Opvoedingsondersteuning
Het ondersteunen van ouders bij de opvoeding, om een optimale ontwikkeling van de kinderen te
bevorderen.
Opvoedondersteuner
Een expert in opvoeden, kan goed luisteren en sluit met kleine beetjes extra kennis aan op wat de
ouder al doet, kan en wil.
Tools als professional
Visie, duidelijkheid naar de ouders toe, flexibiliteit, openheid, horizontale integratie (als je met een
gezin werkt), en er zijn meerdere hulpverleners bij betrokken heb je 1 gezin 1 plan), reflectie,
positieve feedback.
Opvoedvragen
Vragen vanuit ouders over de opvoeding.
Deze vragen zijn heel verschillend omdat elk kind uniek is en elke opvoedsituatie dan ook een proces
is wat voortdurend in beweging is en bij elk gezin anders is.
Niveaus waarop een opvoedvraag kan worden benaderd zijn: Micro (kind, ouder, gezin) + Meso
(sociale netwerk) + Macro (overheid +media). Verder zijn opvoedvragen vaak, tijdelijk, leeftijds- en
fase gebonden. Ze hangen vaak samen met het feit dat het kind nog niet toe is aan datgene wat de
ouder van hen verwacht.
3 aspecten van opvoeding
1. Cognitieve aspecten: opvoedingsdoelen en oriëntaties van ouders → welke doelen stellen zij
zichzelf? Welke eigenschappen willen zij overdragen naar hun kinderen?
Hieronder vallen ook de 5 fundamentele opvoeding oriëntaties:
- Autonomie
- Assertiviteit
- Sociaal gevoel
- Conformiteit
- Prestatie
Hierbij spelen informationele en waarderingssteun een grote rol.
2. Affectieve aspecten: de beleving van de ouders → zijn de ouders tevreden over hoe het
gaat? Ervaren ze veel stress? Denk ook aan de transitieperiode (geboorte eerste kind,
verhuizen enzovoorts). Hierbij spelen emotionele en waarderingssteun een grote rol.
3. Gedragsmatige aspecten: concrete strategieën van ouders bij het opvoeden→ welke
opvoedvaardigheden kennen ze en passen ze toe? Hierin is informationele steun van groot
belang. Dit moet wel aansluiten bij de waarderingssteun.
Perspectiefwisseling
Blik vooruit. Eerst ging je kijken naar wat eraan vooraf ging, dan ben je opvoedondersteuner als
expert. Nu ben je meer als een partner naar de ouder toe in plaats van de expert die alles weet.
, Preventie
Wanneer steun en advies in een vroeg stadium wordt aangeboden, zal dit eventuele ernstigere
problemen voorkomen.
Hulp doormiddel van het internet (opvoedvragen)
Dit kan informeel zijn maar ook formeel. Bepaalde sites die zijn gemaakt door doctoren vallen
bijvoorbeeld onder formele sites. Bepaalde online blogs waarin ouders met elkaar kunnen sparren
behoren tot de formele hulpbronnen.
Verstoorde netwerken
Wanneer de band met bijvoorbeeld je ouders niet zo goed is. Het onderhouden van contact is dan
namelijk een kwetsbaar en lastig proces.
Morele oordelen
Morele oordelen binnen families over opvoeden komen veel harder aan dan morele oordelen van
buitenstaanders. De meeste opvoeders zijn hun ouders vaak als belangrijke steun en toeverlaat in
het opvoeden.
Toch mag je als opvoedondersteuner er nooit zomaar vanuit gaan dat ‘’contact met familie hebben’’
meteen betekent dat zij ook daadwerkelijk informele steun bieden. Dit hangt af van de kwaliteit van
de relatie.
Gedwongen interventie
Hieronder valt bijvoorbeeld een uithuisplaatsing.
Hulpmoe
Sommige ouders zijn hulpmoe, ze zijn dan al zo vaak van het kastje naar de muur gestuurd dat ze
geen vertrouwen meer hebben in het ‘’hulpsysteem’’.
Belemmerende factoren
1. Vraagverlegenheid
Het terughoudend zijn in het stellen van een de ‘’hulpvraag’’.
2. Acceptatieschroom
Het terughoudend zijn in het accepteren van hulp die ze krijgen.
3. Handelingsverlegenheid/verplichtingsangst
Mensen willen wel helpen, maar bieden geen hulp uit angst zich te verplichten (dit wordt
daardoor dan ook wel verplichtingsangst genoemd).
4. Handelingsschroom
Je vind het lastig om in te grijpen, en om er iets van te zeggen, omdat de ouder dan ziet dat
er blijkbaar iets niet goed gaat.
Proto professionalisering
Ouders weten zelf al heel veel over opvoeden