Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Onderzoeksmethodologie Bachelor en Premaster Orthopedagogiek

Beoordeling
-
Verkocht
2
Pagina's
77
Geüpload op
29-10-2020
Geschreven in
2020/2021

Samenvatting onderzoeksmethodologie Universiteit van Amsterdam (UvA). Bachelor en premaster (forensische) orthopedagogiek. Inclusief vraag en antwoord van tussentijdse toetsen en oefententamen.

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting onderzoeksmethodologie

HC1
Verwerven van kennis:
- Beschrijven, ordenen, registreren, begrijpen, verklaren
- Voorspellen, beheersen/beïnvloeden

Positivisme:
- Wetenschapsfilosofische stroming
- Alle kennis dienst empirisch gefundeerd te zijn
- De sociale wereld kan net als natuurlijke wereld bestudeerd worden
- Nadruk op voorspellen en ingrijpen (itt beschrijven)
- Volgde op metafysica (niet toetsbaar aan werkelijkheid)

Constructivisme:
- Wetenschapsfilosofische stroming
- Perspectief deelnemer centraal
- Theorievorming tijdens data verzamelen
- Streven naar causale wetten misleidend
- Nadruk voorspellen en controle beperkt wetenschap
- Andere kritiek op positivisme:
o Determinisme, miskent vrije wil en alternatieve realiteit
o Reductionisme, simplificeert te veel, reduceert de mens tot een getal
o Egocentrisch, onderzoeker gaat uit van zichzelf
o Ontmenselijkt, een deeltje in het onderzoek van een natuurkundige voelen
o Overduidelijk en onnauwkeurig

Gangbare wetenschapsopvatting neemt kritiek serieus:
- Erkennen waarden van onderzoeker
- Respecteren van deelnemers
- Nadruk op situationele factoren
- Diverse perspectieven, niet elke deelnemer is hetzelfde
- Toepasbaarheid in echte wereld en effect van onderzoeker
- Mixed methods: complementaire methoden, combineren, vanuit verschillende
perspectieven naar de wereld kijken zodat je een beter beeld krijgt

Waarden in sociaalwetenschappelijk onderzoek
- Belangrijker dan bij natuurwetenschappen
- Verschillende perspectieven
- Bestaat objectieve wetenschap?
- Onderzoekers hebben waarden en perspectieven
- Interpretatie, verwachtingen, keuze van onderwerp
- Waardediscussie lastig wetenschappelijk te beslechten
- Perspectief zit in de weg: evaluatie bewijs hangt ervan af

Publieke aandacht voor onderzoek
- Onderzoek naar mensen trekt aandacht
- Bepaalde onderwerpen trekken meer aandacht
- Framing van vraagstelling bepaalt mede aandacht
- Implicaties van maatschappij, personen en groepen

, - Onderzoekers vereenzelvigd met onderzoeksresultaten (covariation principle), als je
onderzoek doet naar homo- en heteroseksuele mensen, dan hoor jij daar bij en als er dingen
uitkomen die mensen niet prettig vinden dan ben jij daar de oorzaak van.
- Voorzichtigheid is dus geboden

Negatieve aandacht voor onderzoek
- Rind et al (1998) effecten seksueel misbruik
- Loftus’ onderzoek naar false memories en getuigenverklaringen
- In NL hetze tegen criminoloog Wouter Buikhuisen (1978)
- Gevolgen voor personen en onderzoeksgebieden (subsidies)

Sociale wetenschappen meer omstreden
- Publiek heeft veel ervaring met onderwerp
- Putten uit eigen (beperkte) ervaring
- Methoden ogen gewoontjes (vragen stellen, observeren)
- Onderwerp vaak persoonlijk en politiek gevoelig

Overeenkomsten informele observatie
- Vermoedens en hypothesen andermans gedrag
- We willengedrag verklaren en bepalen of verklaring juist is

Naïeve hypothesen en theorieën (om ze te onderscheiden van wetenschappelijke hypothesen)
- Onze dagelijkse gevolgtrekkingen lijken op wetenschap
- Waarnemen-proberen-resultaat-evalueren
- Specifiek ideeën over sociale verschijnselen en gedrag
- Bruikbaar om doelen te bereiken
- Construct: abstract concept wat we willen vatten
- Meestal geen fysieke aard
- Operationele definitie
- Hypothese: een falsificeerbare stelling over relatie twee of meer constructen
- Causale verbanden: oorzaak en gevolg
- Theorie: set gerelateerde hypothesen
- Theorie bevat vaak logische stelling
- Bevat soms voorwaarden (qualifying conditions)  dat het bijvoorbeeld alleen geldt voor
een bepaalde subgroep
- Vertrouwen in theorie bepaald door zwakste schakel

Hulpbronnen voor naïve hypothesen
1. Logische analyse
Theorie vaak in vorm Syllogisme: redenering bestaande uit drie proposities
1. Als een kind speelgoed heeft, is het gelukkig (premisse 1)
2. Als een kind gelukkig is, heeft het weinig snoeplust (premisse 2)
3. (daar volgt dan dus uit) Als een kind speelgoed heeft, heeft het weinig snoeplust
(conclusie)
- Logisch redeneren vaak lastig (Kahneman)
- Inconsistenties en bias
2. Autoriteit
Consulteren expert
Werkelijk expert? Wie is nou eigenlijk de expert?
Schijn van expertise
Onenigheid onder experts
Waarden bepalen keuze expert

, Experts niet onafhankelijk
Inconsistenties en bias
Niet achter verschuilen, je wil niet dat autoriteit bepaalt wat de uitkomst is.
3. Consensus
Afstemmen met gelijken
Zelfde bias en vervorming autoriteit
Groepsdenken: streven naar harmonie in groep
4. Observatie
- Hypothese vergelijken met observatie van gedrag
- Valkuilen:
o Construct anders opgevat (bijv. hypothese en observatie)
o Causale richting moeilijk te bepalen
o Selecte groep: hoeft niet op te gaan in algemeen
o We zoeken vooral bevestiging, niet ontkrachting
5. Eerdere ervaringen
- Putten vaak uit ons verleden
- Zelfde problemen als bij observatie
- Geheugen al ingericht volgens theorieën en hypothesen
- Onthouden makkelijker als in plaatje past
- Lastiger om te ontkrachten

Bias = onjuistheid (vooroordeel, verkeerde inschatting)

Verschillen informele observatie
- Grootste verschil: alertheid biased conclusies
- Zelfbewust en werk kritisch beoordelen door andere wetenschappers (strenger)
- Systematisch bias voorkomen en gebruik (systematische) gevestigde methoden
- Altijd gebaseerd op empirisch onderzoek
- Vertrouwen als niet weerlegd en veel verklarende kracht
- Overdraagbare (itt persoonlijke) kennis (waar de mensheid wat aan heeft)
- Streven naar waarheid
- Grotere zekerheden
- Empirische criteria
- Sleutelrol voorspellen
- Algemene samenhangen
- Theorieën

Selectie van problemen
- Algemeenheid (voor de mensheid, niet voor een persoon)
- Beantwoordbaarheid (het moet wel mogelijk zijn te onderzoeken)
- Theoretisch belang (bijv. wat je al aan theorie hebt gebruiken voor vervolgonderzoek)
- Praktisch/maatschappelijk belang (geld aanvragen)

Operationisme
- Meer nadruk op samenhang observaties en construct
- Operationisme: constructen kunnen worden gemeten of geobserveerd
- Niet noodzakelijk perfect

Het ‘hoe’ van de wetenschap
- Uitwisseling van kritiek: normen voor wetenschap
- Regels voor onderzoeken: methodologie

, - Regels voor denken: logica
- Methodologie en logica ook descriptief: beschrijven, vergelijken, etc. Je kunt dus ook
onderzoek doen naar onderzoeksmethodologie, hoe doe je goed onderzoek

Relatie bewijs en hypothesen
- Hypothese nooit ‘bewezen’ (of ‘accepteren’), mogelijk bias of toeval
- Wel ‘empirisch bewijs voor’ (ondersteuning)
- Als theorie X waar is, zou je relatie Y verwachten
- Niet: we zien relatie Y dus X is waar
- Wel: geen relatie Y is bewijs tegen X (‘verwerpen’)
- Je kunt dus wel verwerpen, niet accepteren
- Goede hypothese = herhaaldelijk ondersteund en veel verklarende kracht
- Spaarzaamheid (‘Parsinomy’) = een kleine theorie voorspelt net zo goed als een
uitgebreidere theorie, deze prefereer je omdat dit gewoon de wereld makkelijker beschrijft
- Replicatie (om toeval uit te sluiten)
- Objectiviteit, vaarheid in onderzoeken en redeneren
- Eerlijkheid, openheid betoog

Kritische review
- Aanbieden bij blad, editor zoekt reviewers
- Kritische evaluatie: bias en alternatieve verklaringen
- Vaak streng en langdurig
- Kwalitatieve verschillen tussen bladen
- Het ‘forum’ (groep van deskundige wetenschappers)
o Beslissingen door kundige wetenschapsbeoefenaars
o In plaats en tijd verspreid

Wetenschapper blijft mens
- Drijfveren
- Druk tot publiceren
- ‘schoorsteen moet roken’
- Zelfcorrectie door gemeenschap

Empirische cyclus (standaardbeeld)
1. Observatie, je vindt iets in de werkelijkheid
 Inductie  ideeën opdoen, van het bijzondere idee naar het algemene idee
2. Onderzoekshypothese
 Deductie  implicaties, weer van het algemene naar het specifieke idee, naar de data
die je gaat verzamelen
3. Voorspelling
 Toetsing  of de data past bij wat je denkt
4. Resultaten
 Evaluatie  of je theorie stand houdt of niet
5. Observatie
6. Etc.

Gekoppeld boek

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
29 oktober 2020
Aantal pagina's
77
Geschreven in
2020/2021
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$7.18
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
rowanverhoef
4.0
(1)

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
rowanverhoef Universiteit van Amsterdam
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
3
Lid sinds
6 jaar
Aantal volgers
2
Documenten
8
Laatst verkocht
1 jaar geleden

4.0

1 beoordelingen

5
0
4
1
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen