LES 1: WAT IS BESTUURSKUNDE?
Bestuurskunde = inrichting en werking van de overheid. Bestuurskunde gaat over het openbaar
bestuur, de overheid en de verdeling van middelen en bevoegdheden over de samenleving.
Democratische driehoek = de wederzijdse afhankelijkheid van alle partijen
Overheid
Maatschappelijke
Individu
Organisaties
Waarom BSK en IVK bij elkaar horen = De overheid is verantwoordelijk voor alle veiligheidsregels,
controleert deze regels, onderneemt actie als de regels worden overtreden en past de regels aan als
de oude regels niet meer goed zijn. De overheid bepaalt dus wat veilig is en wat niet d.m.v. regels.
Deze regels worden wetten genoemd. Bij BSK concentreren we ons nu op veiligheid in de
(semi)openbare ruimte sociale veiligheid. (Bv. Hangjongeren, leefbaarheid in een wijk)
Volksvertegenwoordiging = Tweede Kamer, Provinciale staten en Gemeenteraad stelt de regels en
wetten op en controleert deze. Iedereen mag zich verkiesbaar stellen als volksvertegenwoordiger in
Nederland.
Bestuur = Regering, Gedeputeerde staten en College B&W voert de regels uit en hebben toezicht op
de naleving ervan.
Algemeen bestuur Dagelijks bestuur
Rijk 1e en 2de kamer Kabinet
Provincie Provinciale staten Gedeputeerde staten
Gemeente Gemeente raad Burgemeester en Wethouders
De overheid bestaat niet = De overheid bestaat niet uit een organisatie en het is vaak moeilijk te
bepalen wat wel en wat geen overheid is. De overheid is een verzameling van meerdere partijen en
organisaties.
Manieren om te bepalen wat overheid is:
1. Partijen die juridisch gezien tot het publieke worden gerekend (Bv. Rijk, provincie, gemeente
en waterschap)
2. Organisaties met publieke bevoegdheden (Bv. DUO en NS Service)
3. Organisaties die inkomsten verkrijgen uit publieke middelen (belastingen) (Bv. Scholen en
zorgverzekeraars)
4. Organisaties die een publieke taak vervullen (Bv. OV en woningcorporatie)
5. Organisaties die vanuit het algemeen belang handelen
, LES 2: DEMOCRATIE EN RECHTSSTAAT
Nederland = Parlementaire democratie (Democratische rechtsstaat), omdat de burgers stemmen op
volksvertegenwoordigers in het parlement (Eerste en Tweede Kamer). Hierdoor voeren wij indirect
invloed uit op het beleid.
Democratie = Demos (volk) en Kratein (heersen/regeren) dus letterlijk ‘volksheerschappij’, is een
model om een land te besturen.
Nederland is een indirecte democratie = Wij laten ons vertegenwoordigen door mensen waar we op
stemmen. Zij discussiëren en nemen besluiten namens de burger, de invloed van burgers is dus
indirect. Wij kiezen:
1. Tweede Kamerleden (op nationaal niveau)
2. Provinciale statenleden (op provinciaal/regionaal niveau)
3. Gemeenteraadsleden (op lokaal niveau)
4. Waterschapbesturen
Staat = Ieder land die voldoet aan de volgende criteria:
1. Er is sprake van een specifiek grondgebied (Nederland wordt begrensd door Belgie, Duitsland
en de Noordzee)
2. Er is een bevolking
3. Er is een wettelijke ordening (grondwet)
4. De staat wordt erkent door andere staten (Bv. door de VN)
Rechtsstaat = Een staat die onderworpen is aan de regels van het recht. Kenmerken van een
rechtsstaat zijn:
1. Legaliteitsbeginsel = overheid moet zich altijd aan de wet houden
2. Trias politica = machtenscheiding (uitvoerende, wetgevende en rechtsprekende macht)
3. Vrije en geheime verkiezingen = anonimiteit tijdens stemmen
4. Grondrechten
5. Vrije en onafhankelijke media
Trias politica = Scheiding der machten, de machten controleren elkaars functioneren. In Nederland
hebben we drie machten:
1. Rechtsprekende macht (OM en rechters)
2. Wetgevende macht (Het parlement)
3. Uitvoerende macht (De regering)
Geen zuivere scheiding in Nederland, omdat de regering zich ook bemoeid met de wetgevende
macht.
Spanningen democratie en rechtsstaat = Democratie gaat uit van de wil van het volk, terwijl de
rechtsstaat uitgaat van de wetten en regels van het recht. Dit komt niet altijd overeen. Werken in het
openbaar bestuur is dan ook moeilijk, omdat er constant afwegingen moeten worden gemaakt.
Namelijk:
1. Wat wil het volk (responsief bestuur)
2. Wat is wettelijk toegestaan (rechtmatig bestuur)
3. Er moeten resultaten behaald worden (doelmatig bestuur)