BML-research, thema 1, natuurkunde 1, hoofdstukken 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8,
9.
Hoofdstuk 1, wat is licht?
Licht bestaat uit een deeltje (foton) en uit een golfverschijnsel. Het heeft dus een
dualistisch karakter.
Het verschijnsel dat licht in de verschillende kleuren bestaat wordt wel dispersie of
kleurschifting genoemd.
De golven van licht breiden zich uit met een bepaalde snelheid (v).
De lichtgolven hebben nog meer eigenschappen: golflengte, amplitude en frequentie
Golflengte = de lengte van 1 hele golf.
Amplitude = maximale hoogte van een golf gerekend vanaf de evenwichtsrand.
Frequentie = aantal trillingen per seconden gemeten in hertz.
Er wordt
van golven
gesproken als de trillingen zich uitbreiden.
Geluid heeft ook golven, mechanische golven. Hier doen luchtmoleculen mee aan een
trilling.
De snelheid van geluid is ongeveer 340 m/s.
Er is een formule voor:
Lichtgolven zijn elektromagnetische golven (EM).
Elektromagnetische golven zijn golven waarin energie zich uitbreidt met een snelheid
van 3,00 * 108.
De soorten straling in het elektromagnetisch spectrum onderscheiden zich door hun
golflengte.
Zichtbaar licht heeft een golflengte tussen de 400 nm en 700 nm. (1 nanometer =
1*10-9 m).
Rood 700-650 nm.
Oranje 650-600 nm.
Geel 600-550 nm.
Groen 550-500 nm.
Blauw 500-450 nm.
Violet (paars) 450-400 nm.
, Hoofdstuk 2, de bolle lens en het oog.
In vacuüm heeft licht een snelheid van 3,00 * 10 8 m/s, in glas heeft licht een kleinere
snelheid.
Het glas zorgt ervoor dat het licht van richting veranderd.
Wanneer een stof licht kan vertragen heet het de brekingsindex (n).
De brekingsindex van een stof is een getal dat aangeeft
hoe sterk licht door die stof gebroken kan worden.
nlucht = 1,00
nwater = 1,33
Als de snelheid kleiner wordt van het licht, word de golflengte ook kleiner. De
frequentie blijft gelijk.
De overgang van lucht naar glas wordt breking genoemd.
Lage brekingsindex naar een hoge brekingsindex, breek
het licht naar de normaal toe.
Hoge brekingsindex naar een lage brekingsindex, breekt
het licht naar de normaal af.
Als je de lens bol slijpt dan kan je licht
bundelen naar 1 punt.
Als het lucht loodrecht op de bolle lens valt dan wordt het licht geconvergeerd in het
brandpunt.
De afstand van de lens tot het brandpunt wordt de brandpuntsafstand genoemd.
Hoe boller de lens hoe korter de brandpuntsafstand.
Een bolle lens bezit zowel aan de voor als aan de achterzijde een brandpunt.
Je kan berekenen wat de brandpuntsafstand is van de lens.
Om een beeldvorming te kunnen teken heb je
drie hoofdstralen
Een evenwijdig aan de hoofdas, die na de hoofdas wordt afgebogen door het
brandpunt.
Een straal, recht door het optische middelpunt. Deze lichtstraal wordt niet
gebroken.