1. Inleiding
De les behandelt drie vragen over voeding:
- Wat eten we?
- Wanneer eten we?
- Wat zouden we moeten eten om gezond te blijven?
De Gezondheidsraad formuleert de Richtlijnen Goede Voeding, die door het Voedingscentrum zijn
vertaald naar de Schijf van Vijf. Dit model biedt praktische handvatten voor een gezond
voedingspatroon, ondanks uitdagingen zoals:
• Overgewicht en gerelateerde ziekten door ongezonde eetpatronen.
• Culturele en persoonlijke voorkeuren.
• Bewaar- en bereidingsmethoden die de kwaliteit beïnvloeden.
• Afstemming van voeding op gewicht, levensfase en behoeften.
2. Voedingspatronen
2.1 Het Nederlandse voedingspatroon
De definitie van een voedingspatroon is: de manier waarop een individu, groep of geheel volk zich
voedt. Een voedingspatroon geeft aan wat wanneer door wie en waar wordt gegeten. Het
traditionele Nederlandse patroon bestaat uit:
• Hoofdmaaltijden:
o Ontbijt: Broodmaaltijden met boter en beleg, of ontbijtproducten zoals yoghurt of
muesli.
o Lunch: Vaak vergelijkbaar met ontbijt.
o Avondeten: Aardappelen, groente en vlees (AGV), met vervangers zoals rijst, pasta of
wraps.
• Tussendoortjes: Drie per dag, zoals fruit, crackers, of snacks.
Trends: Meer consumptie van suiker, zout en vetten leidt tot welvaartsziekten. Globalisering brengt
diversiteit in het aanbod, zoals buitenlandse gerechten en biologische producten. Daarnaast neemt
individualisering van eetmomenten en "grazen" (frequent snacken) toe.
,2.2 Alternatieve voedingspatronen
Alternatieve patronen richten zich op duurzaamheid, ethiek en gezondheid:
• Vegetarisme: Geen vlees. Varianten:
o Lactovegetariër: Wel zuivel.
o Lacto-ovovegetariër: Wel zuivel en eieren.
o Pescotariër: Wel vis.
o Flexitariër: Regelmatig vleesvrij.
• Veganisme: Vermijdt alle dierlijke producten, inclusief honing en leer. Let op voldoende
eiwitten, ijzer en vitamine B12.
• Macrobiotiek: Gebaseerd op yin-yangbalans; veel volle granen, groenten en peulvruchten,
met vermijding van suiker en bewerkte producten.
Voordelen zijn meer vezels en plantaardige voeding; nadelen zijn risico’s op tekorten, vooral bij
kinderen en ouderen.
2.3 Religieuze voedingspatronen
• Islam: Een broodmaaltijd en twee warme maaltijden. Geen varkensvlees of alcohol, vlees
moet halal zijn, en vasten tijdens ramadan.
• Hindoeïsme: Een broodmaaltijd en twee warme maaltijden. Geen rundvlees, soms volledig
vegetarisch. Tijdens vasten wordt zoutloos, ongekruid voedsel gegeten.
3. Richtlijnen Goede Voeding
Opgesteld in 2015 door de Gezondheidsraad om chronische ziekten te voorkomen. Kernpunten zijn:
• Meer plantaardig, minder dierlijk eten: Groenten, fruit, volkorenproducten, noten,
peulvruchten.
• Minder bewerkt voedsel: Vleeswaren, suikerhoudende dranken, zout en alcohol.
Aanbevelingen:
• Dagelijks: 200 gram groente, 200 gram fruit, 90 gram volkorenproducten, 15 gram noten,
enkele porties zuivel, 3 koppen thee.
• Wekelijks: Peulvruchten en vette vis.
• Gebruik van supplementen is niet nodig, behalve voor specifieke groepen mensen met een
suppletieadvies.
, 4. De Schijf van Vijf
De Schijf van Vijf bestaat uit vijf groepen:
1. Groente en fruit.
2. Smeer- en bereidingsvetten.
3. Zuivel, noten, vis, peulvruchten, vlees en ei.
4. Brood, graanproducten en aardappelen.
5. Dranken (minstens 1,5-2 liter water of thee per dag).
Principes:
• Dagelijkse variatie binnen productgroepen voor maximale gezondheidsvoordelen.
• Beperk ongezonde producten zoals bewerkt vlees, suikerhoudende dranken en witbrood.
5. Voedingsmiddelen buiten de Schijf van Vijf
Deze voedingsmiddelen (zoals snoep, koekjes en snacks) zijn niet verboden, maar moeten beperkt
worden:
• Dagelijks: 3-5 kleine porties (bijv. zoet beleg, koekje).
• Wekelijks: Maximaal 3 grotere porties (bijv. Witte pasta, suiker- en vetrijke toetjes).
6. Aanbevolen Dagelijkse Hoeveelheden (ADH)
De ADH varieert per leeftijd en geslacht en geeft richtlijnen voor voldoende inname van essentiële
voedingsstoffen zoals eiwitten, vitamines en mineralen.