
het toereikende informatie betreft vergezeld met bewijsstukken. Anderzijds rust op de
kredietgever niet de plicht om de door de consument verstrekte informatie systematisch te
controleren.
- Art. 5 lid 6 Richtlijn 2008/48 -> verzet zich er niet tegen dat de kredietgever een passende
toelichting aan de consument verstrekt. Uit de beoordeling van kredietwaardigheid van de
consument kan blijken dat de verstrekte passende toelichting dient te worden aangepast. De
toelichting dient te worden verstrekt voordat de kredietovereenkomst wordt ondertekend.
Arvato AfterPay
HR 30 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:1006, NJ 2023/348 met annotatie van C.M.D.S. Pavillon
Samenvatting: ging over Arvato (AfterPay-aanbieder). Consument kocht in 2019 3 producent bij
webwinkel. Na diverse herinneringen en aanmaningen volgt dagvaarding kantonrechter Arnhem en
vordering € 80,20 met wettelijke rente. Hele lijst prejudiciële vragen aan HR.
Rechtsregel: overeenkomst waarbij uitstel van betaling wordt verleend, wordt beschouwd als
kredietovereenkomst volgens Titel 7.2A BW, mits deze voldoet aan de definitie zoals omschreven in
art. 7:57 lid 1 onder c BW, welke niet van toepassing is als er sprake is van de art. 7:58 lid 2 BW
uitgezonderde kredietovereenkomst. De omschrijving kredietgever in art. 7:57 lid 1 onder b BW
brengt mee dat de partij die uitstel van betaling verleent, daarbij moet handelen in het kader van de
uitoefening van zijn bedrijfs- of beroepsactiviteiten. Niet van belang is of het verlenen van uitstel van
betaling behoort tot de kern van zijn bedrijfs- of beroepsactiviteiten.
Onrechtmatig handelen bij afsluiten drinkwater
Hof Den Haag 19 maart 2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:363.
Samenvatting: NJCM en Defence for Children spannen zaak aan tegen Staat en twee
drinkwaterbedrijven. Op grond van huidig beleid kunnen gezinnen met minderjarige kinderen in geval
van wanbetaling worden afgesloten van drinkwater. Volgens organisaties is het recht op toegang tot
water een fundamenteel recht, en afsluiting daarvan onrechtmatig jegens kinderen. Is het afsluiten
van watervoorzieningen als laatste redmiddel bij uitblijving van betaling na meerdere aanmaningen
onrechtmatig jegens minderjarige kinderen.
Week 1 - 3
CA Consumer Finance SA v. Bakkaus en Bonato
HvJ EU 18 december 2014, nr. C-449/13, ECLI:EU:C:2014:2464 (CA Consumer Finance SA v. Bakkaus
en Bonato), met annotatie V. Mak in AV&S 2016/13, p. 77-79.
Samenvatting: Wordt aandacht besteed aan uitleg van artt. 5 en 8 van de Richtlijn 2008/48. Art. 5 ziet
op precontractuele info en art. 8 op de verplichting om de kredietwaardigheid van consument te
beoordelen.
Rechtsregel: Hof verklaart voor recht:
- De richtlijn verzet zich tegen een nationale wettelijke regeling op basis waarvan de bewijslast
betreffende niet-nakoming van de artikelen 5 en 8 op de consument rust.
- De richtlijn verzet zich ertegen dat de rechter wegens een standaardbeding ervan moet
uitgaan dat de consument heeft erkend dat de precontractuele plichten volledig en naar
behoren zijn nagekomen waardoor de bewijslast wordt omgekeerd.
- Art. 8 lid 1 Richtlijn 2008/48 -> verzet zich er niet tegen om de kredietwaardigheid van de
consument enkel op basis van door de consument verstrekte informatie te beoordelen indien
het toereikende informatie betreft vergezeld met bewijsstukken. Anderzijds rust op de
kredietgever niet de plicht om de door de consument verstrekte informatie systematisch te
controleren.
- Art. 5 lid 6 Richtlijn 2008/48 -> verzet zich er niet tegen dat de kredietgever een passende
toelichting aan de consument verstrekt. Uit de beoordeling van kredietwaardigheid van de
consument kan blijken dat de verstrekte passende toelichting dient te worden aangepast. De
toelichting dient te worden verstrekt voordat de kredietovereenkomst wordt ondertekend.
Arvato AfterPay
HR 30 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:1006, NJ 2023/348 met annotatie van C.M.D.S. Pavillon
Samenvatting: ging over Arvato (AfterPay-aanbieder). Consument kocht in 2019 3 producent bij
webwinkel. Na diverse herinneringen en aanmaningen volgt dagvaarding kantonrechter Arnhem en
vordering € 80,20 met wettelijke rente. Hele lijst prejudiciële vragen aan HR.
Rechtsregel: overeenkomst waarbij uitstel van betaling wordt verleend, wordt beschouwd als
kredietovereenkomst volgens Titel 7.2A BW, mits deze voldoet aan de definitie zoals omschreven in
art. 7:57 lid 1 onder c BW, welke niet van toepassing is als er sprake is van de art. 7:58 lid 2 BW
uitgezonderde kredietovereenkomst. De omschrijving kredietgever in art. 7:57 lid 1 onder b BW
brengt mee dat de partij die uitstel van betaling verleent, daarbij moet handelen in het kader van de
uitoefening van zijn bedrijfs- of beroepsactiviteiten. Niet van belang is of het verlenen van uitstel van
betaling behoort tot de kern van zijn bedrijfs- of beroepsactiviteiten.
Onrechtmatig handelen bij afsluiten drinkwater
Hof Den Haag 19 maart 2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:363.
Samenvatting: NJCM en Defence for Children spannen zaak aan tegen Staat en twee
drinkwaterbedrijven. Op grond van huidig beleid kunnen gezinnen met minderjarige kinderen in geval
van wanbetaling worden afgesloten van drinkwater. Volgens organisaties is het recht op toegang tot
water een fundamenteel recht, en afsluiting daarvan onrechtmatig jegens kinderen. Is het afsluiten
van watervoorzieningen als laatste redmiddel bij uitblijving van betaling na meerdere aanmaningen
onrechtmatig jegens minderjarige kinderen.