H.1 Belastingen
Heffingen op inkomen en vermogen omvatten belastingen die worden
geheven op arbeid en vermogen, verdeeld over drie boxen:
Box 1: Inkomsten uit arbeid, met termen zoals brutoloon, loonheffing,
loonbelasting, en premies volksverzekeringen. Het proces van loonheffing
berekenen verloopt in stappen: belastbaar inkomen bepalen,
belastingschijven toepassen, en heffingskortingen verrekenen.
Box 2: Inkomsten uit aanmerkelijk belang, met een proportioneel tarief.
Box 3: Inkomsten uit sparen en beleggen, gebaseerd op een fictief
rendement met een vrijstelling.
Voorbeeldberekening van loonheffing: Kees Pronk betaalt € 34.700 aan
loonheffing op een jaarsalaris van € 95.000, wat neerkomt op een gemiddelde
heffingsdruk van 36,53%. De marginale heffingsdruk verschilt per schijf:
37,05% in schijf 1 en 49,5% in schijf 2.
De overheid beïnvloedt de inkomensverdeling door herverdeling:
Primaire inkomens zoals loon, rente, en winst worden gecorrigeerd door
belastingen en premies.
Secundaire inkomens ontstaan na aftrek van belastingen en toevoeging
van sociale uitkeringen.
H.2 Risico en informatie
Wereldwijde transacties en transactiekosten
Elke dag vinden wereldwijd miljarden transacties plaats, waarbij
transactiekosten (zoals ruilwaarde, tijd, en directe kosten) een rol spelen. Deze
worden beïnvloed door formele en informele afspraken, normen, en regels die
onzekerheden kunnen creëren.
Belangrijke concepten bij transactiekosten
Onzekerheid en risico-aversie: Mensen vermijden risico's door zich te
verzekeren.
Asymmetrische informatie: Een partij heeft meer informatie dan de
ander, wat leidt tot problemen zoals:
o Averechtse selectie: Verzekeraars krijgen vooral slechte risico's
door gebrek aan volledige informatie.
Oplossingen: premiedifferentiatie, eigen risico, bonus-
malusregeling, of collectieve dwang via de overheid.
o Moral hazard (moreel wangedrag): Verzekerden gedragen zich
roekelozer na het afsluiten van een verzekering.
Oplossing: invoeren van een eigen risico.