1.1 Inleiding
Deze les behandelt de relatie tussen voeding, leefstijl en veelvoorkomende
gezondheidsproblemen. Ongezonde voedingspatronen, gekenmerkt door een overmaat
aan vet, zout en suiker, vergroten het risico op aandoeningen zoals hart- en vaatziekten,
diabetes type 2, verhoogd cholesterol en bepaalde soorten kanker. Verder richt de les
zich op voedselintoleranties, allergieën en psychiatrische eetstoornissen.
1.2 Metaboolsyndroom
Metaboolsyndroom is een stofwisselingsaandoening die vaak voorkomt bij mensen met
overgewicht. Het wordt gekenmerkt door:
• Verstoorde bloedsuikerwaarden.
• Hypertensie (hoge bloeddruk).
• Verstoorde cholesterolwaarden.
• Verhoogde triglyceriden.
• Overtollig visceraal vet (buikvet).
Visceraal vet speelt een actieve rol in het verhogen van insulineresistentie en het risico
op hart- en vaatziekten. Dit syndroom wordt vaak veroorzaakt door een disbalans
tussen voedselopname en lichamelijke activiteit. Preventie richt zich op
gewichtsverlies, met name van buikvet, door gezonde voeding en voldoende beweging.
Medicatie die vetopname beperkt, brengt vaak complicaties met zich mee.
1.3 Hoge bloeddruk (Hypertensie)
Hoge bloeddruk ontstaat vaak geleidelijk en blijft lange tijd symptoomloos. Factoren
zoals erfelijkheid, overgewicht, slechte voeding, roken en stress spelen een rol.
Symptomen bij ernstige of onbehandelde hypertensie kunnen zijn: Hoofdpijn,
vermoeidheid, kortademigheid en wazig zien.
Diagnose en behandeling: De bloeddruk wordt gemeten met een bovendruk
(systolisch) en onderdruk (diastolisch). Een gezonde bloeddruk ligt rond 120/80 mmHg.
,Verhogingen boven 140/90 mmHg worden als hypertensie beschouwd. Behandeling
richt zich op:
• Zoutarme en gezonde voeding.
• Dagelijkse beweging van minstens 30 minuten.
• Stressmanagement en stoppen met roken.
• Beperken van alcoholconsumptie.
1.4 Hypercholesterolemie
Hypercholesterolemie is een verhoogd cholesterolgehalte in het bloed, wat kan leiden
tot arteriosclerose (vernauwing van de aderen) en hart- en vaatziekten. Belangrijke
soorten cholesterol:
• Totaalcholesterol: LDL + HDL (+ Triglyceriden) -> moet lager dan 5 zijn
• LDL ("slecht"): Neigt zich op te hopen in bloedvaten.
• HDL ("goed"): Verwijdert overtollig cholesterol uit het bloed.
• Triglyceriden: Vetgehalte in het bloed over langere tijd gemeten, beïnvloed door
dieettrouw.
• Cholesterolratio: (HDL + LDL) / HDL -> moet lager dan 5 zijn
Oorzaken:
• Ongezonde voeding (te veel verzadigde vetten).
• Overgewicht en inactiviteit.
• Erfelijkheid en aandoeningen zoals diabetes.
Behandeling:
• Aanpassing van voeding met meer onverzadigde vetten.
• Statines of natuurlijke plantensterolen.
• Regelmatige lichaamsbeweging.
, 1.5 Diabetes Mellitus
Diabetes wordt gekenmerkt door een onvermogen van het lichaam om
bloedsuikerspiegels in balans te houden.
Type 1 (insulineafhankelijke diabetes):
• Auto-immuunziekte waarbij het lichaam geen insuline produceert.
• Komt vaak voor op jonge leeftijd.
• Behandeling: dagelijkse insuline-injecties.
Type 2 (niet-insulineafhankelijke diabetes):
• Meest voorkomende vorm, vaak gekoppeld aan overgewicht en ouderdom.
• Het lichaam reageert niet goed op insuline (insulineresistentie).
• Symptomen: frequent plassen, dorst, gewichtsverlies, vermoeidheid.
• Preventie: gezonde voeding, voldoende beweging, gewichtsbeheersing.
Complicaties: Langdurig onbehandelde diabetes kan leiden tot hart- en vaatziekten,
nierfalen, zenuwschade en slecht zicht.
1.6 Voedselintoleranties en -allergieën
Voedselallergie: Een abnormale immuunreactie op allergenen (bijvoorbeeld noten,
melk, soja). Symptomen kunnen variëren van huiduitslag tot ernstige anafylactische
shock. Diagnostiek gebeurt via bloedonderzoek en eliminatiediëten.
Voedselintolerantie: Niet-immuun gerelateerde reactie veroorzaakt door:
• Tekort aan enzymen (bijvoorbeeld lactase bij lactose-intolerantie).
• Tekort aan transporteiwitten (zoals bij fructose-intolerantie).
• Additieven (zoals sulfiet).
Bekende aandoeningen:
• Coeliakie (glutenintolerantie): Een auto-immuunziekte waarbij gluten de
darmwand beschadigen.
• Lactose-intolerantie: Gebrek aan het enzym lactase -> spijsverteringsklachten.
• Koemelkallergie: Allergische reactie, vaak bij baby’s.
Behandeling richt zich op het vermijden van triggers en op aangepaste voeding.