Hoofdstuk 3 - Journaalposten
In een journaalpost wordt van een boekingsfeit vastgelegd:
- Welke grootboekrekening moet worden gedebiteerd en voor welk bedrag.
- Welke grootboekrekening moet worden gecrediteerd en voor welk bedrag.
Voor de rekening die wordt gecrediteerd wordt het woord '' aan '' geplaatst.
Eerst vermelden we de grootboekrekening die gedebiteerd moet worden en vervolgens de
grootboekrekening die gecrediteerd moet worden.
Het decimale rekeningenstelsel rangschikt grootboekrekeningen in tien
hoofdgroepen, rubrieken genaamd. De grootboekrekeningen die aan elkaar verwant
zijn, worden bij elkaar geplaatst.
De tien rubrieken zijn:
0. Rekeningen van vaste activa, eigen vermogen en vreemd vermogen op lange
termijn.
1. Rekeningen van liquide middelen ( betalingsmiddelen ) en van vorderingen en
schulden op korte termijn ( < 1 jaar )
2. Tussenrekeningen
3. Rekeningen van voorraden grondstoffen en hulpstoffen
4. Kostenrekeningen
5. Rekeningen van indirecte kosten
6. Fabricagerekening
7. Rekeningen van voorraden handelsgoederen ( bij een handelsonderneming ) of
voorraden gereed product ( bij een productieonderneming )
8. Verkooprekeningen
9. Rekeningen voor bijzondere resultaten
4 + 5 + 6 + 8 en rubriek 9 zijn hulprekeningen van het eigen vermogen.
In de praktijk zal een grootboekrekening veelal uit drie cijfers bestaan en soms wel meer.
De indeling is dan vaak als volgt:
1e cijfer is het rubrieknummer
2e cijfer is het groepsnummer
3e cijfer is het volgnummer binnen de groep
Als er goederen worden teruggestuurd, moet het te betalen bedrag worden
gecorrigeerd. Als de leverancier akkoord gaat met het terugsturen van de goederen,
stuurt hij een creditnota aan de ondernemer. Een creditnota corrigeert het te
betalen bedrag. Het is een factuur met een negatief bedrag voor de teruggestuurde
goederen.