Samenvatting Rechtsgeschiedenis
Inhoudsopgave
Week 1 en 2: Inleiding en Strafrecht der Romeinen...............................................................................2
Inleiding..............................................................................................................................................2
Romeins recht.....................................................................................................................................4
Private acties......................................................................................................................................4
Publieke acties....................................................................................................................................5
Week 3: Strafrecht der Germanen..........................................................................................................8
Private delicten in Germaanse periode...............................................................................................8
Publieke delicten in Germaanse periode............................................................................................9
Frankische periode...........................................................................................................................10
Week 4 en 5: van accusatoir naar inquisitoir strafproces.....................................................................11
Accusatoir proces.............................................................................................................................11
Inquisitoir proces..............................................................................................................................12
Kerkelijk recht...................................................................................................................................13
Ketterij en hekserij............................................................................................................................15
Week 6: Civiele, ordinaire en extraordinaire strafprocessen................................................................16
(Vroegmoderne) Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden:......................................................17
Civiele procedure in de vroegmoderne republiek.............................................................................17
Criminele strafprocedure in de vroegmoderne republiek.................................................................18
Week 7: Civiele acties van de gelaedeerde partij..................................................................................19
Juridisch humanisme........................................................................................................................19
Hugo de Groot en Inleidinge tot het Hollandsche Rechtsgeleertheit................................................20
Verleiding..........................................................................................................................................21
Week 8 en 9: van daad- naar schuldstrafrecht......................................................................................22
Daadstrafrecht..................................................................................................................................22
Ontwikkeling naar schuldstrafrecht in het canonieke recht..............................................................23
Ontwikkeling naar schuldstrafrecht in het wereldlijke recht.............................................................24
Week 10: Straffen en strafdoeleinden..................................................................................................27
Strafdoeleinden................................................................................................................................27
Dwangarbeid....................................................................................................................................28
Cesare Beccaria.................................................................................................................................29
Moderne richting..............................................................................................................................30
Week 11: van gewoonterecht naar wettenrecht..................................................................................30
,Week 1 en 2: Inleiding en Strafrecht der Romeinen
Geen context of exacte jaartallen kennen voor tentamen, wel welke ontwikkeling zich in welke
periode afspeelt.
Inleiding
Chronologie:
Germaanse tijd (Oudheid): 0 Germanen dringen Romeinen terug. West-Romeinse rijk valt in 476.
– 500
Frankische tijd (Vroege Veel Germaanse stammen, maar focus op Franken, dat een
Middeleeuwen): 500 – 1000 wereldrijk wordt. Rijk Karel de Grote valt uiteen in 814.
Landsheerlijke tijd (Late Quasi-soevereine vorstendommen/ gewestelijke vorstendommen/
Middeleeuwen): 1000 - 1500 landsheerlijkheden. Opkomst van universiteiten en geleerd recht
Bourgondisch-Habsburgse (Beide Rechten) door Renaissance (12e eeuw). Van accusatoir naar
periode (1): 1400 – 1581 inquisitoir strafproces. Schuldstrafrecht ontwikkelt zich binnen
kerkelijke rechtsmacht.
Nieuwe tijd: 1500 – 1800 Inquisitoir proces afgestemd op Romano-Canonieke procedure.
Bourgondisch-Habsburgse Publieke vergelding en private schadevergoeding uitgekristalliseerd.
periode (1): 1400 – 1581
Republiek der Verenigde
Nederlanden: 1581 – 1795
Nieuwste tijd: 1800 – 1945 Rationalisme. Territoriale vorstenstaat. Verlichting en revoluties.
Codificatie van het recht.
Archaïsche rechtscultuur
- Weinige publieke acties, maar voornamelijk private acties (strafbare feiten werden
afgehandeld door slachtoffers of hun familie zelf, zonder bemoeienis van de overheid) ter
vergelding van het ondervonden onrecht (dus geen schadevergoeding).
o Wel: wraakneming = afkoop van het wraakrecht: overheid verplicht dader en
slachtoffer om zoveel mogelijk in vrede hun geschil op te lossen
(evenredigheidsbeginsel van toepassing > niet verder gaan dan de ander u heeft
aangedaan).
- Geleidelijke verschuiving van privaat naar publiek strafrecht
o Publieke acties ter bestraffing van aangericht onrecht (vanwege het verstoren van de
rechtsorde).
o Private acties ter vergoeding van de geleden schade.
Verschuiving zichtbaar in Romeins recht:
o In Koningstijd en vroege republiek vooral private acties gericht op vergelding.
o Vanaf late republiek ook private acties gericht op schadevergoeding, zoals
repressieve actie.
o In Dominaat geen private acties meer voor vergelding; deze waren overgenomen
door de overheid, terwijl schadevergoeding nog wel via private acties kon worden
afgedwongen.
Private acties bijvoorbeeld zichtbaar in:
- Codex Hammurabi (ca. 1750 v. chr.): wraak naar evenredigheid
, o 197 – Als een patriciër een bot van een andere patriciër breekt, zal men bij hem een
bot breken.
o 198 – Als een patriciër bij een gewoon man een oog vernietigt of een bot breekt,
moet hij een mina aan zilver betalen.
o 199 – Als een patriciër bij een slaaf een oog vernietigt of een bot breekt, moet hij de
helft van diens waarde betalen.
Wraakrecht is teruggedrongen tot ernstige delicten, omdat hooggeplaatsten verwonden
ernstiger werd bevonden dan normale burger.
- Oude testament (ca. 800 – 200 v. chr.)
o 17 – Als iemand welke mens dan ook om het leven brengt, moet hij zeker gedood
worden.
o 19 – Als iemand zijn naaste letsel toebrengt, moet hem hetzelfde worden aangedaan
dat hij de ander heeft aangedaan:
o 20 – Breuk voor breuk, oog voor oog, tand voor tand. Zoals hij de ander letsel heeft
toegebracht, moet hem hetzelfde letsel worden toegebracht.
Verschil straf en schadevergoeding:
- Straf is gericht op vergelding en wordt opgelegd door de overheid en is een publieke
aangelegenheid, bedoeld om de rechtsorde te herstellen.
- Schadevergoeding is een private aangelegenheid met als doel het slachtoffer (financieel) te
compenseren voor de geleden schade.
Kenmerken en ontwikkelingspunten van de archaïsche rechtscultuur:
- Van privaat strafrecht naar publiek strafrecht
- Van private vergelding naar private vergoeding
- Nadruk op hetgeen uiterlijk kan worden waargenomen:
o Aansprakelijkheid werd beoordeeld op zichtbare gevolgen van daad, zonder te kijken
naar schuld of intentie van de dader. Geen plek voor culpa, dolus, pogingen of
ontoerekeningsvatbaarheid. Hierdoor ook dierenprocessen en veroordelingen voor
zelfmoordenaars.
o Pas in late middeleeuwen (moraaltheologie, Thomas van Aquino) verschoof het van
daad- naar schuldstrafrecht.
- Verwevenheid van recht en religie
o Godsoordelen: in Codex Hammurabi stond opgenomen dat een aangeklaagde voor
tovenarij zonder dat er bewijs was in de rivier werd geworpen. Als hij er levend
uitkwam zal de aanklager ter dood gebracht worden.
- Meer aandacht voor formeel recht dan voor materieel recht:
o Vooral aandacht voor processuele aspecten strafzaak: welke procesvorm, welke
stappen moeten worden doorlopen, welke acties mogelijk.
- Van ongeschreven recht (gewoonterecht) naar geschreven recht:
o Rechtsregels werden mondeling overgedragen en niet opgetekend. Omdat ze niet
vastlagen, konden ze op verschillende manieren worden uitgelegd, afhankelijk van de
machthebbers of rechters van dat moment. Ontstond behoefte aan codificatie van
rechtsregels, omdat dit de rechtszekerheid niet bevorderde. Recht was namelijk
veranderlijk en onvoorspelbaar.
Romeins recht: Mores Maiorum = ongeschreven gebruiken van voorouders
werden vastgelegd in Wet der Twaalf Tafelen.
Germaans recht: Leges Barbarorum = gewoonterecht werd vastgelegd en
aangevuld. Later doorontwikkeld in Capitularia. Maar in vroege
middeleeuwen viel het weer terug in ongeschreven gewoonterecht.
, - Van een veelheid van rechtsbronnen naar één rechtsbron (gewoonterecht, wetgeving,
rechtersrecht, rechtsliteratuur en nu alleen maar Wetboek van Strafrecht).
- Van rechtsverscheidenheid naar rechtseenheid
o Recht was afhankelijk van plaats en groep waar iemand toebehoorde. Uiteindelijk
geleid tot centralisatie en één rechtsbron per land.
Romeins recht
Chronologie staat- en rechtskundig
Koninkrijk: Ca. 650 – 509 v. chr. Koning stond in middelpunt,
maar weinig over bekend.
Republiek
Vroege republiek: 509 – 264 v. Kleine stadsstaat Rome Archaïsch recht
chr. verovert heel Italië.
Late republiek: 264 – 27 v. chr. Rome begint expansie buiten Voorklassiek recht
Italië (oorlog Carthago).
Keizertijd
Vroege keizertijd (Principaat): Alleenheersers blijven binnen Klassiek recht
27 v. chr. – 284 n. chr. keurslijf van republiek maar
hebben belangrijkste functies.
Late keizertijd (Dominaat): 284 Alleenheerser is alleenheerser. Naklassiek recht
- 565
Koninkrijk en Vroege Republiek (Archaïsch recht)
- Ongeschreven gewoonterecht: Mores Maiorum. Onderscheid tussen 2 soorten rechtsregels:
o Fas (goddelijk recht):
Misdraging jegens goden of gemeenschap. Reactie door overheid namens
gemeenschap (publieke misdrijven).
o Ius (menselijk recht):
Misdraging (Iniuris = onrecht) jegens andere mensen. Reactie door
benadeelde partij (private delicten).
- Ca. 450 v. chr.: codificatie van het gewoonterecht in Wet der Twaalf Tafelen
o Gewoonterecht (Fas en Ius) + Leges (= wettenrecht. Waarschijnlijk mondelinge
bevelen van vroegere koning). Opgeplakt op Forum Romanum.
Romeinse recht werd toegankelijk voor alle burgers.
Burgers kregen meer invloed op recht, omdat iedereen zelf de wet kon lezen
en interpreteren.
Eerste stappen richting rechtswetenschap werden gezet.
Private acties
Ontwikkeling van private acties in het archaïsch Romeinse recht
Fase 1:
Ongelimiteerde wraakneming: pleger misdrijf mocht worden gedood door (familie van) slachtoffer,
zonder inmenging overheid. Naar mate van tijd begon overheid dit aan banden te leggen.
- Voorbeeld (uit Wet der Twaalf Tafelen): ‘Als iemand ’s nachts een diefstal heeft gepleegd, en
de bestolene heeft de dief op heterdaad betrapt en gedood, dan heeft hij hem terecht
gedood.’
Inhoudsopgave
Week 1 en 2: Inleiding en Strafrecht der Romeinen...............................................................................2
Inleiding..............................................................................................................................................2
Romeins recht.....................................................................................................................................4
Private acties......................................................................................................................................4
Publieke acties....................................................................................................................................5
Week 3: Strafrecht der Germanen..........................................................................................................8
Private delicten in Germaanse periode...............................................................................................8
Publieke delicten in Germaanse periode............................................................................................9
Frankische periode...........................................................................................................................10
Week 4 en 5: van accusatoir naar inquisitoir strafproces.....................................................................11
Accusatoir proces.............................................................................................................................11
Inquisitoir proces..............................................................................................................................12
Kerkelijk recht...................................................................................................................................13
Ketterij en hekserij............................................................................................................................15
Week 6: Civiele, ordinaire en extraordinaire strafprocessen................................................................16
(Vroegmoderne) Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden:......................................................17
Civiele procedure in de vroegmoderne republiek.............................................................................17
Criminele strafprocedure in de vroegmoderne republiek.................................................................18
Week 7: Civiele acties van de gelaedeerde partij..................................................................................19
Juridisch humanisme........................................................................................................................19
Hugo de Groot en Inleidinge tot het Hollandsche Rechtsgeleertheit................................................20
Verleiding..........................................................................................................................................21
Week 8 en 9: van daad- naar schuldstrafrecht......................................................................................22
Daadstrafrecht..................................................................................................................................22
Ontwikkeling naar schuldstrafrecht in het canonieke recht..............................................................23
Ontwikkeling naar schuldstrafrecht in het wereldlijke recht.............................................................24
Week 10: Straffen en strafdoeleinden..................................................................................................27
Strafdoeleinden................................................................................................................................27
Dwangarbeid....................................................................................................................................28
Cesare Beccaria.................................................................................................................................29
Moderne richting..............................................................................................................................30
Week 11: van gewoonterecht naar wettenrecht..................................................................................30
,Week 1 en 2: Inleiding en Strafrecht der Romeinen
Geen context of exacte jaartallen kennen voor tentamen, wel welke ontwikkeling zich in welke
periode afspeelt.
Inleiding
Chronologie:
Germaanse tijd (Oudheid): 0 Germanen dringen Romeinen terug. West-Romeinse rijk valt in 476.
– 500
Frankische tijd (Vroege Veel Germaanse stammen, maar focus op Franken, dat een
Middeleeuwen): 500 – 1000 wereldrijk wordt. Rijk Karel de Grote valt uiteen in 814.
Landsheerlijke tijd (Late Quasi-soevereine vorstendommen/ gewestelijke vorstendommen/
Middeleeuwen): 1000 - 1500 landsheerlijkheden. Opkomst van universiteiten en geleerd recht
Bourgondisch-Habsburgse (Beide Rechten) door Renaissance (12e eeuw). Van accusatoir naar
periode (1): 1400 – 1581 inquisitoir strafproces. Schuldstrafrecht ontwikkelt zich binnen
kerkelijke rechtsmacht.
Nieuwe tijd: 1500 – 1800 Inquisitoir proces afgestemd op Romano-Canonieke procedure.
Bourgondisch-Habsburgse Publieke vergelding en private schadevergoeding uitgekristalliseerd.
periode (1): 1400 – 1581
Republiek der Verenigde
Nederlanden: 1581 – 1795
Nieuwste tijd: 1800 – 1945 Rationalisme. Territoriale vorstenstaat. Verlichting en revoluties.
Codificatie van het recht.
Archaïsche rechtscultuur
- Weinige publieke acties, maar voornamelijk private acties (strafbare feiten werden
afgehandeld door slachtoffers of hun familie zelf, zonder bemoeienis van de overheid) ter
vergelding van het ondervonden onrecht (dus geen schadevergoeding).
o Wel: wraakneming = afkoop van het wraakrecht: overheid verplicht dader en
slachtoffer om zoveel mogelijk in vrede hun geschil op te lossen
(evenredigheidsbeginsel van toepassing > niet verder gaan dan de ander u heeft
aangedaan).
- Geleidelijke verschuiving van privaat naar publiek strafrecht
o Publieke acties ter bestraffing van aangericht onrecht (vanwege het verstoren van de
rechtsorde).
o Private acties ter vergoeding van de geleden schade.
Verschuiving zichtbaar in Romeins recht:
o In Koningstijd en vroege republiek vooral private acties gericht op vergelding.
o Vanaf late republiek ook private acties gericht op schadevergoeding, zoals
repressieve actie.
o In Dominaat geen private acties meer voor vergelding; deze waren overgenomen
door de overheid, terwijl schadevergoeding nog wel via private acties kon worden
afgedwongen.
Private acties bijvoorbeeld zichtbaar in:
- Codex Hammurabi (ca. 1750 v. chr.): wraak naar evenredigheid
, o 197 – Als een patriciër een bot van een andere patriciër breekt, zal men bij hem een
bot breken.
o 198 – Als een patriciër bij een gewoon man een oog vernietigt of een bot breekt,
moet hij een mina aan zilver betalen.
o 199 – Als een patriciër bij een slaaf een oog vernietigt of een bot breekt, moet hij de
helft van diens waarde betalen.
Wraakrecht is teruggedrongen tot ernstige delicten, omdat hooggeplaatsten verwonden
ernstiger werd bevonden dan normale burger.
- Oude testament (ca. 800 – 200 v. chr.)
o 17 – Als iemand welke mens dan ook om het leven brengt, moet hij zeker gedood
worden.
o 19 – Als iemand zijn naaste letsel toebrengt, moet hem hetzelfde worden aangedaan
dat hij de ander heeft aangedaan:
o 20 – Breuk voor breuk, oog voor oog, tand voor tand. Zoals hij de ander letsel heeft
toegebracht, moet hem hetzelfde letsel worden toegebracht.
Verschil straf en schadevergoeding:
- Straf is gericht op vergelding en wordt opgelegd door de overheid en is een publieke
aangelegenheid, bedoeld om de rechtsorde te herstellen.
- Schadevergoeding is een private aangelegenheid met als doel het slachtoffer (financieel) te
compenseren voor de geleden schade.
Kenmerken en ontwikkelingspunten van de archaïsche rechtscultuur:
- Van privaat strafrecht naar publiek strafrecht
- Van private vergelding naar private vergoeding
- Nadruk op hetgeen uiterlijk kan worden waargenomen:
o Aansprakelijkheid werd beoordeeld op zichtbare gevolgen van daad, zonder te kijken
naar schuld of intentie van de dader. Geen plek voor culpa, dolus, pogingen of
ontoerekeningsvatbaarheid. Hierdoor ook dierenprocessen en veroordelingen voor
zelfmoordenaars.
o Pas in late middeleeuwen (moraaltheologie, Thomas van Aquino) verschoof het van
daad- naar schuldstrafrecht.
- Verwevenheid van recht en religie
o Godsoordelen: in Codex Hammurabi stond opgenomen dat een aangeklaagde voor
tovenarij zonder dat er bewijs was in de rivier werd geworpen. Als hij er levend
uitkwam zal de aanklager ter dood gebracht worden.
- Meer aandacht voor formeel recht dan voor materieel recht:
o Vooral aandacht voor processuele aspecten strafzaak: welke procesvorm, welke
stappen moeten worden doorlopen, welke acties mogelijk.
- Van ongeschreven recht (gewoonterecht) naar geschreven recht:
o Rechtsregels werden mondeling overgedragen en niet opgetekend. Omdat ze niet
vastlagen, konden ze op verschillende manieren worden uitgelegd, afhankelijk van de
machthebbers of rechters van dat moment. Ontstond behoefte aan codificatie van
rechtsregels, omdat dit de rechtszekerheid niet bevorderde. Recht was namelijk
veranderlijk en onvoorspelbaar.
Romeins recht: Mores Maiorum = ongeschreven gebruiken van voorouders
werden vastgelegd in Wet der Twaalf Tafelen.
Germaans recht: Leges Barbarorum = gewoonterecht werd vastgelegd en
aangevuld. Later doorontwikkeld in Capitularia. Maar in vroege
middeleeuwen viel het weer terug in ongeschreven gewoonterecht.
, - Van een veelheid van rechtsbronnen naar één rechtsbron (gewoonterecht, wetgeving,
rechtersrecht, rechtsliteratuur en nu alleen maar Wetboek van Strafrecht).
- Van rechtsverscheidenheid naar rechtseenheid
o Recht was afhankelijk van plaats en groep waar iemand toebehoorde. Uiteindelijk
geleid tot centralisatie en één rechtsbron per land.
Romeins recht
Chronologie staat- en rechtskundig
Koninkrijk: Ca. 650 – 509 v. chr. Koning stond in middelpunt,
maar weinig over bekend.
Republiek
Vroege republiek: 509 – 264 v. Kleine stadsstaat Rome Archaïsch recht
chr. verovert heel Italië.
Late republiek: 264 – 27 v. chr. Rome begint expansie buiten Voorklassiek recht
Italië (oorlog Carthago).
Keizertijd
Vroege keizertijd (Principaat): Alleenheersers blijven binnen Klassiek recht
27 v. chr. – 284 n. chr. keurslijf van republiek maar
hebben belangrijkste functies.
Late keizertijd (Dominaat): 284 Alleenheerser is alleenheerser. Naklassiek recht
- 565
Koninkrijk en Vroege Republiek (Archaïsch recht)
- Ongeschreven gewoonterecht: Mores Maiorum. Onderscheid tussen 2 soorten rechtsregels:
o Fas (goddelijk recht):
Misdraging jegens goden of gemeenschap. Reactie door overheid namens
gemeenschap (publieke misdrijven).
o Ius (menselijk recht):
Misdraging (Iniuris = onrecht) jegens andere mensen. Reactie door
benadeelde partij (private delicten).
- Ca. 450 v. chr.: codificatie van het gewoonterecht in Wet der Twaalf Tafelen
o Gewoonterecht (Fas en Ius) + Leges (= wettenrecht. Waarschijnlijk mondelinge
bevelen van vroegere koning). Opgeplakt op Forum Romanum.
Romeinse recht werd toegankelijk voor alle burgers.
Burgers kregen meer invloed op recht, omdat iedereen zelf de wet kon lezen
en interpreteren.
Eerste stappen richting rechtswetenschap werden gezet.
Private acties
Ontwikkeling van private acties in het archaïsch Romeinse recht
Fase 1:
Ongelimiteerde wraakneming: pleger misdrijf mocht worden gedood door (familie van) slachtoffer,
zonder inmenging overheid. Naar mate van tijd begon overheid dit aan banden te leggen.
- Voorbeeld (uit Wet der Twaalf Tafelen): ‘Als iemand ’s nachts een diefstal heeft gepleegd, en
de bestolene heeft de dief op heterdaad betrapt en gedood, dan heeft hij hem terecht
gedood.’