Kinderrechten en mensenrechten
Vermoedens van kindermishandeling: • Casus / feiten
actie maar uiterste zorgvuldigheid Ouders van meisje maken zich zorgen om blauwe plekken en
geboden! vragen na herhaald huisartsbezoek om verwijzing naar het
ziekenhuis. Kort voor het bezoek aan de kinderarts bezeert het
(M.A.K. and R.K. v. United Kingdom, meisje zich bij het fietsen tussen haar benen. Vader brengt meisje
EHRM 23 maart 2010, m.nt. M.R. naar kinderarts en wisselt af met moeder. In het uur dat geen vader
Bruning) en moeder aanwezig is, neemt arts bloed af, maakt foto’s en wordt
melding gemaakt van kindermishandeling. Dermatoloog wordt
geconsulteerd (na 4 dagen, op initiatief moeder) en constateert na
verloop van tijd dat het gaat om zeldzame ziekte die de plekken
veroorzaakt. In de tussentijd wordt het contact tussen vader en kind
beperkt.
• Rechtsvraag
Is het handelen van de professionals naar aanleiding van een
vermoeden van kindermishandeling (seksueel misbruik)
(buitenproportioneel en daarmee) in strijd met art. 8 EVRM?
• Juridisch kader
- Artikel 8 EVRM (recht op bescherming van privé- en gezin-
en familieleven) (artikel 3 EVRM..)
- Artikel 13 EVRM (recht op een effectief rechtsmiddel)
• Uitspraak van het EHRM
- T.a.v. de eerste beslissing (1) dat vader wordt
weggehouden van zijn kind, oordeelt het EHRM dat er een
schending is van artikel 8 EVRM, omdat er voor deze
maatregel geen wettelijke basis bestond [para. 64 en 65].
- T.a.v. de beslissing (2) van de kinderarts om vanwege de
blauwe plekken de kinderbeschermingsautoriteiten in te
schakelen oordeelt het EHRM dat deze beslissing
gerechtvaardigd was, toch oordeelt het EHRM een
schending van artikel 8 EVRM, omdat relatief laat (pas na
4 dagen) de expertise van de dermatoloog wordt
ingeroepen [zie para 66-74].
- T.a.v. de beslissing (3) van de kinderarts om het meisje te
onderzoeken nadat de vader het ziekenhuis had verlaten,
zonder zijn toestemming en zonder te wachten op zijn
echtgenote, oordeelt het EHRM dat de bloedafname en de
gemaakte foto’s niet dringend noodzakelijk waren, omdat er
geen sprake is van een kritieke toestand, zodoende oordeelt
het EHRM een schending van artikel 8 EVRM [para 75 –
80].
Association Innocence en Danger and • Casus / feiten
Association Enfance et Partage v. De klagende organisaties zijn kinderbeschermingsorganisaties die
France betrokken waren in een procedure tegen de ouders van M. M. is
overleden als gevolg van ernstige kindermishandeling door de
(EHRM 4 juni 2020, Press Release) ouders; deze zijn daarvoor tot 30 jaar gevangenisstraf veroordeeld.
Volgens de klagende organisaties zijn ook de nationale autoriteiten
tekortgeschoten in hun verplichtingen om M. te beschermen.
• Rechtsvraag
Is er sprake van een schending van art. 2 EVRM, art. 3 EVRM, art.
8 EVRM door de nationale autoriteiten?
1