Het brein bestaat uit witte en grijze stof.
Het brein bestaat uit verschillende kwabben, die bestaan uit gyri, sulci, fissures en poles.
Het limbische systeem bestaat onder andere uit de hypothalamus, thalamus, amygdala en
de hippocampus.
Ventral → naar temporale kwab
Dorsal → naar pariëtale kwab
Waarom zijn er verschillende nomenclatures?
- Het is belangrijk om de plek van een laesie te beschrijven
- Nomenclature = naming system. For example, frontal, rostral, and anterior mean
similar things.
Topic entryway: phineas gage, he taught us about regional brain functions. Er ging een stok
door zijn hoofd en verschillende functies van zijn hersenfuncties veranderden. Dit was het
bewijs dat het brein iemands persoonlijkheid bepaalt, en dat dit ook weer kan herstellen. De
schade was groter in de linker frontale kwab, meer witte stof dan grijze stof.
Brein laesie = beschadigd deel van het brein, op MRI scan kan je dat zien door het witte
deel, er is geen bloedtoevoer meer.
Hoe hersenletsels tot het moderne inzicht leiden in de hersenfunctie en -organisatie
● Klinische gevallen (zoals de afasie van Broca) leidden tot de ontdekking dat
bepaalde typen van de schade kwam overeen met bepaalde soorten symptomen
- Lokalisatie: Schade zat in een bepaald deel van de hersenen →
concludeerde dat sommige hersenen functies anatomisch gelokaliseerd
waren.
- Lateralisatie: Er was schade aan een bepaalde kant van het hoofd →
concludeerde dat sommige functies zich meestal aan een specifieke kant van
de hersenen bevonden
- Functieverdeling: Verloren functies worden soms gerehabiliteerd →
geconcludeerd dat andere delen van de hersenen kunnen compenseren.
- Hiërarchische organisatie: Verfijning van functies, sterk afhankelijk van de
vraag of er een ‘hoger’ of ‘lager’ hersengebied is schade → Hersenprocessen
beginnen op lagere niveaus en worden verwerkt via steeds hogere niveaus.
Hiërarchische organisatie
Deze is lastiger...
Achterhersenen
• Ruggenmerg, hersenstam, cerebellum
• Controleert vitale functies
• Waarschijnlijk als eerste geëvolueerd
Middenhersenen
• Colliculi, tegmentum en hersenstengels
• Visie, gehoor, motorische functie, alertheid, en
temperatuurregeling
• Waarschijnlijk als tweede geëvolueerd
Voorhersenen
,• Telencephalon (inclusief de hersenhelften) en diencephalon (inclusief de thalamus,
hypothalamus, epithalamus en subthalamus)
• Complexe cognitieve, sensorische en motorische activiteiten
• Waarschijnlijk als laatste geëvolueerd
Verwerking begint met lagere (relevante) hersengebieden
verplaatsen zich vervolgens naar hogere hersenregio's
Verlies van functie in hogere hersengebieden = ontbinding
(hersenen kunnen compenseren met lagere gebieden,
vereenvoudigd gedrag)
Donald Hebb
Beschouwd als de ‘vader van de neuropsychologie’
- Hebbiaanse theorie = neurale paden ontwikkelen zich op basis van ervaringen;
naarmate paden meer worden gebruikt, worden ze dat ook sneller en sterker
De vroege neuropsychologie was nauw verbonden met breinletsel en dementie (onderzoek
en diagnose).
Relatie tussen verlies van hersenfunctie en verandering in gedachten/gedragingen
gemakkelijker waar te nemen.
De moderne neuropsychologie omvat een verscheidenheid aan stoornissen.
De Hebbiaanse assumptie van verandering
Milieu, cultuur, gebruiken, familiegeschiedenis, levensstijl, en meer geven vorm aan wie we
zijn.
In de neuropsychologie concentreren we ons veel op gedachten, gedrag en
hun relatie met de hersenen. Veel relevante informatie wordt echter buiten de hersenen
gevonden en psychologie die beide beïnvloeden. → bijvoorbeeld, muizen zijn gekloond,
maar de moeder en de muizen zelf aten anders dus ze zagen er compleet anders uit. Het
het brein is hetzelfde verhaal.
Plasticiteit, flexibiliteit en aanpassingsvermogen zijn fundamentele eigenschappen
van de hersenen
Neuropsychologie is gebaseerd op de veronderstelling van verandering → Er is geen sprake
van revalidatie tenzij de hersenen kunnen veranderen, therapieën zouden niet werken tenzij
de psychologie kan veranderen.
Neurologisch onderzoek:
● De geschiedenis van de patiënt
● Staat van bewustzijn → Waakzaam, slaperig, verdoofd, verward, Spraakafwijkingen,
gezichtsasymmetrieën, lichaamshouding, Emoties (geagiteerd, angstig, depressief,
apathisch, rusteloos)
● Lichamelijk onderzoek → Bloeddruk, beeldvorming van de hersenen, reflexen, pijn,
spierbewegingen, geur, enz
● Aandoeningen → Beroertes, verwondingen en laesies kunnen asymmetrie en
functieverlies vertonen, Parkinson kan reukverlies en motorische veranderingen
vertonen. Bij dementie kan sprake zijn van geheugenverlies, desoriëntatie of agitatie.
Biopsychosociaal model van neuropsychologische beoordelingen
, ● Neuropsychologische beoordeling
- Combineert vele tests, afhankelijk van de symptomen van de patiënt
- Kan IQ-, cognitieve en psychometrische tests omvatten
● Biopsychosociaal model
- Sociale ondersteuningsnetwerken (vrienden, familie) beïnvloeden de
resultaten
- Het gevoel van welzijn van patiënten beïnvloedt de uitkomsten
- Soms is er sprake van een mismatch tussen de behoeften van de patiënt en
zijn sociale netwerk (bijvoorbeeld: patiënt wilde thuis blijven, familie vond dat
ze moesten werken) of omgeving (bijvoorbeeld een rustige slaapplek nodig
hebben, maar ergens wonen waar veel lawaai is) kan stress toevoegen die
de genezing kan belemmeren
Voorbeeld van dementie
● Dementie
- Overkoepelende term voor verminderd geheugen, cognitie en besluitvorming
→ Veel voorkomende oorzaken: de ziekte van Alzheimer, de ziekte van
Huntington, multiple sclerose (MS)
- Symptomen zijn onder meer een slecht humeur en slechte perceptie → Kan
depressie, apathie en hallucinaties omvatten
● Neuropsychiatrische inventarisatie (NPI)
- Gebruikt om dementie in de kliniek te karakteriseren
- Beoordeelt de frequentie en ernst van de symptomen
- Beoordeelt veranderingen in gedrag → Wordt het erger?
Biopsychosociaal perspectief bij dementie
● Meestal toegepast als onderdeel van een behandelplan
● Externe triggers worden beoordeeld via een anamnese-interview
- Uit één onderzoek bleek bijvoorbeeld dat 80% van de symptomen van
dementie externe triggers bestond
● Sociale steun en welzijn van het milieu worden meegenomen in het behandelplan
Stress en epigenetica
Stress (en angst) hebben grotere biologische gevolgen dan oorspronkelijk gedacht →
Lamarckiaanse theorie (besproken in paragraaf 1.2).
Stress kan epigenetische veranderingen en de geestelijke gezondheid beïnvloeden. →
Binnen de levensduur, maar ook over generaties heen.
Onderstreept het belang van het psychosociale model.
Mendel, klassieke genetica
Lamark, epigenetische code en fenotypische plasticiteit
Toepassingen op de neuropsychologie
- Gedrag wordt veroorzaakt door genetica, epigenetica en ervaringsgericht aan het
leren
- Er kunnen ook invloeden op de cardiovasculaire gezondheid worden afgeleid
genetica, epigenetica of ervaring (bijvoorbeeld dieet)
- Cardiovasculaire gezondheid heeft rechtstreeks invloed op de hersenfunctie
, Wat is een neuropsycholoog?
● Een arts en/of wetenschapper die...
- Maakt gebruik van neurologie, neurowetenschappen en psychologie
- Begrijpen hoe gedrag samenhangt met de hersenfunctie
- Om ‘normaal’ en ‘verminderd’ cognitief, sociaal, fysiek en emotioneel
functioneren te beoordelen
● Neuropsychologie is doorgaans klinisch van aard
- Neuropsychologen zijn geen artsen
- Klinische taken zijn doorgaans diagnostisch
- Voor behandelingen kan verwezen worden naar specialisten
- Onderzoekstaken kunnen het onderzoeken van de oorzaken van een stoornis
omvatten hersenen/gedragsmatige/cognitieve processen, de diagnostische
benaderingen ervan, de werkzaamheid van behandelingen (hoe goed ze
werken), enz
De Hebbiaanse veronderstelling van verandering in onderzoek en praktijk
Enkele voorbeelden:
- Ontwikkeling van leren en vaardigheden gedurende de hele levensduur
- Genezing na hersenletsel (fysiek)
- Behandeling van een stoornis (psychisch)
- Erfelijke eigenschappen die van generatie op generatie worden doorgegeven