Bronvermelding
Titel : Projectmatig werken
Druk : 24
Auteur : G. Wijnen en P. Storm
Uitgever : Spectrum
ISBN (boek) : 9789027445377
Aantal hoofdstukken (boek) : 12
Aantal pagina’s (boek) : 341
De inhoud van dit uittreksel is met de grootste zorg samengesteld. Incidentele onjuistheden kunnen niettemin voorkomen. Je
dient niet aan te nemen dat de informatie die Students Only B.V. biedt foutloos is, hoewel Students Only B.V. dat wel nastreeft.
Dit uittreksel is voor persoonlijk gebruik en is bedoeld als wegwijzer bij het originele boek. Wij raden aan altijd het bijbehorende
studieboek te kopen en dit uittreksel als naslagwerk erbij te houden. In dit uittreksel staan diverse verwijzingen naar het studieboek
op basis waarvan dit uittreksel is gemaakt.
Dit uittreksel is een uitgave van Students Only B.V. Copyright © 2012 StudentsOnly B.V. Alle rechten voorbehouden. De uitgever
van het studieboek is op generlei wijze betrokken bij het vervaardigen van dit uittreksel. Voor vragen kun je je per email wenden
tot .
,Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1 Wat projectmatig werken? 3
Hoofdstuk 2 Waarom projectmatig werken? 6
Hoofdstuk 3 Wanneer is het project een succes? 8
Hoofdstuk 4 Het ontstaan van een project 10
Hoofdstuk 5 De aanpak van een project 12
Hoofdstuk 6 De afronding, overdracht en evaluatie van een project 17
Hoofdstuk 7 Risico’s en crises in projecten 19
Hoofdstuk 8 Het ontwikkelen van draagvlak voor een project 22
Hoofdstuk 9 Teamgericht samenwerken en projectleiderschap. 25
Hoofdstuk 10 Procesmatig werken, de tweede natuur van projectmanagers 29
Hoofdstuk 11 Programmamanagement: een broedplaats voor succesvolle projecten 31
Hoofdstuk 12 Professionaliseren van projectmatig werken 33
© Students Only B.V. – Alle rechten voorbehouden.
Bron : Projectmatig werken – G. Wijnen e.a.
, Hoofdstuk 1 Wat projectmatig werken?
1.1 Projectmatig werken tussen routinematig en improviserend werken
Een belangrijk kenmerk van projectmatig werken is dat men aan het begin van het project duidelijk
afspreekt wanneer het project af is: wat is het resultaat moet zijn om het project af te kunnen
ronden. Men kan op een aantal manieren werken:
• Routinematig werken: deze manier van werken is geschikt wanneer men gedurende een
langere tijd, onder gelijkblijvende omstandigheden en met gelijke middelen een resultaat
moet blijven bereiken. Dit is een efficiënte manier van werken.
• Improviserend werken: bij deze manier van werken is men niet gebonden aan vaste regels,
maar kan men flexibel de taak vervullen. Zo kan men bij veranderende omstandigheden
telkens opnieuw bekijken hoe men hierop zal reageren. Deze manier van werken wordt
gehanteerd wanneer we met iets volstrekt nieuws beginnen en niemand weet hoe iets zal
lopen.
• Projectmatig werken: bij projectmatig werken werkt men naar een resultaat toe. Deze
manier van werken wordt gehanteerd wanneer men eenmaal een topprestatie moet leveren,
mensen van verschillende disciplines samen moeten werken, het te behalen resultaat nieuw
is (gedeeltelijk) en er beperkte middelen zijn om dat resultaat te bereiken.
Wanneer er binnen een organisatie aan iets nieuws begonnen moet worden, zal men geneigd zijn
om eerst improviserend te werk te gaan. Na verloop van tijd is er iets meer bekend over de nieuwe
taak en zal men een meer projectmatige manier van werken hanteren. Wanneer men na verloop
van tijd bekend met de meeste facetten van de taak, zal de organisatie ervoor kiezen om de taak te
standaardiseren en dus voor een meer routinematige manier van werken te kiezen. Er zijn enkele
verschillen te benoemen tussen de drie manieren van werken:
• Binnen een project zijn er verschillende fasen: een denk-, doe- en afbouwstadium. Binnen
deze fases wordt verschillend omgegaan met de inzet van de beschikbare middelen: deze
is in de doe fase het grootst. Zie: hfst. 1; blz. 17; Projectmatig werken; G. Wijnen, P. Storm
voor een overzicht van deze fasen. Mensen die niet nauw betrokken zijn bij het project, zullen
over het algemeen alleen zicht hebben op de doefase van het project. Bij een improviserende
aanpak kan men vooraf totaal niet zeggen hoeveel middelen er worden ingezet. Dit kan wel
bij een projectmatige aanpak en nog beter bij een routinematige aanpak.
• Een ander verschil is de rol van opdrachtnemer. Bij een project is dit een projectleider,
bij de improviserende werkwijze is dit een groep medewerkers en bij de routinematige
aanpak wordt deze rol vertolkt door een afdelingshoofd. De projectmatige en improviserende
aanpak zijn meer gericht op het doel of het probleem. Bij de routinematige aanpak bekijkt
men meer of processen zijn te standaardiseren.
• Een derde verschil ligt in de manier waarop men wenst om te gaan met wijzigingen. In
een projectmatige aanpak reageert men beheerst op alle wijzigingen. In een routinematige
aanpak wil men wijzigingen het liefst zoveel mogelijk voorkomen. Bij improviserend
werken reageert men snel op iedere wijziging die zich aandient.
Zie: hfst. 1; blz. 21; Projectmatig werken; G. Wijnen, P. Storm voor een overzicht van alle belangrijke
verschillen van de drie manieren van werken.
1.2 Projectmatig werken tussen onderhandelen en vechten
De verschillende manieren van werken vragen ook een andere manier van met elkaar omgaan.
Zie: hfst. 1; blz. 23; Projectmatig werken; G. Wijnen, P. Storm voor een overzicht van de manieren
waarop men met elkaar kan omgaan. Routinematig werken vergt weinig communicatie,
© Students Only B.V. – Alle rechten voorbehouden. 3
Bron : Projectmatig werken – G. Wijnen e.a.