Inleiding tot de rechtswetenschap 1
HC1 Recht in het algemeen
I. Descriptieve vs normatieve kennisgebieden
-Descriptief = beschrijven van de werkelijkheid
-Prescriptief = normatief, schrijft een bepaald juist gedrag voor
1. Moraal (ethiek) – hoe leid ik een goed leven?
- eigen instemming (geweten), geen gebonden regels
2. Fatsoen (etiquette) - uiterlijk gepast gedrag
- niet afgedwongen, geen gebonden regels
3. Godsdienst - navolging eigen keuze (tegenwoordig)
- niet afgedwongen, geen gebonden regels
4. Het Recht - naleven van het recht door de rechter/overheid afgedwongen
- wel gebonden regels, onttrekken niet mogelijk
Recht en moraal overlappen deels elkaar, het privéleven wordt vooral door het moraal beïnvloed.
II. Scheiding recht moraal (en godsdienst)
Recht heeft zich in de moderne samenleving losgemaakt van moraal, het besef voor een gescheiden
systeem mist bij “primitieve” samenlevingen.
Voordelen scheiding recht en moraal:
I. Vrijheid van godsdienst (van de staat)
II. Rechtsregels zijn duidelijk en gelden voor iedereen gelijk
III. Flexibele regels voor aanpassingen, inhoud rechtssysteem kan gewijzigd worden
III. Rechtsbronnen
Positieve Recht (tegenhanger natuurrecht) = stellig recht, recht wat is vastgesteld door de mens
1. Wetgeving geschreven recht
2. Verdragen + internationaal recht geschreven recht
3. Jurisprudentie ongeschreven recht
4. Gewoonterecht ongeschreven recht
Rechter past enkel regels toe uit rechtsbronnen.
-Natuurrecht = recht wat geldt van nature
a. Gods wil
b. Verbonden aan de menselijke waardigheid
Natuurrecht is uitzonderlijk en staat boven positief recht. Internationaal recht/verdragen zijn daarom
ingevoerd, dit zijn rechtsbronnen die de rechter kan toepassen i.p.v. natuurrecht.
Bv. Duitse soldaat moord joden uit tijdens WOII. Na de oorlog moet de soldaat zich voor de rechter
verantwoorden en beroept zich op een wet wat toestaat dat de joden wel uitgemoord mochten worden
(ingevoerd door Hitler). In dit geval staat de wet het toe, maar kan door middel van toepassing van het
natuurrecht de soldaat alsnog berecht worden.
IV. Enkele indelingen van het recht
1. Publiekrecht (relatie overheid – burgers)
a. Volkenrecht (Staten onderling)
b. Staatsrecht (inrichting Nederlandse staat)
c. Bestuursrecht (inrichting overheidsinstanties)
d. Strafrecht
2. Privaatrecht (relatie burgers onderling)
-Formeel recht = procesrecht, hoe kan/moet er geprocedeerd worden
Publiekrecht: Strafboek van vordering (Sv)
Privaatrecht: Burgerlijk Wetboek (BW)
-Materieel recht = “echte” recht, de letterlijke rechten en verplichten van burgers en overheden
Publiekrecht: Wetboek van strafrecht (Sr)
Privaatrecht: Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)
HC2 Waarom hebben we een overheid?
Overheden zorgen er voor dat rust en orde worden gehandhaafd in een samenleving.
Soevereiniteit: de staat heeft het hoogste gezag over zijn eigen territoir en hij hoeft intern en extern
geen autoriteit boven zich te dulden.
Extern aspect soevereiniteit: orde en rust
Intern aspect soevereiniteit: de overheid hoeft geen concurrerende machtsaanspraak te dulden.
Volkenrecht
1
, Verhouding staten onderling. Landsdelen hebben geen recht van secessie (de overheid mag zich
verzetten tegen landsdelen die een eigen overheid willen vormen. Er is één uitzondering: kolonies
hebben wel recht van secessie).
Uit de soevereiniteit en het volkenrecht blijkt dat de overheid het geweldsmonopoly heeft. De overheid
is de enige die geweld en dwang op basis van het rechtssysteem mag gebruiken. Er geldt dus voor
burgers een verbod van eigenrichting.
In het hele publiek recht zijn er mechanismen ingebouwd om de burgers te beschermen tegen de
overheid, zodat het geweldsmonopoly van de overheid niet zal ontsporen:
1. Bevoegdheidsbepaling
Absolutisme is een regeringsvorm waarbij de volledige soevereiniteit bij één ambt ligt,
waaraan alle andere ambten ondergeschikt zijn. Absolutisme is een juridisch model. D.w.z.
dat het een model is dat iets zegt over hoe het hoort te gaan. Het absolutisme is dus niet per
definitie machtig. Macht is de feitelijke mogelijkheid om anderen jou wil op te leggen. Het
Vaticaan in Rome hanteert nog steeds het absolutisme.
Bevoegdheidsspreiding
A) Trias politica. Een ‘zuivere trias’ bestaat niet. Het is slechts een model. Het trias bestaat
uit twee stappen:
Stap 1: onderscheiden van een Stap 2 toekennen van die taak aan één
staatstaak ambt
Wetgeving Gekozen parlement
Algemene regels stellen
Bestuur Regering
Het feitelijke beheer van de openbare
ruimte en het nemen van beschikkingen
(overheidsbesluiten gericht op één
persoon).
Rechtspraak Onafhankelijke rechter
Het bestraffen van mensen die de
algemene regels overtreden.
Geschilbeslechting.
Nederlandse staatsrecht:
Stap 1: onderscheiden van een Stap 2 toekennen van die taak aan één
staatstaak ambt
Wetgeving Parlement + regering zijn de wetgever. Art.
Algemene regels stellen 81 Gw
Bestuur Regering = koning + ministers. Art. 42 Gw
Het feitelijke beheer van de openbare
ruimte en het nemen van beschikkingen Een stukje wetgeving is opgedragen aan
(overheidsbesluiten gericht op één de regering Art. 89 Gw.
persoon).
Rechtspraak Onafhankelijke rechter. Art. 112 + 113 Gw
Het bestraffen van mensen die de
algemene regels overtreden. Een stukje wetgeving is opgedragen aan
Geschilbeslechting. de rechterlijke macht (jurisprudentie).
B) Checks and balances
Er zijn twee varianten van checks and balances.
Ten eerste: twee ambten delen een bevoegdheid (de wetgevende bevoegdheid wordt
gedeeld door het parlement en de regering.
Ten tweede: het ene ambt controleert het andere. Een voorbeeld hier van is de
parlementaire vertrouwensregel (als blijkt dat een van de Kamers van de Staten-Generaal
het vertrouwen in een minister of staatssecretaris heeft verloren, dient deze zijn ontslag
aan de Koning aan te bieden ongeschreven recht).
Que le pouvoir arrête le pouvoir: de ene macht (ambt) stopt de andere macht (ambt).
C) Decentralisatie WG
2. Rechtsstaat;
Een rechtsstaat is ook een overheid gebonden aan de regels van het recht.
2
HC1 Recht in het algemeen
I. Descriptieve vs normatieve kennisgebieden
-Descriptief = beschrijven van de werkelijkheid
-Prescriptief = normatief, schrijft een bepaald juist gedrag voor
1. Moraal (ethiek) – hoe leid ik een goed leven?
- eigen instemming (geweten), geen gebonden regels
2. Fatsoen (etiquette) - uiterlijk gepast gedrag
- niet afgedwongen, geen gebonden regels
3. Godsdienst - navolging eigen keuze (tegenwoordig)
- niet afgedwongen, geen gebonden regels
4. Het Recht - naleven van het recht door de rechter/overheid afgedwongen
- wel gebonden regels, onttrekken niet mogelijk
Recht en moraal overlappen deels elkaar, het privéleven wordt vooral door het moraal beïnvloed.
II. Scheiding recht moraal (en godsdienst)
Recht heeft zich in de moderne samenleving losgemaakt van moraal, het besef voor een gescheiden
systeem mist bij “primitieve” samenlevingen.
Voordelen scheiding recht en moraal:
I. Vrijheid van godsdienst (van de staat)
II. Rechtsregels zijn duidelijk en gelden voor iedereen gelijk
III. Flexibele regels voor aanpassingen, inhoud rechtssysteem kan gewijzigd worden
III. Rechtsbronnen
Positieve Recht (tegenhanger natuurrecht) = stellig recht, recht wat is vastgesteld door de mens
1. Wetgeving geschreven recht
2. Verdragen + internationaal recht geschreven recht
3. Jurisprudentie ongeschreven recht
4. Gewoonterecht ongeschreven recht
Rechter past enkel regels toe uit rechtsbronnen.
-Natuurrecht = recht wat geldt van nature
a. Gods wil
b. Verbonden aan de menselijke waardigheid
Natuurrecht is uitzonderlijk en staat boven positief recht. Internationaal recht/verdragen zijn daarom
ingevoerd, dit zijn rechtsbronnen die de rechter kan toepassen i.p.v. natuurrecht.
Bv. Duitse soldaat moord joden uit tijdens WOII. Na de oorlog moet de soldaat zich voor de rechter
verantwoorden en beroept zich op een wet wat toestaat dat de joden wel uitgemoord mochten worden
(ingevoerd door Hitler). In dit geval staat de wet het toe, maar kan door middel van toepassing van het
natuurrecht de soldaat alsnog berecht worden.
IV. Enkele indelingen van het recht
1. Publiekrecht (relatie overheid – burgers)
a. Volkenrecht (Staten onderling)
b. Staatsrecht (inrichting Nederlandse staat)
c. Bestuursrecht (inrichting overheidsinstanties)
d. Strafrecht
2. Privaatrecht (relatie burgers onderling)
-Formeel recht = procesrecht, hoe kan/moet er geprocedeerd worden
Publiekrecht: Strafboek van vordering (Sv)
Privaatrecht: Burgerlijk Wetboek (BW)
-Materieel recht = “echte” recht, de letterlijke rechten en verplichten van burgers en overheden
Publiekrecht: Wetboek van strafrecht (Sr)
Privaatrecht: Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)
HC2 Waarom hebben we een overheid?
Overheden zorgen er voor dat rust en orde worden gehandhaafd in een samenleving.
Soevereiniteit: de staat heeft het hoogste gezag over zijn eigen territoir en hij hoeft intern en extern
geen autoriteit boven zich te dulden.
Extern aspect soevereiniteit: orde en rust
Intern aspect soevereiniteit: de overheid hoeft geen concurrerende machtsaanspraak te dulden.
Volkenrecht
1
, Verhouding staten onderling. Landsdelen hebben geen recht van secessie (de overheid mag zich
verzetten tegen landsdelen die een eigen overheid willen vormen. Er is één uitzondering: kolonies
hebben wel recht van secessie).
Uit de soevereiniteit en het volkenrecht blijkt dat de overheid het geweldsmonopoly heeft. De overheid
is de enige die geweld en dwang op basis van het rechtssysteem mag gebruiken. Er geldt dus voor
burgers een verbod van eigenrichting.
In het hele publiek recht zijn er mechanismen ingebouwd om de burgers te beschermen tegen de
overheid, zodat het geweldsmonopoly van de overheid niet zal ontsporen:
1. Bevoegdheidsbepaling
Absolutisme is een regeringsvorm waarbij de volledige soevereiniteit bij één ambt ligt,
waaraan alle andere ambten ondergeschikt zijn. Absolutisme is een juridisch model. D.w.z.
dat het een model is dat iets zegt over hoe het hoort te gaan. Het absolutisme is dus niet per
definitie machtig. Macht is de feitelijke mogelijkheid om anderen jou wil op te leggen. Het
Vaticaan in Rome hanteert nog steeds het absolutisme.
Bevoegdheidsspreiding
A) Trias politica. Een ‘zuivere trias’ bestaat niet. Het is slechts een model. Het trias bestaat
uit twee stappen:
Stap 1: onderscheiden van een Stap 2 toekennen van die taak aan één
staatstaak ambt
Wetgeving Gekozen parlement
Algemene regels stellen
Bestuur Regering
Het feitelijke beheer van de openbare
ruimte en het nemen van beschikkingen
(overheidsbesluiten gericht op één
persoon).
Rechtspraak Onafhankelijke rechter
Het bestraffen van mensen die de
algemene regels overtreden.
Geschilbeslechting.
Nederlandse staatsrecht:
Stap 1: onderscheiden van een Stap 2 toekennen van die taak aan één
staatstaak ambt
Wetgeving Parlement + regering zijn de wetgever. Art.
Algemene regels stellen 81 Gw
Bestuur Regering = koning + ministers. Art. 42 Gw
Het feitelijke beheer van de openbare
ruimte en het nemen van beschikkingen Een stukje wetgeving is opgedragen aan
(overheidsbesluiten gericht op één de regering Art. 89 Gw.
persoon).
Rechtspraak Onafhankelijke rechter. Art. 112 + 113 Gw
Het bestraffen van mensen die de
algemene regels overtreden. Een stukje wetgeving is opgedragen aan
Geschilbeslechting. de rechterlijke macht (jurisprudentie).
B) Checks and balances
Er zijn twee varianten van checks and balances.
Ten eerste: twee ambten delen een bevoegdheid (de wetgevende bevoegdheid wordt
gedeeld door het parlement en de regering.
Ten tweede: het ene ambt controleert het andere. Een voorbeeld hier van is de
parlementaire vertrouwensregel (als blijkt dat een van de Kamers van de Staten-Generaal
het vertrouwen in een minister of staatssecretaris heeft verloren, dient deze zijn ontslag
aan de Koning aan te bieden ongeschreven recht).
Que le pouvoir arrête le pouvoir: de ene macht (ambt) stopt de andere macht (ambt).
C) Decentralisatie WG
2. Rechtsstaat;
Een rechtsstaat is ook een overheid gebonden aan de regels van het recht.
2