Week 1
Interne data: vb. Osiris, deskundige
Externe data: vb. koppelen aan Google-data
Beschrijvende statistiek: gemiddelde, mediaan, modus steekproef
Toetsende statistiek: je gaat uitspraken doen op basis van de steekproef over de populatie
Marketing intelligence
Een marktonderzoek-systematiek die opgezet wordt om relevante, interne en externe informatie te
verzamelen en te analyseren. Doel is om accurater en/of met meer zekerheid bedrijfsbeslissingen te
kunnen nemen.
Bestaande data
Marktonderzoek
Vaak tijd specifieke en doelgerichte inzameling en analyse t.b.v. specifieke beleidsbeslissing/
informatienood.
Je hebt een vraag vooraf en daarop leg je een database aan
Datamining (marketing intelligence)
Op een ‘geautomatiseerde’ manier (m.b.v. software pakketten) patronen en relaties proberen te
ontdekken in grote hoeveelheden gegevens met als doel: a.d.h.v. de gevonden resultaten actie te
kunnen ondernemen.
RFM-analyse (marketing intelligence)
Recency - recent
Frequency - frequentie
Monetary value – geldelijke waarde
Meetniveaus
- Nominaal = geen volgorde
Vb. man / vrouw
- Ordinaal = wel volgorde
Vb. opleidingsniveau
- Metrisch = cijfers
Vb. leeftijd, inkomen
Spreidingsmaten
- Range
- Standaarddeviatie = gemiddelde afstand tot het gemiddelde (zegt iets over verdeling)
Centrummaten
- Modus = meest voorkomende
- Mediaan = middelste waarde
- Gemiddelde
Steekproef & populatie
- Steekproef moet representatief zijn voor de populatie
, Week 2
Analyseproces
1. Formuleer hypothesen
2. Bepaal het significantieniveau
3. Kies de geschikte analyse of toets
4. Bereken de statistische uitkomst
5. Bepaal o.b.v. je output het resultaat
6. Trek de juiste conclusie
1. Hypothese
Een hypothese is een veronderstelling of aanname waarvan je wilt onderzoeken/bewijzen of deze
klopt.
Alternatieve hypothese (H1)
Formuleer wat je werkelijk denkt dat er aan de hand is
- Er is een verband tussen deze twee variabelen of
- Er is een verschil tussen twee groepen
Nulhypothese (H0)
Het tegenovergestelde van de alternatieve hypothese
- Er is geen verband tussen deze twee variabelen of
- Er is geen verschil tussen twee groepen
2. Significantie
De significantie is de uitkomst van een statistische toets. Dit cijfer geeft aan hoe groot de kans is op
de onderzoeksuitkomsten als de nulhypothese waar is.
- De waarde van dit getal ligt altijd tussen de 0 en de 1. (= tussen de 0% en 100%)
Met hoeveel procent betrouwbaarheid wil je zeggen dat het verschil inderdaad niet toevallig is?
- Binnen marktonderzoek is dat meestal 95%
- In de wetenschap is dat vaker 99%
Wanneer de significantie (p-waarde):
- P <0,05: er is verband (H1) OF: er is een verschil (H1)
- P >0,05: er is geen verband (H0) OF: er is geen verschil (H0)
3. Het selecteren van een geschikte toets
De geschikte toets hangt af van:
- Het meetniveau van de variabelen
- Het aantal groepen binnen een variabele
- Groepen: het aantal groepen binnen een variabele.
Vb. geslacht heeft twee groepen: mannen en vrouwen. Als er ook een antwoordoptie
‘onbekend’ is, dan zijn er drie groepen.
Interne data: vb. Osiris, deskundige
Externe data: vb. koppelen aan Google-data
Beschrijvende statistiek: gemiddelde, mediaan, modus steekproef
Toetsende statistiek: je gaat uitspraken doen op basis van de steekproef over de populatie
Marketing intelligence
Een marktonderzoek-systematiek die opgezet wordt om relevante, interne en externe informatie te
verzamelen en te analyseren. Doel is om accurater en/of met meer zekerheid bedrijfsbeslissingen te
kunnen nemen.
Bestaande data
Marktonderzoek
Vaak tijd specifieke en doelgerichte inzameling en analyse t.b.v. specifieke beleidsbeslissing/
informatienood.
Je hebt een vraag vooraf en daarop leg je een database aan
Datamining (marketing intelligence)
Op een ‘geautomatiseerde’ manier (m.b.v. software pakketten) patronen en relaties proberen te
ontdekken in grote hoeveelheden gegevens met als doel: a.d.h.v. de gevonden resultaten actie te
kunnen ondernemen.
RFM-analyse (marketing intelligence)
Recency - recent
Frequency - frequentie
Monetary value – geldelijke waarde
Meetniveaus
- Nominaal = geen volgorde
Vb. man / vrouw
- Ordinaal = wel volgorde
Vb. opleidingsniveau
- Metrisch = cijfers
Vb. leeftijd, inkomen
Spreidingsmaten
- Range
- Standaarddeviatie = gemiddelde afstand tot het gemiddelde (zegt iets over verdeling)
Centrummaten
- Modus = meest voorkomende
- Mediaan = middelste waarde
- Gemiddelde
Steekproef & populatie
- Steekproef moet representatief zijn voor de populatie
, Week 2
Analyseproces
1. Formuleer hypothesen
2. Bepaal het significantieniveau
3. Kies de geschikte analyse of toets
4. Bereken de statistische uitkomst
5. Bepaal o.b.v. je output het resultaat
6. Trek de juiste conclusie
1. Hypothese
Een hypothese is een veronderstelling of aanname waarvan je wilt onderzoeken/bewijzen of deze
klopt.
Alternatieve hypothese (H1)
Formuleer wat je werkelijk denkt dat er aan de hand is
- Er is een verband tussen deze twee variabelen of
- Er is een verschil tussen twee groepen
Nulhypothese (H0)
Het tegenovergestelde van de alternatieve hypothese
- Er is geen verband tussen deze twee variabelen of
- Er is geen verschil tussen twee groepen
2. Significantie
De significantie is de uitkomst van een statistische toets. Dit cijfer geeft aan hoe groot de kans is op
de onderzoeksuitkomsten als de nulhypothese waar is.
- De waarde van dit getal ligt altijd tussen de 0 en de 1. (= tussen de 0% en 100%)
Met hoeveel procent betrouwbaarheid wil je zeggen dat het verschil inderdaad niet toevallig is?
- Binnen marktonderzoek is dat meestal 95%
- In de wetenschap is dat vaker 99%
Wanneer de significantie (p-waarde):
- P <0,05: er is verband (H1) OF: er is een verschil (H1)
- P >0,05: er is geen verband (H0) OF: er is geen verschil (H0)
3. Het selecteren van een geschikte toets
De geschikte toets hangt af van:
- Het meetniveau van de variabelen
- Het aantal groepen binnen een variabele
- Groepen: het aantal groepen binnen een variabele.
Vb. geslacht heeft twee groepen: mannen en vrouwen. Als er ook een antwoordoptie
‘onbekend’ is, dan zijn er drie groepen.