Antwoorden 17 oefenvragen module Bedrijfseconomische aspecten
Vraag 1)
Bij financial accounting wordt de informatie periodiek verstrekt terwijl dit bij management
accounting meer continu en ad hoc gebeurt.
Vraag 2)
Paul houdt zich bezig met het adviseren van het management van Pals BV over te nemen
toekomstige beslissingen.
Karin houdt zich met name bezig met het beheren van het vermogen van Pals BV van nu en in de
toekomst.
Vraag 3)
De interestkosten.
Vraag 4)
De resultatenrekening.
Vraag 5)
Bezettingsresultaat = (W – N) x (C / N)
€ 20.000 = (25.000 – 24.000) x (C / N)
€ 20.000 = 1.000 x (C / N)
(C / N) = € 20..000 = € 20,-
Integrale kostprijs = (C / N) + (V / W) = € 20 + (€ 1.200..000) = € 20 + € 48 = € 68,-
Vraag 6)
Contributiemarge = verkoopprijs – variabele kosten
€ 13 = verkoopprijs - € 18
Verkoopprijs = € 13 + € 18 = € 31,-
Break-evenafzet = totale constante kosten / contributiemarge = € 18.200 / € 13 = 1.400 stuks
Break-evenomzet = break-evenafzet x verkoopprijs = 1.400 x € 31 = € 43.400,-
Vraag 7)
Opslagpercentage materiaalkosten = (indirecte kosten / directe materiaalkosten) x 100% =
(€ 100.000 / € 400.000) x 100% = 25%
Opslagbedrag directe materiaalkosten = 25% van € 2.000 = € 500,-
Vraag 1)
Bij financial accounting wordt de informatie periodiek verstrekt terwijl dit bij management
accounting meer continu en ad hoc gebeurt.
Vraag 2)
Paul houdt zich bezig met het adviseren van het management van Pals BV over te nemen
toekomstige beslissingen.
Karin houdt zich met name bezig met het beheren van het vermogen van Pals BV van nu en in de
toekomst.
Vraag 3)
De interestkosten.
Vraag 4)
De resultatenrekening.
Vraag 5)
Bezettingsresultaat = (W – N) x (C / N)
€ 20.000 = (25.000 – 24.000) x (C / N)
€ 20.000 = 1.000 x (C / N)
(C / N) = € 20..000 = € 20,-
Integrale kostprijs = (C / N) + (V / W) = € 20 + (€ 1.200..000) = € 20 + € 48 = € 68,-
Vraag 6)
Contributiemarge = verkoopprijs – variabele kosten
€ 13 = verkoopprijs - € 18
Verkoopprijs = € 13 + € 18 = € 31,-
Break-evenafzet = totale constante kosten / contributiemarge = € 18.200 / € 13 = 1.400 stuks
Break-evenomzet = break-evenafzet x verkoopprijs = 1.400 x € 31 = € 43.400,-
Vraag 7)
Opslagpercentage materiaalkosten = (indirecte kosten / directe materiaalkosten) x 100% =
(€ 100.000 / € 400.000) x 100% = 25%
Opslagbedrag directe materiaalkosten = 25% van € 2.000 = € 500,-