HC1 Endocrien stelsel ........................................................................................................................................ 1
1. de functie bij de homeostase van communicatie tussen cellen verklaren en de aanvullende functies
van het endocriene stelsel en het zenuwstelsel beschrijven. ................................................................... 1
2. de belangrijkste groepen hormonen noemen en de algemene mechanismen van de werking van
hormonen op doelorganen verklaren. ...................................................................................................... 1
3. de ligging, de hormonen, functies en aandoeningen van de hypofyse beschrijven ............................. 2
4. de ligging, de hormonen, functies en aandoeningen van de schildklier beschrijven............................ 3
5. de ligging, de hormonen, functies en aandoeningen van de bijschildklieren beschrijven.................... 4
6. de ligging, de hormonen, functies en aandoeningen van de testes en ovaria beschrijven .................. 4
7. de invloed van antidiuretisch hormoon (ADH) op de nieren beschrijven ............................................. 5
8. op welke wijze hormonen op elkaar inwerken om gecoördineerde reacties teweeg te brengen en op
welke wijze het endocriene stelsel op stress reageert en invloed veroudering ....................................... 6
9. vb geven van interacties tussen het endocriene stelsel en elk van de andere orgaanstelsels ............. 8
10. overzicht endocriene organen/klieren en hormonen ......................................................................... 9
HC2 Endocrien stelsel ...................................................................................................................................... 10
1. De hormonale regeling van de bloedsuikerspiegel beschrijven .......................................................... 10
2. De functie van de endocriene pancreas beschrijven........................................................................... 11
................................................................................................................................................................. 11
3. Oorzaken van diabetes mellitus type I en II beschrijven ..................................................................... 11
4. Symptomen van diabetes mellitus type I en II beschrijven ............................................................ 12
5. Complicaties van diabetes mellitus type I en II beschrijven .......................................................... 12
6. Diagnostiek van diabetes mellitus type I en II beschrijven ............................................................ 13
7. Behandeling van diabetes mellitus type I en II beschrijven ........................................................... 13
8. De ligging, de hormonen, functies en aandoeningen van de bijnieren beschrijven ..................... 14
HC3 Zenuwstelsel deel 1 Anatomie & fysiologie ............................................................................................. 17
Anatomie ..................................................................................................................................................... 17
1. de twee belangrijkste anatomische en functionele onderdelen van het zenuwstelsel ...................... 17
2. belangrijkste delen vd hersenen noemen en de plaats en functie van elk van deze gebieden .......... 18
3. de drie hersenvliezen beschrijven waardoor het centrale zenuwstelsel is omgeven. ........................ 20
4. de functies van grijze en witte stof in het ruggenmerg beschrijven ................................................... 21
6. de hersenzenuwen en de ruggenmergzenuwen ................................................................................. 21
Fysiologie ..................................................................................................................................................... 23
6. onderscheid maken tussen neuronen en neuroglia obv structuur en functie .................................... 23
7. de gebeurtenissen beschrijven die plaatsvinden bij het opwekken / geleiden van een AP ............... 23
8. de structuur van een synaps beschrijven en impulsoverdracht bij een synaps .................................. 25
Ziektebeeld .................................................................................................................................................. 26
9. de etiologie, symptomen, diagnostiek en behandeling van een beroerte beschrijven ...................... 26
, 10. etiologie, symptomen, diagnostiek en behandeling van commotio cerebri beschrijven ................. 28
11. etiologie, symptomen, diagnostiek en behandeling van ruggenmergletsel beschrijven ................. 29
HC4 Zenuwstelsel deel 2.................................................................................................................................. 30
1. stappen van een reflexboog beschrijven............................................................................................. 30
2. belangrijkste sensorische en motorische banen herkennen en verklaren.......................................... 31
3. onderdelen en functies van het sympathische en het parasympatische deel van het AZS ................ 32
4. Fysiologie zenuwstelsel; informatieoverdracht, elektrisch signaal ..................................................... 34
Neuronen ................................................................................................................................................. 34
Actiepotentiaal ........................................................................................................................................ 34
Neurotransmitters ................................................................................................................................... 34
4. effecten van veroudering op het zenuwstelsel samenvatten ............................................................. 35
5. voorbeelden geven van interacties tussen het zenuwstelsel en andere orgaanstelsels. ................... 35
6. Degeneratieve aandoeningen van het CZS beschrijven: MS, Parkinson, ALS ..................................... 36
HC5 Zenuwstelsel deel 3 Pijn........................................................................................................................... 38
1. Het ontstaan van pijn, soorten pijn en niet medicamenteuze pijnbehandeling beschrijven. ............ 38
2. De etiologie, symptomen, diagnostiek en behandeling van meningitis beschrijven. ......................... 42
3. De etiologie, symptomen, diagnostiek en behandeling van epilepsie beschrijven............................. 44
4. Stoornissen in het bewustzijn en de Glasgow Comaschaal (EMV) beschrijven .................................. 47
, MK1.4a Samenvatting Hormoonstelsel & Zenuwstelsel
HC1 Endocrien stelsel
1. de functie bij de homeostase van communicatie tussen cellen verklaren en de aanvullende
functies van het endocriene stelsel en het zenuwstelsel beschrijven.
Het endocriene stelsel reguleert fysiologische processen via de binding van hormonen aan receptoren,
geven stoffen af aan extracellulaire vloeistof.
overeenkomsten hormoon- en zenuwstelsel:
1. bewerkstelligen communicatie tussen cellen en weefsels, geven signaalstoffen af om te communiceren
homeostase handhaven: coördineren en reguleren de activiteiten van andere cellen/weefsel/organen
2. afgeven van stoffen voor specifieke receptoren op doelcellen
3. gezamenlijke chemische signaalstoffen bijv adrenaline
4. negatieve feedback
zenuwstelsel werkt snel, voert crisisbeheer uit en kort via neurotransmitters
endocriene stelsel werkt trager, langdurig via hormonen, chemische signaalstoffen, geeft hormonen af
elk hormoon heeft specifieke doelcellen met receptoren= sleutel-slot principe
2. de belangrijkste groepen hormonen noemen en de algemene mechanismen van de werking
van hormonen op doelorganen verklaren.
Regulering afgifte hormonen:
neuronen in hypothalamus maken RH, releasing hormonen
rode lijn is aanmaak, blauwe lijn is remming, negatieve feedback (bijv T4 remt productie TSH)
hypofyse voorkwab maakt hormoon 1, komt aan in endocrien orgaan, wordt omgezet
in hormoon 2, die doelcellen moet bereiken
Hypothalamus hypofyse endocrien orgaan doelcellen
hormonen voorkwab (endocriene cellen) = adenohypofyse
ACTH adrenocorticoop hormoon / bevordert afgifte van glucocorticoïden in
bijnieren
TSH thyroïd stimulerend hormoon / schildklier
GH groeihormoon / skeletspieren, kraakbeencellen
Prolactine (PRL) prolactine / ontwikkeling melkklieren (aanmaak melk)
FSH follikel stimulerend hormoon / ovaria, bevordert afgifte oestrogeen en ontwikkeling
van eicel – testes, vorming spermacellen
LH luteïniserend hormoon / ovaria, eisprong) – testes, leidt tot vorming androgenen
1
, MK1.4a Samenvatting Hormoonstelsel & Zenuwstelsel
hormonen achterkwab (al in hypothalamus gemaakt, geen RH aan voorafgegaan) = neurohypofyse
ADH antidiuretisch hormoon, nieren
Oxytocine uterus, contractie gladde spiercellen en melkklieren, uitscheiding melk – zaadleider,
prostaatklier, contracties
gaan rechtstreeks naar bloedbaan, neurohypofyse maakt zelf geen hormonen, zet niet aan tot aanmaak
nieuwe hormonen
3. de ligging, de hormonen, functies en aandoeningen van de hypofyse beschrijven
Hypofyse is een hormoonklier die negen peptidehormonen afgeeft.
Anatomie:
voorkwab = adenohypofyse, werkt met poortadersysteem
achterkwab = neurohypofyse, werkt via axonen
2