H.1 Heffing en subsidie
Marktverstoringen door overheidsingrijpen kunnen ontstaan door
prijsreguleringen en belastingen. Hieronder volgen de belangrijkste effecten en
mechanismen.
Prijsreguleringen
Maximumprijs: Stelt een bovengrens aan de prijs ter bescherming van de
consument, leidt tot vraagoverschot en aanbodtekort. Het
consumentensurplus stijgt, terwijl het producenten surplus afneemt, met
welvaartsverlies (Harberger-driehoek) als gevolg.
Minimumprijs: Biedt bescherming aan producenten, veroorzaakt
aanbodoverschotten en een te hoge prijs. Het producenten surplus neemt
toe, het consumentensurplus neemt af, en er ontstaat eveneens
welvaartsverlies.
Belastingen
Indirecte belastingen zoals btw en accijnzen verhogen de kosten voor
producenten, wat leidt tot hogere prijzen en een daling van het
consumentensurplus en producenten surplus. De overheid ontvangt
belastinginkomsten, maar er gaat welvaart verloren (Harberger-driehoek).
Een voorbeeld van accijns van €10 verhoogt de leveringsbereidheid met dat
bedrag. De nieuwe aanbodlijn verschuift omhoog, en de prijs voor consumenten
stijgt minder dan de heffing, waarbij producenten een deel van de belasting
doorberekenen.
Heffing als vast bedrag
Bij een heffing in het marktmodel verschuift de aanbodlijn. Dit leidt tot een
nieuwe evenwichtsprijs die hoger ligt, met minder verkochte hoeveelheden. Dit
verlaagt het surplus voor zowel consumenten als producenten, terwijl de
overheid belastinginkomsten genereert. Toch ontstaat een verlies aan welvaart
door een verschuiving van middelen.
Subsidies
Subsidies verhogen het producentensurplus en consumentensurplus,
maar zijn kostbaar voor de overheid. De welvaartseffecten tonen zowel
een toename van surplussen als een negatief overheidssurplus, wat kan
leiden tot een negatieve welvaartsmutatie.
De subsidiekosten resulteren in een verlies aan economische efficiëntie,
weergegeven door de Harberger-driehoek, die het verloren deel van de potentiële
welvaart laat zien.
De welvaartseffecten
Prijsreguleringen en belastingen verstoren marktevenwichten en veroorzaken
welvaartsverliezen, terwijl subsidies gunstig zijn voor consumenten en
producenten maar een negatieve impact hebben op de overheidsfinanciën.