Tentamen Aardrijkskunde Hoofdstuk 1 Systeem Aarde
(Vakinhoud)
De weg van zandkorrels begon diep in de aarde, waar ze door de hoge temperaturen geen
afzonderlijke korrels waren, maar magma, gesmolten gesteende. De druk in de aarde nam
langzaam toe, en op een gegeven moment was die zo groot dat het gesteende door een
vulkaankrater naar buiten spoot. Het belandde op de helling van de vulkaan. Afgekoeld vormde het
daar de zwarte bovenlaag. Het lag daar duizenden jaren. Af en toe kwam er een nieuwe laag lava
overheen. Door beweging in de aarde werd de bodem opgetild. De gesteentelagen werden
afgeschuurd en vielen in stukken uiteen. De steenbrokken werden meegenomen door een rivier, en
hotsend en botsend werden ze steeds kleiner, tot zandkorrels.
1.1 De aarde als systeem
De aarde bestaat uit 4 verschillende sferen die elkaar beïnvloeden:
- Atmosfeer: de luchtlaag rondom de aarde, waarin ook het weer (klimaat) plaatsvindt
- Lithosfeer: het buitenste deel van de aardkorst, met het reliëf, de bodem en de ondergrond
- Hydrosfeer: al het water op de aarde, waaronder het grondwater en het land- en drijfijs
└> (in vaste, vloeibare of gasvormige staat)
- Biosfeer: al het leven op aarde, waaronder mensen, planten en dieren
Het water, klimaat en bodem bepalen bijvoorbeeld welke plantengroei mogelijk is op een plaats.
Het reliëf heeft grote invloed op de temperatuur in de dampkring.
De sferen zorgen voor een samenhangend geheel: het systeem.
Dit systeem bestaat ook uit kringlopen:
- Waterkringloop: verplaatsen van water in een kringloop aangedreven energie van zon
└> Korte kringloop: water komt direct in de zee
└> Lange kringloop: water stroomt met een (verschillende) omweg(en) terug naar zee
Water wordt een tijdje opgeslagen als grondwater.
- Gesteente kringloop: proces van vaste stoffen in aardkost, die door geologische
processen telkens afgebroken en omgevormd worden tot een ander soort gesteente:
+ Sedimentgesteente: gesteente dat is ontstaan door het verkitten van
afzettingslagen
+ Stollingsgesteente: gesteente dat is ontstaan door het stollen van magma
+ Metamorf gesteente: gesteente dat is ontstaan door een gedaanteverwisseling
van stollings- of sedimentgesteente, onder invloed van hoge druk of
temperatuur.
Deze kringlopen bevinden zich geheel in de hydrosfeer en de lithosfeer.
- Koolstofkringloop: proces van het verplaatsen van koolstof (In alle sferen aanwezig)
Planten (Biosfeer) nemen koolstof op uit atmosfeer en zetten dit om in suikers. Fossiele planten
vormen steenkool. CO2 na verbranding weer in atmosfeer.
1
, 1.2 Plaatsbepaling op aarde
Om een plek op aarde te bepalen kun je gebruik maken van:
- Relatieve ligging: plaatsbepaling op basis van ligging ten opzichte van een ander
geografisch verschijnsel
Hengelo ligt ten noordwesten van Enschede
- Absolute ligging: plaatsbepaling op basis van geografisch coördinatenstelsel; ten opzichte
van evenaar en nulmeridiaan.
De evenaar ligt precies tussen de noordpool (noordelijk halfrond) en de zuidpool. (zuidelijk
halfrond)
- Breedteligging: de afstand van de evenaar tot een bepaald punt Vb. Noordpool, 90о NB,
Zuidpool 90о ZB
- Lengteligging: aangeven hoe oostelijk of westelijk een plaats ligt ten opzichte van
nulmeridiaan.
- Afstand:
+ Absolute afstand: afstand hemelsbreed uitgedrukt in meters of kilometers (rechte pijn
van punt tot punt)
+
Relatieve afstand: afstand uitgedrukt in tijd, moeite, geld of daadwerkelijk af te leggen
kilometers.
1.3 De aarde in het zonnestelsel
De aarde is een planeet: een hemellichaam dat draait rond een (lichtgevende) ster
Zonnestelsel: het geheel van de zon, planeten, manen en andere hemellichamen waarvan de
aarde deel uitmaakt
Manieren waarop de bewegingen in het zonnestelsel merkbaar zijn op aarde:
- Aardrotatie: de tocht van de aarde rond haar eigen as. Dit gebeurt in 23 uur daarom
dag en nacht
- De draait in een jaar een cirkel rond de zon; aardbaan. Maar de aardas staat een beetje
scheef ten opzichte van de zon, hierdoor vallen de zonnestralen niet altijd loodrecht op de
evenaar. Door die schuine stand is er op hoge gebieden een groot verschil in dag en nacht.
(Midzomernacht en Poolnacht)
2
(Vakinhoud)
De weg van zandkorrels begon diep in de aarde, waar ze door de hoge temperaturen geen
afzonderlijke korrels waren, maar magma, gesmolten gesteende. De druk in de aarde nam
langzaam toe, en op een gegeven moment was die zo groot dat het gesteende door een
vulkaankrater naar buiten spoot. Het belandde op de helling van de vulkaan. Afgekoeld vormde het
daar de zwarte bovenlaag. Het lag daar duizenden jaren. Af en toe kwam er een nieuwe laag lava
overheen. Door beweging in de aarde werd de bodem opgetild. De gesteentelagen werden
afgeschuurd en vielen in stukken uiteen. De steenbrokken werden meegenomen door een rivier, en
hotsend en botsend werden ze steeds kleiner, tot zandkorrels.
1.1 De aarde als systeem
De aarde bestaat uit 4 verschillende sferen die elkaar beïnvloeden:
- Atmosfeer: de luchtlaag rondom de aarde, waarin ook het weer (klimaat) plaatsvindt
- Lithosfeer: het buitenste deel van de aardkorst, met het reliëf, de bodem en de ondergrond
- Hydrosfeer: al het water op de aarde, waaronder het grondwater en het land- en drijfijs
└> (in vaste, vloeibare of gasvormige staat)
- Biosfeer: al het leven op aarde, waaronder mensen, planten en dieren
Het water, klimaat en bodem bepalen bijvoorbeeld welke plantengroei mogelijk is op een plaats.
Het reliëf heeft grote invloed op de temperatuur in de dampkring.
De sferen zorgen voor een samenhangend geheel: het systeem.
Dit systeem bestaat ook uit kringlopen:
- Waterkringloop: verplaatsen van water in een kringloop aangedreven energie van zon
└> Korte kringloop: water komt direct in de zee
└> Lange kringloop: water stroomt met een (verschillende) omweg(en) terug naar zee
Water wordt een tijdje opgeslagen als grondwater.
- Gesteente kringloop: proces van vaste stoffen in aardkost, die door geologische
processen telkens afgebroken en omgevormd worden tot een ander soort gesteente:
+ Sedimentgesteente: gesteente dat is ontstaan door het verkitten van
afzettingslagen
+ Stollingsgesteente: gesteente dat is ontstaan door het stollen van magma
+ Metamorf gesteente: gesteente dat is ontstaan door een gedaanteverwisseling
van stollings- of sedimentgesteente, onder invloed van hoge druk of
temperatuur.
Deze kringlopen bevinden zich geheel in de hydrosfeer en de lithosfeer.
- Koolstofkringloop: proces van het verplaatsen van koolstof (In alle sferen aanwezig)
Planten (Biosfeer) nemen koolstof op uit atmosfeer en zetten dit om in suikers. Fossiele planten
vormen steenkool. CO2 na verbranding weer in atmosfeer.
1
, 1.2 Plaatsbepaling op aarde
Om een plek op aarde te bepalen kun je gebruik maken van:
- Relatieve ligging: plaatsbepaling op basis van ligging ten opzichte van een ander
geografisch verschijnsel
Hengelo ligt ten noordwesten van Enschede
- Absolute ligging: plaatsbepaling op basis van geografisch coördinatenstelsel; ten opzichte
van evenaar en nulmeridiaan.
De evenaar ligt precies tussen de noordpool (noordelijk halfrond) en de zuidpool. (zuidelijk
halfrond)
- Breedteligging: de afstand van de evenaar tot een bepaald punt Vb. Noordpool, 90о NB,
Zuidpool 90о ZB
- Lengteligging: aangeven hoe oostelijk of westelijk een plaats ligt ten opzichte van
nulmeridiaan.
- Afstand:
+ Absolute afstand: afstand hemelsbreed uitgedrukt in meters of kilometers (rechte pijn
van punt tot punt)
+
Relatieve afstand: afstand uitgedrukt in tijd, moeite, geld of daadwerkelijk af te leggen
kilometers.
1.3 De aarde in het zonnestelsel
De aarde is een planeet: een hemellichaam dat draait rond een (lichtgevende) ster
Zonnestelsel: het geheel van de zon, planeten, manen en andere hemellichamen waarvan de
aarde deel uitmaakt
Manieren waarop de bewegingen in het zonnestelsel merkbaar zijn op aarde:
- Aardrotatie: de tocht van de aarde rond haar eigen as. Dit gebeurt in 23 uur daarom
dag en nacht
- De draait in een jaar een cirkel rond de zon; aardbaan. Maar de aardas staat een beetje
scheef ten opzichte van de zon, hierdoor vallen de zonnestralen niet altijd loodrecht op de
evenaar. Door die schuine stand is er op hoge gebieden een groot verschil in dag en nacht.
(Midzomernacht en Poolnacht)
2