BEGRIPPENKADER
Normen
Norm
= een oordeel over wat wel of niet het geval zou moeten of mogen zijn
= concrete gedragsbepalingen, specifieke regels die ons voorschrijven wat we moeten of
mogen doen
Normen drukken een plicht of een permissie uit
- Plicht: de norm zegt dat je iets (niet) moet doen
Een mens mag nooit liegen; je moet je vrije tijd nuttig besteden
- Permissie: de norm zegt dat je iets (niet) mag doen
Een leugentje om bestwil is toegestaan; ieder mag beslissen of die softdrugs
gebruikt
Waarden en deugden
Waarde
= drukt een beoordeling of evaluatie uit en verwijst meestal op een meer algemene wijze
naar aspecten van het leven die we belangrijk (‘waardevol’) vinden
= algemene morele uitgangspunten
Gezondheid is een kostbaar goed; alles staat of valt bij eerlijkheid
Soms verwijst een waarde naar een specifieke karaktereigenschap. Dit noem je dan een
deugd.
Eerlijkheid, vriendelijkheid, bescheidenheid
VERSCHIL WAARDEN EN NORMEN
- Waarden: veiligheid, vrijheid, vriendschap, rechtvaardigheid, integriteit.
- Normen: wees eerlijk, werk af waaraan je begint, wees mild voor de anderen.
➔ Normen, anders dan waarden, drukken een concrete gedragsbepaling (permissie of
plicht) uit
,Vergelijk met nieuwjaarsvoornemens.
- Waarden → algemene zaken waar je meer aandacht aan wil besteden
Bv. meer tijd doorbrengen met vrienden, familie.
- Normen → concrete gedragsregels om je leven anders in te richten,
Bv. wekelijks gaan sporten, stoppen met roken, elke dag een uur klassieke muziek
beluisteren.
Moraal en ethiek
Moraal
= stelsel van normen en waarden, dat betrekking heeft op het handelen van mensen
➔ Alle groepen hebben een eigen moraal
Positieve moraal
= de normen en waarden die in een bepaalde cultuur of maatschappij
bestaan/heersen/gelden
De Nederlandse positieve moraal -> de normen en waarden die in de Nederlandse
samenleving bestaan; de positieve moraal van de bouwsector -> hetzelfde
Ethiek
= de studie van normen en waarden, die zich richt op de vraag welke normen en waarden
(in een moraal) we kunnen rechtvaardigen
= systematische reflectie op een geldend moraal
“Waarom moeten we gezondheid beschouwen als een belangrijke waarde?”
Kerntaak van de ethiek:
➔ NIET beschrijven van bestaande normen en waarden (descriptief)
➔ NIET verklaren van het ontstaan van bepaalde normen en waarden (oorzaken)
➔ MAAR geldigheid onderzoeken van waarden en normen en kijken naar welke we
kunnen rechtvaardigen
Rechtvaardigen houdt in dat je redenen gaat zoeken om te zeggen waarom iets juist is; je
gaat redenen voor normen geven
Om het anders te stellen: ethiek is niet beschrijvend of descriptief, zij stelt zich niet tevreden
met het beschrijven van de bestaande toestand en het aangeven van de oorzaken daarvan.
Ethiek is normatief. Ze probeert tot een oordeel over die normen en waarden te komen. Ze
beweegt zich altijd op het niveau van hoe iets zou moeten zijn.
,HOE RECHTVAARDIG JE EEN NORM?
- NIET door oorzaken te formuleren
- WEL door redenen te formuleren voor die norm
→ Welke normen en waarden kunnen we met goede redenen verdedigen?
→ Maar wat is een goede reden?
→ De ethiek is zelf normatief: ze vormt een oordeel over de geldende normen en
waarden en geeft dus aan welke normen en waarden we zouden moeten naleven
(moreel versus immoreel)
Afbakening ethiek
Moreel
= wat overeenstemt met de heersende waarden en normen
De zieken verzorgen
Immoreel
= wat de heersende waarden en normen schendt
Uitsluiting o.b.v. racisme
A-moreel
= waarbij geen waarden en normen betrokken zijn
“De zon komt op in het oosten.”
Afbakening domein van de ethiek: moreel versus a-moreel
➔ Je hebt moreel waar iets als een goede handeling wordt gezien en het een
tegenpool van immoreel wordt beschouwd
➔ MAAR je hebt ook moreel dat het spreekt over normen en waarden in zijn
algemeenheid en een tegenpool van a-moreel is
Ethiek: wetenschappelijke discipline
Analogie met exacte wetenschap:
- Systematisch nadenken over moraal
- Ethiek streeft naar een vorm van objectieve geldigheid
- Geen kwestie van persoonlijke mening
, Verschil met wetenschap:
- Een verklaring of loutere beschrijving van fenomenen
- Onderzoek of er goede redenen zijn voor een norm
= vraag naar rechtvaardiging
HET FUNDERINGSPROBLEEM
Uit feiten geen normen
LOGISCHE KLOOF TUSSEN ZIJN EN BEHOREN (MOETEN) = is-ought fallacy
= Uit de constatering dat iets het geval is, volgt niet dat we iets moeten doen (of nalaten);
uit een feit kan niet zonder meer een norm worden afgeleid
= Uit een feit kan niet zonder meer een normatieve stellingname worden afgeleid
Ook wel bekend als de is-ought fallacy: dat iets zo is, wil nog niet zeggen dat het zo zou
moeten zijn (ought)
Geen geldige redenering!
Vlees eten veroorzaakt leed bij dieren → we mogen geen vlees eten
Volk woont al eeuwen hier → ze moeten hier blijven
➔ Dit zegt niet zozeer iets over hoe de wereld in elkaar zit, maar over hoe de wereld in
elkaar zou moeten zitten
➔ Niet geldig omdat het een feit constateert en uit een feit kan je geen norm leiden
TWEE VERREGAANDE IMPLICATIES:
1. Het hele wetenschappelijke instrumentarium van feiten, verklaringen, experimenteel
bewijs, etc. is niet bruikbaar in de ethiek.
2. De hele (exacte) wetenschap kan geen sluitend argument geven over hoe we ons leven
moeten leiden, enkel over hoe het is
Geen ultieme fundering
Om de redenering wel geldig te laten zijn, moeten we een extra argument gebruiken naast
het feitelijke argument.
Je mag dus niet enkel een feitelijk argument gebruiken; er is ook een normatief argument
nodig.