Bronvermelding
Titel : Levensloopsociologie
Druk : 1
Auteur : H.J. Kuipers
Uitgever : Coutinho
ISBN (boek) : 9789046901786
Aantal hoofdstukken (boek) : 6
Aantal pagina’s (boek) : 214
De inhoud van dit uittreksel is met de grootste zorg samengesteld. Incidentele onjuistheden kunnen niettemin voorkomen. Je
dient niet aan te nemen dat de informatie die Students Only B.V. biedt foutloos is, hoewel Students Only B.V. dat wel nastreeft.
Dit uittreksel is voor persoonlijk gebruik en is bedoeld als wegwijzer bij het originele boek. Wij raden aan altijd het bijbehorende
studieboek te kopen en dit uittreksel als naslagwerk erbij te houden. In dit uittreksel staan diverse verwijzingen naar het studieboek
op basis waarvan dit uittreksel is gemaakt.
Dit uittreksel is een uitgave van Students Only B.V. Copyright © 2012 StudentsOnly B.V. Alle rechten voorbehouden. De uitgever
van het studieboek is op generlei wijze betrokken bij het vervaardigen van dit uittreksel. Voor vragen kun je je per email wenden
tot .
,Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1 Levensloopsociologie? 3
Hoofdstuk 2 Omkijken 4
Hoofdstuk 3 Drempels passeren 8
Hoofdstuk 4 Over generaties praten 12
Hoofdstuk 5 Doorsnede en lengterichting 16
Hoofdstuk 6 Wie wil levensverhalen horen 18
© Students Only B.V. – Alle rechten voorbehouden.
Bron : Levensloopsociologie – H.J. Kuipers
, Hoofdstuk 1 Levensloopsociologie?
Harde feiten zijn bruikbaar om gegevens uit iemands leven weer te geven. Voorbeelden van deze
harde feiten zijn geboorteaktes, diploma’s en identiteitsbewijzen.
Er bestaan ook zachte feiten. Zachte feiten staan maar zelden in een cliëntdossier. De zachte feiten
kunnen echter wel iemands leven tekenen.
Harde feiten kun je verifiëren, zachte feiten vaak niet.
Een levensverhaal is een geschiedverhaal over de levensloop van iemand. Dit verhaal berust op
feiten, maar ook op persoonlijke uitleg. Er is altijd sprake van een partijdige terugblik omdat de
verteller bepaalt wat er gezegd wordt. Vaak verdedigt de verteller zijn gedrag, maar het kan ook
zijn dat iemand zijn eigen fouten toegeeft. Niemand onthult alles over zijn eigen leven.
Maatschappelijk werkers werken vaak in de hulpverlening van de eerste of tweede lijn. De eerste
lijn bestaat uit voorzieningen die voor iedereen toegankelijk zijn, er is dus geen verwijzing voor
nodig. Hierbij kan je denken aan een huisarts. De tweede lijn bestaat uit voorzieningen waar een
verwijzing voor nodig is van een instelling uit de eerste lijn. Bij zo’n tweedelijnsinstelling kan je
denken aan een ziekenhuis.
Als het contact gestart wordt, dan wordt er meestal meteen gevraagd wat er mis is, en waarom de
persoon de hulpverlener heeft opgezocht.
De behandeling, begeleiding en ondersteuning leidt er vaak toe dat mensen hun levensverhaal
vertellen. De levensverhalen staan vaak centraal bij de activiteitenbegeleiding.
Als hulpverlener moet je bereid zijn om in de spiegel te kijken. Het is belangrijk dat je op je eigen
gedrag kan reflecteren, en dat je dus kritisch terugkijkt op je handelen. Een goede dienstverlening
vereist vakkundigheid.
© Students Only B.V. – Alle rechten voorbehouden. 3
Bron : Levensloopsociologie – H.J. Kuipers